De zon gaat al bijna onder. Overal is modder: op mijn wangen, op mijn benen, het frame van de fiets. Naar mijn schoenen durf ik niet eens te kijken. Als ik al iets zou zien, want het is aardig donker, hier tussen de bomen.
Gelukkig ben ik niet alleen. We zijn met zijn achten en we moeten door. De zon wacht niet op ons. Het pad, nu ja wat heet, de moddergoot, gaat door het bos. En omdat ik in het donker slecht zie heb ik geen flauw idee wat er allemaal voor mijn wiel komt aan keien, diepe gaten en dikke boomtakken. Het maakt niet meer uit. De eerste keer in de modder rollen is erg, de tweede keer een kwestie van routine.
Er gebeuren ook vreemde dingen. Plotseling ligt er een kinderhorloge tussen de plassen. Dat ken ik: het is het horloge dat mijn zoon al anderhalf jaar kwijt is. Het moet uit de zak van mijn regenjas gevallen zijn. Wat raar dat ik helemaal hierheen moest gaan om dat verloren voorwerp, dat ik al die tijd zo dicht bij me had, weer te vinden.
Nog drie kwartier. Hopen we. De benen zijn zwaar, de fiets is stug, de hellingen zijn pesterig.
Het is voor de lol, het is een spelletje, maar daarom kan je je nog wel ongelukkig voelen. “Ik denk aan het bad”, roep ik naar een lotgenote. Ze knikt.
Wij zijn de laatsten. De anderen, inderdaad allemaal mannen, zijn al vooruit. Ook dat nog.
De opkomende kwaadheid maakt het nemen van deze lange helling al iets makkelijker. Boven aangekomen stap ik af om uit te puffen en moed te verzamelen voor de afdaling, want dat is niet mijn sterkste punt.
Dan zie ik het afscheid van de zon, een schijnsel over de heuvels. Het loeien van een koe weerkaatst tegen de hellingen. Mist trekt op tussen de naaldbomen.
Weer loeit een koe en bijna ruik ik de zoetige geur die bij de warmte van een koestal hoort en hoor ik het knisperen van stro.
Zodra ik het me realiseer is het gevoel weg.
Er is vaak een hoop ellende nodig voor een glimp van geluk. En als je het niet verwacht, dan komt het.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.