Na lange en koude uren op het ijs begin je een aardig oog te ontwikkelen voor welke schaatsen geschikt zijn voor jonge beginners. Als het seizoen ten einde loopt weet je eindelijk welke schaatsen je had moeten aanschaffen, of alsnog zult kopen. Want de ijspret zit geramd en we zullen volgende winter zeker van de partij zijn.
Terwijl de kinderen rondrommelen op het ijs beoordelen de veelal niet-schaatsende ouders (de andere ouders zijn een tocht aan het maken) met elkaar als een jury de prestaties van zowel de schaatsen als de rijders. Juist degenen die het zelf niet kunnen, willen dat hun kind scherp als een mes over het ijs zal flitsen. Het is dan ook een adembenemend gezicht om een achtjarige pootje over de bocht door te zien gaan.
De allerkleinsten op de dubbele ijzertjes zijn het blijst. Ze zijn gespeend van ambitie, vinden het geen blamage om over het ijs te rollen en heel soms zie je ze zelfs een beetje glijden op de ijzers. Bij de wat oudere kinderen wordt het meer een kwestie van aanleg en doorzettingsvermogen. Er zijn kinderen die na een paar middagen op het ijs de slag te pakken krijgen. Anderen kunnen dan nog steeds nauwelijks vooruit komen. Bij hen wordt het een kwestie van oefenen en weersomstandigheden of het ooit wat zal worden.
Voor kinderen vanaf een jaar of vijf zijn er de aloude Friese doorlopers met veters of riempjes, waar iedere volwassene het op heeft geleerd, of juist niet, omdat ze steeds losraakten of scheef zaten, de voeten en vingers pijn deden en het geduld opraakte. Sinds een jaar of drie is er een nieuwe soort Friese doorloper, de Easyglider (producent Zandstra, geen familie). De schaats heeft felgele kunststof banden en rode sluitclips, die goed sluiten rond een gummilaars of stevige schoen. De kinderen staan erop als een huis. De Easygliders worden in vier maten geleverd, die ruim vallen. De kleinste tot maat 30, de volgende tot maat 34 en zo verder. Ze kosten rond de zeventig gulden.
Vikings of andere lage noren blijven mooi, maar wel een beetje duur. De schoen moet nauwsluitend zitten en ze gaan dus maar één seizoen mee. Hoogstens rendabel voor een gezin met meerdere kinderen, tweedehands ingekocht en derdehands doorverkocht. En eerlijk gezegd heeft het iets proleterigs, dat gekrabbel op van die dure schaatsen. Er zijn goedkope kunstschaatsen met schoen, meestal uit China. Ze roesten onder de voeten weg, maar ze zitten wel vast en halfwas-krabbelaars komen er aardig mee uit de voeten. Ze krijgen plezier in het schaatsen, al leren ze vanwege de korte ijzers niet goed de slag te maken. Voor beginners is het niets; die durven meestal niet eens erop te schuifelen, omdat ze relatief veel te hoog op het ijs staan. Dat geldt ook voor hockeyschaatsen, die erg 'in' zijn bij de pubers. Die hupsen over het ijs, liefst met hockeystick, razendsnel, kort door de bocht en remmend met veel geraas. De echte schaatser haalt zijn neus er voor op, want 'ze halen waarschijnlijk nog geen tocht van tien kilometer'. Maar op het baantje in de buurt is het indrukwekkend, ook voor de kleintjes. Een gedeprimeerde driejarige met afgezakte doorlopertjes vergat zijn koude voetjes toen hij de grote jongens zo flitsend bezig zag. Schaatsen wil hij nooit meer, maar voor ijshockeyen is hij wel te vinden. Desnoods met schaatsen aan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.