Het is een eigenaardig artikel dat Ridderbos op 2 januari in Podium naar aanleiding van De Wijers verhaal over Miskotte in Letter en Geest van 13 december jl. schreef. Ik voel weinig behoefte het standpunt dat hij inneemt te bestrijden, omdat het zo afwijkend is dat het waarschijnlijk weinig invloed zal hebben. Zo lijkt het mij voor geen bestrijding vatbaar dat Miskotte een van de zeldzame denkers is die op het front van de cultuur getheologiseerd hebben. Men kan zijn inzichten en resultaten betwijfelen, maar men kan niet ontkennen dat hij een belangrijk cultuurcriticus is geweest. Maar daarover niet. Het is evenwel misschien goed enige onjuistheden in het artikel recht te zetten.
Dat dit boek over 'niets' zou gaan, is niet waar. Tromp, die bij het verschijnen ervan vroeg of Miskotte niet te diep graaft en achter het nazisme te veel zoekt, heeft ongetwijfeld een beetje gelijk. Toch is de verdienste van Miskotte dat hij het nazisme ziet stoelen op een belangrijk ferment in de Europese cultuur. Daarmee voorkomt hij, dat het als een duivels interregnum wordt beschouwd, dat we zo vlug mogelijk moeten vergeten. Bovendien heeft hij zo gelegenheid de totaal andere Israëlitische geestesstructuur er contrastmatig tegenover te stellen. De zin van het boek is tenslotte de oproep tot een scheiding der geesten te komen. Dat de man die het boek het scherpste aanviel, even later zich als nazi ontpopte, is veelzeggend.
Men kan Miskotte verwijten dat hij te veel geleerden uit die kringen aanhaalde bij zijn bewijsvoering, maar misschien hadden zij toch wel het beste begrepen waartoe het eddische denken leidt. In ieder geval is het getuigenis van Abel Herzberg reeds voldoende om het boek te rechtvaardigen. Hij schrijft in zijn 'Kroniek der Jodenvervolging': 'In het Nederlands is zij (die waarheid) zelden of nimmer indrukwekkender geformuleerd dan door prof. dr. K. H. Miskotte in zijn boek 'Edda en Thora', dat boek dat tijdens de bezetting voor zoveel Joden een bron van kracht in alle kommer is geweest.'
Het boek heet niet 'Edda of Thora', zegt Ridderbos. Daarin heeft hij natuurlijk gelijk, al wil het wel een scheiding der geesten ten bate van de Thora bewerkstelligen! Er zit in de fenomenologie van Miskotte bij alle Einfühlung ook een dogmatische vooronderstelling. Maar Miskotte heeft een echte zorg voor de Europese cultuur, die hij zo zuiver mogelijk wil bewaren. Het eddische, dat er ook in zit, heeft hij met veel liefde en genegenheid getekend, zo zelfs dat men in Indonesië, waar hij deze voordrachten hield, dacht, dat hij met het fascistische gedachtegoed sympathiseerde. Men speelde bij zijn afscheid 'Wien Neêrlands bloed door de aad'ren vloeit, van vreemde smetten vrij'. Miskotte stond op de boot, wenend, tranen met tuiten, over zoveel misverstand.
Toch, het moet gezegd, heeft hij zich aan de toverkracht van dit denken blootgesteld en het door zich heen laten gaan als geen ander. Hij schrijft: 'Onder voorgang van enkelen is het in velen aan de dag gekomen, dat de mythe 'onze' mythe is, dat er iets in ons leeft (zo men wil 'in ons bloed'), hetwelk zich daarin herkent, en zich daarmee naar de aandrift van een innerlijke noodwendigheid, die nauwelijks ruimte voor bezinning en keuze overlaat, gaarne verenigt. Het verbaast ons eerder, dat nog niet veel meer jongeren tot deze ontdekking komen' ('Edda en Thora', p.33). Hij wil echter ten bate van onze Europese cultuur zich wel bezinnen en wel een keuze doen: hij wil een scheiding der geesten. Het Joodse en Griekse ferment in onze cultuur is hem uiteindelijk dierbaarder. Het is vruchtbaarder als het om de humaniteit gaat. De Edda vereert immers de held en de geweldenaar.
Bij mijn weten heeft H. H. Miskotte in zijn 'Niet te vergeten Miskotte' niets of bijna niets gezegd over Miskotte in de bezetting, zoals Ridderbos beweert. Dat hij een brave burgerman zou zijn geweest, die als een haas onder de struik het onweer afwachtte en pas na bevrijding van de kansel riep: Gods vijanden vergaan! is een voorstelling van zaken die met de werkelijkheid niet strookt. Het is onbegrijpelijk dat Ridderbos dit stelt. Miskotte heeft in de oorlog aan het verzet deelgenomen, in het bijzonder aan de hulpverlening aan zijn joodse medeburgers en als schrijver van illegale pamfletten, waarvan de belangrijkste is: 'Betere weerstand'. Als hij na de bevrijding een aanvechtbare uitroep doet, is dat gedaan in 'opgewondenheid', zoals hij mij een keer zei. Het is geen uitspraak die op het goudschaaltje van de geschiedenisfilosofie kan worden gewogen. En ondanks alles is het toch waar, dat nazisme vijandschap tegen God was.
Dat heeft hem niet verhinderd in 'In de Waagschaal' op de vragen van Strijd naar de bombardementen van de Engelsen en Amerikanen in te gaan. Hij was het met hem eens, dat die bombardementen misdaden waren, al vond hij dat de kruisiging van Jezus er niet bij hoefde te worden gehaald. Bij de Jodenvergassingen echter was dat anders, want het volk van Jezus werd omgebracht. Er blijft dus, volgens Miskotte, een verschil tussen deze twee soorten van misdaden.
Tenslotte nog iets over het artikel in het Haarlems Kerkblad, waarin Miskotte het besluit om NSB'ers van het avondmaal en de ambten te weren een jammerlijk en schandelijk besluit noemt. Inderdaad, omstreeks deze tijd is hij ook aan zijn 'Edda en Thora' begonnen. Maar om nu te concluderen dat hij theoretisch wist hoe het zat maar praktisch minder helder was, is niet helemaal juist. Ik denk dat hij dit middel niet goed vond. Hij was niet voor dergelijke tuchtmaatregelen. En daar is iets voor te zeggen, temeer daar niet alleen de NSB'ers onder dit verbod vielen maar ook de CDU'ers. Daar wilde hij geen goed woord voor doen. Het is zeker niet de bedoeling de geestelijke weerbaarheid tegen het nazisme te breken.
Wel aarzelde Miskotte in die tijd nog, of we niet een fascistische overheersing moesten verdragen om een communistische te voorkomen. Hij zei dat in de discussie na een lezing over het nazisme. Een heer in de zaal sprak hem tegen. Miskotte heeft zijn argumenten onder de tekst van zijn lezing geschreven, zeer nauwkeurig en gedetailleerd. Want hij vond: deze man kon gelijk hebben. Later is hij er ook zo over gaan denken. Overigens is het begrip voor een dergelijke aarzeling tegenwoordig sterk toegenomen, terecht of ten onrechte.
Hiermee wil ik zeggen: Miskotte heeft ook zijn aarzelingen gehad. Dat is alleen maar menselijk. Voor dat aspect zou Ridderbos meer oog moeten hebben: zijn artikel is te smalend uitgevallen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.