*

 
dossier

Archief

Petterik Wiggers ontwapenend en sterk

ERIC BRASSEM − 09/01/97, 00:00

Petterik Wiggers houdt van mensen, en daarom houdt hij van fotograferen. Zijn camera is een alibi, een apparaat waaruit pret voortkomt. En nog foto's ook. In zijn geval: prachtige, intieme, sympathieke foto's.

Zelf geeft de 'Fotojournalist van het jaar 1996' dikwijls hoogdravende beoordelingen van zijn werk. Maar dan alleen in ironiserende zin. “Zie je hoe uitgekiend die lijn - wham! - door die andere snijdt? Meesterlijke compositie hè? Met deze foto wil ik dus uitdrukken. . .” en dan volgt een wauwelverhaal over wat hij er in ieder geval niet mee wil uitdrukken.

Als Petterik - na eindeloos gepeuter, geschuif en gepriegel met die grote onhandige handen van hem - eindelijk tevreden is met het resultaat, dan is het allergrootste compliment dat hij zichzelf permitteert: “Leuk hè?” Je kunt hem in zo'n geval geen groter plezier doen, dan te vragen of hij daar nou geld voor denkt te krijgen.

Ondanks deze pretentieloosheid, is voor Petterik elke foto een gewetenszaak. Niet alleen overschrijdt hij schouderophalend alle deadlines als dat de foto ten goede komt, hij trotseert levensgevaarlijke situaties als hij vindt dat een onderwerp het waard is. Sensatiezucht is hem daarbij volstrekt vreemd. Hij haat geweld, heeft een diepgewortelde afkeer van soldaten en is doodsbang voor geweren die per ongeluk in zijn richting wijzen. Maar als de heilige verontwaardiging in hem vaart, kent hij geen angst.

Zeer terecht heeft Petterik een prijs gekregen die hem eert als fotograaf én als journalist. Vorig jaar publiceerde deze krant een serie artikelen over Somalische asielzoekers. Die serie was er nooit gekomen zonder Petterik. Het begon allemaal met zijn woede over een ambtenaar van justitie, die in de rechtszaal niet alleen aperte nonsens vertelde over Somalië, maar nog loog ook. Petterik was niet meer te houden, reisde af naar Somalië, en sprak daar de 'onbetwiste leiders' met wie justitie zei een 'akkoord' te hebben over terugkeer van hier verblijvende vluchtelingen. Aldus vergaarde hij de informatie die van het hele verhaal van justitie geen spaan heel liet.

Petteriks kracht schuilt in zijn schijnbare naïviteit. Hij ontwapent over het paard getilde muzikanten met zijn ongeveinsde belangstelling en bewondering (zelf speelt Petterik niet onverdienstelijk mondharmonica). Het is dezelfde magie die maakt dat hij zich in Afrika vrij kan bewegen (zij het doorgaans met een sliert kinderen achter zich aan) op plekken waar anderen beter niet kunnen komen: ook mensen die geneigd zijn tot alle kwaad vallen voor hem. Dat gaat bijvoorbeeld zo. In Dire Dawa (Ethiopië), dat bol staat van qat-handelaars en louche types, banjert een met dure camera's behangen Petterik over de markt, berucht om de roof- , steek- en moordpartijen.

Vrouwen dreigen hun zwaarste handelswaar naar zijn kop te gooien, als Petterik zijn camera op hen richt. Gegil, misbaar, een opstand met onoverzienbare gevolgen dreigt. Binnen een minuut zijn de marktvrouwen voor de bijl, en poseren ze net zo lang tot Petterik is uitgefotografeerd. “Leuk hè?”, zegt hij dan.

Jawel Petterik, hartstikke leuk. En je wint er nog een prijs mee ook.

mailIcon print |