*

 
dossier

Archief

Christelijk-sociaal gaat niet zonder organisatie

DR. A. KOUWENHOVEN − 19/01/96, 00:00

De auteur is oud-docent sociale ethiek aan de faculteit voor economische wetenschappen en econometrie van de Vrije Universiteit te Amsterdam en lid van de sectie Sociale vragen van de Raad van kerken in Nederland.

Het Nederlands christelijk ondernemersverbond (NCOV) fuseerde met het KNOV tot Midden- en kleinbedrijf Nederland (MKB), de Nederlandse christelijke boeren- en tuindersbond (NCBTB) en hun r.-k. collega's van de KNBTB gingen te zamen met het Koninklijk Nederlands landbouw comité (KNLC) op in de Land- en tuinbouw-organisatie (LTO) en - last but not least - ging enige tijd geleden het Nederlands christelijk werkgeversverbond (NCW) een samenwerkingsverband aan met het niet-confessionele VNO.

Ongetwijfeld zijn er voor dit veranderingsproces gerede aanleidingen en oorzaken. De scherpere concurrentie, vooral die op de internationale markten, tengevolge van de voortschrijdende globalisering in het bedrijfsleven, alsmede de omstandigheid dat beslissingen op het gebied van de landbouw zich steeds meer naar Brussel hebben verplaatst, zijn hier debet aan. Het ligt echter buiten het bestek van dit artikel om op die factoren in te gaan. Slechts op één aspect wil ik wijzen, nl. op de meerdere aandacht die - met name bij het NCW - de persoon van de ondernemer ontvangt. Het lijkt aannemelijk, dat die meerdere aandacht iets te maken heeft met de recente totstandkoming van de nieuwe VNO-NCW-constellatie.

Zo wordt in een onlangs verschenen NCW-discussienota de focus gericht op de ondernemer als persoon, een thema, waarover op 26 en 27 januari a.s. tijdens een ledenvergadering van het NCW zal worden beraadslaagd, traditiegebouw in De Bilderberg te Oosterbeek.

In de genoemde nota wordt de betekenis van de mens als persoon voor het vervullen van de rol van ondernemer helder uiteengezet. Steeds meer mensen die in het produktieproces meewerken, zijn ook een beetje manager, zijn medeverantwoordelijk, dragen maatschappelijke verantwoordelijkheid. Managers worden meer coördinator, coach en houden zich bezig met doelbepaling en veel minder met de uitvoering.

Maar - zo heb ik me afgevraagd - is met alle aandacht die - terecht - aan de ondernemer als persoon, wordt besteed, de betekenis van de organisatie, waarbinnen zij of hij opereert niet wat te weinig uit de verf gekomen? Immers, elk mens, ook de ondernemer, functioneert in sociale verbanden en vervult daarin bepaalde rollen.

In termen van de discussienota zouden organisaties echter permanent het gevaar lopen 'instituties' te worden waarin 'het leven verstart', processen niet 'lopen' en mensen ongemotiveerd raken. Instituties verschaften in het verleden zekerheid. De 'autoriteiten', al dan niet verzuild, gaven aan hoe mensen dienden te leven. Maar daar zou nu verandering in gekomen zijn. In onze tijd zouden mensen vanuit zichzelf inhoud willen geven aan hun rollen, in plaats van die te laten dicteren door anderen. Zij nemen de instituties niet zonder meer als gegeven aan, maar willen daarin zichzelf zijn, meer 'scheppend' kunnen zijn en daarvoor ruimte krijgen.

Cruciaal belang

Feit is, dat persoon-zijn van fundamenteel belang is, maar zonder institutioneel verband kan het niet. Hoewel de wortels van die verbanden - van cruciaal belang bij het doorgeven en handhaven van het voor de groep geldende waarden- en normensysteem - bij de persoon liggen, gemeenschappen zijn er om mensen tot ontplooiing te kunnen brengen, in het gezin, op school, ook in het bedrijf en in maatschappelijke organisaties.

In het christelijk-sociaal denken wordt de mens niet primair als individu, noch als onderdeel van het geheel beschouwd, maar als persoon-in-gemeenschap. De betekenis van zijn persoonlijke vrijheid enerzijds en zijn verbondenheid met de gemeenschap anderzijds staan daarin centraal.

Dit heeft met zich meegebracht, dat in de christelijk-sociale beweging de aandacht voor de mens als persoon vaak gepaard is gegaan met het zoeken naar nieuwe maatschappij-vormen.

Die aandacht werd soms gecombineerd met architectonische kritiek op de samenleving. Van meet af bestond de opvatting, dat christenen - zowel werkgevers als werknemers - zich moesten manifesteren in een eigen organisatie, geleid en geïnspireerd door de overtuiging dat levensbeschouwing en maatschappelijk functioneren ten nauwste met elkaar in verband dienen te staan. Zich inzetten voor de doorwerking van christelijke waarden en normen in de samenleving, in de geest van de pauselijke encyclieken en van christelijk-sociale congressen, zich afzetten tegen de klassenstrijd en in de plaats daarvan bevorderen van sociale gerechtigheid en solidariteit, medewerken aan de totstandkoming van een overleg-economie, dragen van elkanders lasten, hulpverlening aan de zwakkeren in de samenleving, zijn altijd doelstellingen van christelijk-sociaal denken en handelen geweest.

Gehoopt mag derhalve worden, dat het NCW, binnen de nieuwe VNO/NCW-constellatie, de facto een zodanige (geïnstitutionaliseerde) ruimte mag blijven behouden, dat een beleid, geïnspireerd door christelijk-sociaal denken, ook in die constellatie kan worden gerealiseerd.

mailIcon print |