Van onze wetenschapsredactie AMSTERDAM - Enkele van de reusachtige ijsplaten in de zee bij het Antarctisch schiereiland trekken zich steeds verder naar het zuiden terug, waarbij er enorme ijsgevaarten in stukken uiteenslaaan.
Om een beeld te geven van het natuurgeweld: bij de 'ondergang' van de Larsen-A ijsplaat, enige tijd geleden, brokkelde met een gigantisch gedonder in vijftig dagen 1300 vierkante kilometer af, waarbij een sliert ijsbergen van 200 kilometer ontstond.
Britse onderzoekers speculeren vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Nature over de mechanismen achter dit indrukwekkende natuurgebeuren, dat al enkele decennia aan de gang is.
Je zult van de Britten niet de conclusie vernemen dat de afbrokkeling het gevolg is van de algehele opwarming van de aarde. In het betreffende gebied langs de westkust van het schiereiland wordt vanaf 1945 een jaarlijkse temperatuurstijging gemeten van 0.056 graden Celsius, wat neerkomt op een totale stijging sinds die tijd van ongeveer 2.5 graden.
Oorzaak volstrekt onbekend: mogelijk valt de trend gewoon binnen de natuurlijke schommelingen als gevolg van de voortdurende wisselwerking tussen water en ijs. Aan de oostkust is de temperatuurstijging bij voorbeeld minder duidelijk.
De onderzoekers vragen zich af wat er binnen die formidabele ijsplaten precies gebeurt voordat ze het begeven. De afkalving verloopt doorgaans lange tijd gelijkmatig tot een kritisch punt wordt bereikt, waarna de dan ogenschijnlijk broze ijsmuren met onvoorstelbaar kabaal uit elkaar spatten.
Bij welke temperaturen blijven de ijsplaten nog intact, vragen de Britse onderzoekers zich af. De grens lijkt ongeveer te liggen bij de isotherm van -5 graden Celsius, de lijn die de punten verbindt met een gemiddelde jaartemperatuur van de lucht van min 5.
Een ander criterium is de temperatuur in januari: de ijsplaten bereiken ongeveer de lijn waar het in januari rond 0 graden Celsius is. Beide lijnen vallen inderdaad behoorlijk samen. Bedenk overigens dat het ijs bij Antarctica smelt bij -2.5 graden Celsius, het is immers zout water.
Maar wat zegt smelten als die platen vele tientallen meters dik zijn? Een van de oorzaken zou kunnen zijn dat smeltwater door poriën, scheuren en barsten door de ijsplaat heen sijpelt en op grotere diepten weer bevriest, waarbij het omliggende ijs wat 'opwarmt'.
Maar, becijferen de Britten, als het ijs op een diepte van tien meter vijf graden warmer wordt, duurt het vijftig jaar voor het op zestig meter diepte één graadje is gestegen.
Dat schiet niet erg op, lijkt het. Van de 'verweking' van de ijsplaten snapt niemand iets, hoor je bij de vakgroep meteorologie en fysische oceanografie van de universiteit Utrecht. Aan de afbrokkeling valt nauwelijks statistiek te bedrijven, je weet alleen dat de platen je regelmatig zullen verrassen.
Uiteraard is dit natuurgeweld van alle dagen, erkennen de Britten, maar de satelietbeelden tonen aan dat de Larsen-plaat, de Müller-plaat, de Jones-plaat en enkele andere in het noorden de laatste decennia extreem afkalven. Ze schuiven op naar wat vijftig jaar geleden de -7.5 graden isotherm was: en nu dus de -5 isotherm, nu het 2.5 graden warmer is.
Gigantische lappen zijn verdwenen, sinds de observaties begonnen zijn, terwijl aan de randen nauwelijks herstel plaatsvindt .
Niet dat het zo onrustwekkend is; het is goed denkbaar dat in het Holoceen - de afgelopen 10 000 jaar - de ijsplaten meermalen op en neer zijn geschoven. Het gaat de Britten er meer om aan te tonen dat die beweging een opvallende goede graadmeter lijkt te zijn voor de geringe schommelingen in de temperatuur ter plaatse. Je kunt er het klimaat aan aflezen.
De onderzoekers durven de voorspelling niet aan dat de stijging doorzet. Die zou ooit bedenkelijk kunnen worden als de hele West-Antarctische ijskoek instabiel wordt, maar daarvoor moet de gemiddelde jaartemperatuur in die regio minstens tien graden omhoog.
En zo'n proces, zo het ooit plaatsvindt, vergt een tijdsduur op buitenmenselijke schaal.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.