Het doel is in zicht, maar onbereikbaar. De stad slibt dicht. In ZENZ: de oorzaken, de gevolgen, de oplossingen, volgens de vrachtrijder, de econoom, de grutter en anderen. Aflevering 1: Wouter van Dieren, directeur van het Instituut voor Milieu- en Systeemanalyse en lid van de Club van Rome.
“Een vrachtauto rijdt nu gemiddeld twintig kilometer per uur in de randstand en veertig kilometer per uur daarbuiten. Veertig jaar geleden lag de gemiddelde snelheid in het hele land op veertig kilometer per uur. De aanleg van meer wegen leidt niet tot meer efficiëntie en een hogere snelheid, maar tot minder.”
“Je kunt er geen wegen meer bijbouwen. Niet omdat er geen ruimte zou zijn, maar omdat de wegen die je er bijbouwt ergens uitkomen. Het valt te vergelijken met de bloedaderen in het menselijk lichaam. Ons lichaam bevat ruim vijf liter bloed. Het lukt niet om er nog eens vijf liter in te pompen. Als we een tienbaans weg aanleggen tussen Utrecht en Amsterdam, dan moet het verkeer ergens Amsterdam en ergens Utrecht kunnen inrijden. Het lukt niet om het verkeer de stad in te persen als het vol is.”
“Als al die propagandisten van Nederland Distributieland, en in hun voetspoor de politici, vasthouden aan het idee dat veel vervoer goed voor ons is, zal dat leiden tot totale congestie. En dat betekent: onbewoonbaarheid, luchtvervuiling, lawaai vanaf de Noordzee tot aan het Ruhrgebied, vernietigde landschappen en steden, en aantasting van de volksgezondheid.”
“Per eenheid goederen neemt het aantal kilometers alleen maar toe. Terwijl je zou verwachten dat energieprijzen, intelligente logistiek en milieubeleid het tegendeel zouden bewerkstelligen. Dat is niet het geval, er wordt steeds meer heen en weer gesjouwd. Een aannemer uit Amsterdam heeft werk in Eindhoven en een aannemer uit Eindhoven heeft werk in Amsterdam.”
“Vroeger bestond in de handel het principe van reciprociteit. Een Italiaans bedrijf koopt kunstmest in Ierland want dat is goedkoper en omgekeerd koopt een Iers bedrijf kunstmest in Italië omdat men een gunstige prijs kon bedingen, en omgekeerd koopt een Iers bedrijf kunstmest in Italië, om dezelfde redenen.”
“Reciprociteit hield in dat beide kunstmestbedrijven gingen onderhandelen, een rekensommetje maakten en het transport elimineerden, en dat de Ieren namens de Italiaanse leverancier het Ierse bedrijf kunstmest gaven en omgekeerd. Het spul bleef dus in het land, het transport werd geëlimineerd en de prijzen werden onderling verrekend.”
“De gedachte dat je moet besparen op transportkosten, had veel goede, logistieke consequenties. Het verstandige beleid van Coca-Cola is hieruit voortgekomen. Zij sjouwen alleen de essence over de wereld maar laten de drank lokaal bottelen, waardoor er niet onnodig water verplaatst wordt. Ook het beleid van de vatenfabriek Van Leer is daaruit voortgekomen. Het bedrijf heeft tientallen fabrieken in de hele wereld om de vaten ter plaatse af te leveren. Als Van Leer één centrale fabriek zou hebben, zouden er holle vaten met lucht moeten worden getransporteerd.”
“Maar omdat het transport goedkoop is gebleven, en omdat het een idee-fixe is geworden dat transport goed is, verdwijnt het concept van reciprociteit.”
“Ik zal het idee-fixe van de economische groei uitleggen aan de hand van het schilderij Toren van Babel (1563) van Pieter Bruegel de Oude. Op het schilderij is de toren ongeveer honderd jaar oud. De koning van Babel werd zo arrogant dat hij dacht dat hij aan God gelijk was. Hij wilde God gaan bezoeken op diens troon, en dat kon alleen maar door een toren richting de hemel te bouwen. De bouw van de toren verliep voorspoedig. In het begin werden de grondstoffen _ stenen, cement, hout, arbeiders _ uit de naaste omgeving gehaald, maar omdat je nogal wat nodig hebt voor zo'n toren, kwamen de grondstoffen van steeds verder. Brueghel heeft dat verbeeld door Babel in een Vlaams landschap te plaatsen aan zee. Je ziet de schepen die van verre landen met grondstoffen komen. De goederen worden rechtsonder in de haven afgeladen en dan met hijswerktuigen en karren omhoog gebracht.”
“Als je een maand moet reizen, moet je onderweg eten. Een bepaald deel van de grondstoffen is nodig voor het transport zelf en komt niet op de plaats van bestemming aan. Vervolgens moet alles naar boven worden gebracht, laten we zeggen dat dat een week duurt. Een deel van de grondstoffen komt dus nooit boven aan omdat de transporteurs die de goederen van beneden naar boven vervoeren ook in leven moeten blijven. Een ander deel van die stoffen kan niet gebruikt worden voor de bouw omdat ze nodig zijn voor het onderhoud. De toren is na honderd jaar al aan het vervallen. Langs de weg omhoog ontstaan verschillende samenlevingen. De arbeiders kunnen niet elke dag met de bus naar huis. Dus daar ontstaan huizen, scholen, kerken, kloosters, vakbonden en herbergen.”
