*

 
dossier

Archief

Hindenburg is geen wraakoefening op het Ro Theater

KOOS TERPSTRA; INES SAUER − 03/01/98, 00:00

Op 25 november ging Het Neerstorten van de Hindenburg en wat daarna gebeurde bij het Ro Theater in première. Over die voorstelling schreef Hans Oranje een recensie waarin hij uitlegt dat het stuk een sleuteldrama is. De basis van zijn betoog is dat het conflict dat het afgelopen jaar bij het Ro Theater gespeeld heeft terug te vinden is in deze voorstelling. Wij, de schrijver-regisseur en de dramaturge, waren onaangenaam verrast door deze recensie, omdat wij er niet in herkenden waar wij mee bezig zijn geweest, en omdat ons iets wordt verweten wat ons niet valt te verwijten.

Met dit stuk is iets vreemds aan de hand. Zelf zijn we ervan overtuigd dat we met de Hindenburg de voorstelling gemaakt hebben die we wilden en ook een groot deel van het publiek is erdoor gegrepen: terwijl deze vrijwel unaniem door de critici is afgewezen, met termen als 'los zand', 'het ontbreken van een kern' en 'voortkabbelende scènes'. Ook door Hans Oranje werd de voorstelling als een 'verzameling onsamenhangende scènes en uitspraken' afgekeurd.

Duidelijk moge zijn dat het geen gemakkelijk stuk is in de zin dat niet alles uitgelegd en voorgekauwd wordt. Ook is het geen stuk waarin je je vast kunt houden aan één personage. De eigenlijke hoofdpersoon ben je zelf als toeschouwer. Dat moet je eerst begrijpen en dan kun je zonder problemen meegaan in dat wat er op het toneel gebeurt. Je wordt meegevoerd in een stroom van argumenten en uitspraken, allemaal op zich herkenbaar en begrijpelijk, maar die in combinatie in je hoofd gaan wringen en botsen. De meeste recensenten blijken niet te zijn meegegaan in deze kijkcode. Opvallend is dat de recensenten die wel positief waren - die waren er ook - de verandering in hun kijkgedrag in hun recensie bespraken.

Zowel op formeel als inhoudelijk niveau hebben Brecht en met name Tsjechov ons tot voorbeeld gediend. We hebben formeel met een combinatie van hun kwaliteiten naar iets nieuws gezocht: de personages van Tsjechov wandelend in een wereld die van Brecht zou kunnen zijn. Inhoudelijk is belangrijk dat beide schrijvers uitgingen van een van God verlaten wereld. De een wilde het bewustzijn van de eigen menselijke scheppingskracht vurig aanwakkeren. De ander toonde meer de melancholische, verlamde mens die zich geconfronteerd ziet met de beperkingen van zijn bestaan, bewust vooral op zichzelf aangewezen te zijn in het leven, op het eigen geweten. De Hindenburg is een stuk dat een bepaald levensgevoel vastpakt: de wereld bestaat enerzijds uit levensdrift, constructieve kracht, geloof, hoop en verlangen, en anderzijds uit voortdurende afbraak, het besef van de eindigheid van het leven en van al het mogelijke dat je lief is. Het heeft te maken met verwondering over die constructieve en destructieve krachten die samen het leven bepalen. In een afwisseling van veertien personages hebben we iets van het gevoel van de mens in een kwetsbaar en verwarrend leven, maar tegelijkertijd ook prikkelend leven willen raken.

Pikant

Pikant is dat een stuk dat voor een deel gebaseerd is op de dramaturgie van Tsjechov vergelijkbare reacties oproept als de stukken van Tsjechov destijds. Een voorbeeld, bij de eerste voorstelling van De Meeuw: “Daar heeft de auteur elementen verzameld, die geen verband met elkaar hebben, en met welke bedoeling, dat weet men niet.”

Ander voorbeeld: de Troje Trilogie: juichend onthaald als één van de hoogtepunten van het seizoen 1994/95. Wat men vergeten was, was dat de eerste twee delen al eerder tot op de millimeter identiek waren geënsceneerd, de stukken werden toen door recensenten gezien en op z'n best als 'schets' beoordeeld, maar toch voornamelijk als stukken die dramatisch oninteressant waren en die je onberoerd lieten. Wat is er gebeurd in de tussenliggende periode? Wat zijn het voor processen waarin niet gekeken wordt naar ontwikkeling? Waarom wordt er geen fundamentele discussie gevoerd over toneel, over wat iemand zoekt, waarom stelt niemand zich de vraag waarom een voorstelling er staat zoals die er staat?

Maar terug naar het uitgangspunt. Jammer en waarschijnlijk niet te voorkomen is dat de critici de voorstelling als 'los zand' hebben ingedeeld. Maar zoals gezegd heeft Hans Oranje er wel een betekenis ingezien. Op zich mag er geen bezwaar zijn tegen een onverhoedse, afwijkende interpretatie die een recensent kan geven aan een voorstelling. Maar wij zijn er over gevallen dat Oranje één stap verder ging. Hij werkte niet alleen een interpretatie uit waarin wij ons niet konden vinden, maar hij maakte ons met zijn interpretatie een persoonlijk verwijt.

Oranje veroordeelde het zogenaamde 'sleuteldrama' namelijk als een boze, bittere en rancuneuze afrekening van schrijver/regisseur Koos Terpstra met het Ro Theater. Dat gaat ons te ver. Wij kunnen geen theater maken met zo'n particulier doel, sterker nog, wij willen niet op zo'n manier theater maken, dat is te oninteressant, daar zijn we niet mee bezig. Dus of Terpstra persoonlijk nu nog wel 'boos' is of niet, Het Neerstorten van de Hindenburg en wat daarna gebeurde is noch geschreven, geregisseerd of gespeeld als openbare wraakoefening op medewerkers van het Ro Theater. Wat we er wel mee hebben geprobeerd hebben we hierboven uitgelegd.

mailIcon print |