*

 
dossier

Archief

Leraar-in-opleiding vergroot aanzien beroep

SJOUKE WOUDA − 05/02/98, 00:00

Dit schooljaar is het experiment op 9 pedagogische academies gestart. Als landelijk LIO-coördinator zie ik nu al de eerste resultaten. De impact van de 1 000 betaalde leraren-in-opleiding is groot. LIO's, opleidingen en scholen zijn enthousiast. De LIO's ervaren hun werk als zwaar maar levensecht. Het gevaar is echter dat de Tweede Kamer besluit het experiment niet voort te zetten.

Elke leraar herinnert zich de eerste confrontatie met het beroep. Er is geen sprake van een geleidelijke inwerkperiode zoals in de meeste andere beroepen. Beginnende leraren moeten alle zeilen bijzetten voor klassen die eerder geneigd zijn hen uit te proberen dan hen te helpen de begintijd met succes te doorstaan.

In 1993 besteedde de Commissie Toekomst Leraarschap (de commissie-Van Es) aandacht aan de abrupte overgang tussen de opleiding en de praktijk. Eén van de aanwijsbare oorzaken was volgens Andrée van Es de kloof tussen lerarenopleidingen en de onderwijspraktijk. Minister Ritzen nam het voorstel van de 'leraar-in-opleiding' van de commissie over.

Een LIO geeft zelfstandig les aan een 'eigen' klas; er zit geen leraar achterin om te zorgen dat leerlingen meedoen. De LIO voert zelf gesprekken met ouders, neemt deel aan team- en rapportvergaderingen en doet mee aan de voorbereiding van themaweken en vieringen. Gedurende vijf maanden aaneengesloten of over een heel jaar gedurende 2,5 dag, staat de LIO alleen voor een groep. De leraar van wie de LIO de lessen overneemt, is begeleider of coach. De leraren die 'hun klas afstaan' vinden het vaak moeilijk om op afstand te begeleiden, maar worden daarin getraind. Ook de lerarenopleiding begeleidt de LIO in het leerproces. Zelfstandigheid en begeleiding zijn hierbij cruciaal. Door regelmatig overleg tussen opleiding en coaches, wordt de begeleiding afgestemd en worden ervaringen uitgewisseld. Ook nemen de LIO's hun ervaringen mee in de opleiding. De lerarenopleiding wordt op deze wijze gevoed door de praktijk.

De LIO is een scharnier in de innovatie van opleiding en school. De student voelt zich goed voorbereid op het leraarschap, de scholen komen in contact met enthousiaste jonge docenten en de opleidingen zien het effect van een betere aanpassing van hun onderwijsprogramma aan de praktijk. Het is een grote verworvenheid dat de dualisering (gecombineerd werken en leren) juist bij de lerarenopleiding, beroepsopleiding bij uitstek, in gang is gezet. Het experiment met de betaalde LIO moet de vraag beantwoorden of er een duidelijke meerwaarde is vergeleken met een uitgebreide stage. Leert de student met een rechtspositie in de school meer dan een student zonder een arbeidsovereenkomst?

De meerwaarde van de hele onderneming zit vooral in het contract tussen de drie partijen: opleiding school en LIO. De betaalde LIO krijgt een aanstelling, maar heeft ook de plichten van een werknemer. De basisschool beslist welke LIO deel van het team gaat uitmaken, de LIO moet gewoon solliciteren. Door de leerarbeidsovereenkomst verplicht de basisschool zich de LIO te begeleiden. De LIO mag niet her en der als vervanger ingezet worden. De lerarenopleiding verplicht zich ook tot begeleiding. Het zware praktijkdeel in het laatste jaar dwingt de opleiding het onderwijsprogramma anders in te richten, veel beroepsgerichter. Van vrijblijvendheid is voor geen van de partijen sprake.

Gevaar

In het succes van het experiment schuilt ook meteen een gevaar.

Hogescholen die niet zijn geselecteerd voor het experiment met de betaalde LIO vinden dat hun concurrentiepositie wordt ondermijnd.

Studenten die niet betaald worden voor hun stage protesteren tegen de rechtsongelijkheid. Op één basisschool kan in theorie zowel een betaalde als een onbetaalde LIO werken. In deze situatie hebben alle betrokkenen baat bij duidelijkheid.

Toch wegen deze bezwaren mijns inziens niet op tegen continuering van het experiment. Het lijkt mij juist tijd om de verworvenheden over te dragen aan nog meer lerarenopleidingen, om nog meer LIO's en basisscholen een kans te geven in deze leerwerksituatie ervaring op te doen.

De betaalde LIO kan het aanzien van het beroep van leraar vergroten. De lerarenopleiding wordt voor studenten bovendien aantrekkelijker. Wie kiest voor een lerarenopleiding, kiest voor een beroepsgerichte opleiding met bijna zeker uitzicht op een baan.

De Kamer wil in 2000 een beslissing nemen over structurele invoering van de LIO. Dat duurt voor studenten, lerarenopleidingen en basisscholen veel te lang. Ik roep de politiek op het experiment met de betaalde leraar-in-opleiding voort te zetten en uit te breiden, op weg naar structurele invoering.

mailIcon print |