“Op een dag is het zover dat de grondstoffen uit de verste hoeken worden gehaald en niet meer kunnen worden gebruikt voor de bouw van de toren. De inwoners van Babel begrijpen er niets van. Want rechtsonder komen al die karren langs die stampvol geladen zijn met goederen. En volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek dat, als je goed kijkt kun je het zien, rechtsonder op het schilderij gevestigd is, betekent dit dat er toch economische groei moet zijn. Alle economische handelingen betekenen economische groei maar de toren brokkelt af. De Nederlandse economie is Babylonisch. We sjouwen ons kapot, maar er wordt niets meer toegevoegd.”
“Je kunt zeggen: 'Wat maakt het uit waarvoor je die goederen gebruikt? Als je verbruikt, is er economische groei'. Maar de toren was niet bedoeld om een waardeloos gat in de hemel te graven. De koning van Babel wilde God op zijn troon bezoeken. De economie moet naar iets toegroeien, naar welvaart, maatschappelijk welbehagen, hoge kwaliteit van het bestaan en duurzaamheid. Het is mogelijk om een florerende, maar totaal destructieve economie op te bouwen. Dan zit straks iedereen achter schermen in virtual reality te genieten van plaatsen waar het nog mooi is.” “De moderne economie begrijpt het afbrokkelen van de toren niet. Er is drie procent economische groei. Hoe komt het dat we er niet op vooruit gaan? Het is niet waar dat iedereen rijker wordt. Wij dénken alleen dat een deel van de samenleving rijker wordt en daarmee de hele samenleving. Wij willen niet meer zien dat een paar miljoen mensen er slechter van worden en wij willen vooral niet weten dat die eenzijdige verrijking milieuverlies, welzijnsverlies en gezondheidsverlies inhoudt.”
“In elk goed dat wij gebruiken zit een enorm voetspoor van natuur- en milieuverbruik. In een rapport van het Wuppertal Institut is de transportefficiëntie van een bekertje yoghurt in Duitsland uitgerekend. Plastic, aardbeien, melk, zuursel en kleurstof komen samen op een paar plaatsen in Duitsland, waar er een bekertje yoghurt van gemaakt wordt. Als je dit proces herstructureert ontstaat er een transportnetwerk dat een fractie is van het oorspronkelijke. Het transport dat nodig is voor dit bekertje yoghurt is met een factor vier verminderd.”
“De herstructurering vereist regelgeving en hogere transportkosten. De yoghurtproducent werkte zo inefficiënt omdat het vervoer weinig kostte en het goedkoper was om de aardbeien in Polen te kopen. De energiekosten moeten omhoog en er moeten zogenoemde Green Smiles ingevoerd worden. Green Smiles zijn bonussen die producenten en consumenten krijgen als ze transportefficiënte producten kopen. Ieder product krijgt dan een aan een transportefficiëntie gebonden factor toegemeten, uitgedrukt in Green Smiles. De boer kan agro-Green Smiles verdienen via een aan de mineralenboekhouding gekoppeld systeem. Hij wordt er door de groothandel of de fiscus voor beloond. De consument kan consumenten-Green Smiles verdienen aan de kassa, ofwel in de vorm van prijsreducties ofwel in de vorm van fondsvorming (bijvoorbeeld: de consument verdient zo aandelen in een groen agrarisch beleggingsfonds). Voor alle producten _ ook die niet of nauwelijks in Nederland of in de Europese regio gemaakt kunnen worden _- geldt het vergelijkend Green Smile-principe: zo zullen de sinaasappels uit regio A die een factor 6 betere transportefficiëntie hebben dan die uit regio B worden beloond. Containers vol sperziebonen uit China, afgeladen in Rotterdam - dat is er dan niet meer bij. Waarschijnlijk. Wij hebben dit alles in ons rapport 'De Aartse landbouw' verwerkt. De landbouwwereld is er razend enthousiast over.”
“Ik ben een groot voorstander van privatisering van de infrastructuur. Hoewel de infrastructuur in principe een publiek goed hoort te zijn en beschikbaar voor iedereen, hoeft de overheid niet mee te betalen aan Schiphol, de Betuwelijn, de Hogesnelheidslijn en de vervoerssector. Laat de overheid tegen het bedrijfsleven zeggen: 'Ga je gang maar, maar wij betalen er niet aan mee'. Dan zullen die plannen vervallen, want zoals het er nu naar uit ziet, zullen ze nooit winstgevend worden.”
“Het is heel verstandig om van de snelwegen tolwegen te maken. Je moet ervoor zorgen dat iedereen zich blauw betaalt. Dan kan het verkeer eindelijk doorstromen. Natuurlijk kunnen dan alleen de rijken nog rijden, maar dat is ook terecht, als ze daarvoor maar betalen. Ik ben voor het quoteren van kilometers. Dat is een uitstekend hulpmiddel voor progressieve inkomensverdeling.”
“In het quoteringssysteem krijgt iedereen een quotum. Mensen die geen auto hebben, kunnen hun quota verkopen. De BMW-rijder zal zoveel quota opkopen van armere mensen dat hij zijn kilometers zal kunnen rijden. Je kunt je goed voorstellen dat er een eenvoudige handel in quota ontstaat, bijvoorbeeld op Internet en bij Albert Heijn. Quotering hoeft helemaal geen ambtelijke rompslomp op te leveren en er zal wel een betere inkomensverdeling ontstaan op basis van het verhandelen van quota. Voortreffelijk.”
“Je hoeft niet bang te zijn dat dit systeem niet zal werken want er wordt nu ook al gequoteerd. Alleen het quoteringssysteem werkt op dit moment precies omgekeerd. Want ziet wat er gebeurt: de leaseauto van de zaak geniet zodanige fiscale voordelen dat de kilometerprijs lager uitkomt dan die van de particulier. Daarmee ontvangt de leaserijder als het ware een kilometerbonus.”
“Het systeem dat gebrek aan efficiëntie en vernieling beloont, moet veranderd worden. Dat kan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.