*

 
dossier

Archief

Hoge minister Bram heeft zich bedacht

MART SMEETS − 12/09/98, 00:00

Help. Bram komt in beeld. Bram is nu hoog, hoger dan hij ooit was. Bram is minister geworden en dat is wel heel erg hoog hoor! Neelie was ook minister en Bram was maar gewoon burgemeester van een havenstad met een club die arbeidersvoetbal speelde en een stad zonder echte sportuitstraling en dus wilde Bram ineens meer.

Bram is een man van mijn hart. PvdA, eigenlijk met een kleine A, maar ach. Hij heeft de goed gevulde ruif gezien en eruit gegeten en Bram is klaar voor het grote werk in deze wereld. Neelie ging hem voor. Zij is van de VVD, maar eigenlijk zijn die partijen nauwelijks nog verschillend, zeker als je op de hoogtes uitgekomen bent waar beiden vertoeven.

Bram en Neelie besturen een grote stad en dan komt er een zomer waarin in Frankrijk grote-mensen-voetbal gespeeld word. Bram laat ineens een oprisping los: dit deugt niet, dit duurt te lang, dit is staatsgevaarlijk, dit is waanzin. .

Bram heeft gelijk. Zijn gelijk.

Hij ziet zaken door de kleine bril, maar omdat hij hoog is, ventileert hij die gedachten en de voetbalwereld reageert verschrikt; wat zegt die malle kwibus in Rotterdam nou weer? Hadden ze hem net 'hoog' gemaakt en nu bemoeit hij zich met wereldse zaken, dat was toch niet de bedoeling! Dan wordt het zomer 1998. Een mooie zomer vol Epo en tragedie, met Clinton in een hoofdrol en bovenbaas Kok neemt Bram ineens op in zijn kabinet.

Help again. Daar zit-ie dan. Nog hoger dan hoog, wel bijna te hoog. maar hij is er toch maar en dit nemen ze hem niet meer af. Stormen heeft hij getrotseerd, hij heeft een arrogante politiepik naar huis gekregen en hij heeft een havenstad aan de swing weten te houden en nu wacht het landsbelang.

En ook het voetbalkampioenschap van het fameuze jaar 2000 en Bram bedenkt zich als hij zich 's ochtends staat te scheren, en Neelie in nachtgewaad achter hem langs loopt dat hij nu, als bewindvoerder, toch andere dingen moet zeggen dan hij drie maanden eerder als burgervader op drift nog riep.

Bram pijnigt de grijze cellen. Hoe komt hij hier uit? Hoe kan hij geloofwaardig blijven? Hoe kan hij gezichtverlies vermijden? Hoe kan hij. . .

“Neel,” roept hij, terwijl hij stekende after-shave aanbrengt. Zij antwoordt niet. Ze roostert vier boterhammetjes en perst een jong grape-fruitje uit. “Neel”, schreeuwt hij nu, “Neel”, ik heb het. Ik zeg gewoon dat ik niet goed nagedacht heb toen ik die opmerkingen over de duur van het kampioenschap noemde. . hoe klinkt dat?' Vanuit de keuken komt een luidkeels zwijgen.

Bram kijk in de spiegel. Het was ook eigenlijk wel heel stom om te durven stellen dat voetbalkampioenschappen wel in twee weken verspeeld zouden kunnen worden. Hij knikt zichzelf in de spiegel toe. Waarom moest hij die waangedachte ook weer uiten? Hij denkt na en weet het niet meer. Neel perst inmiddels door en wacht op de binnenkomst van haar held. Samen met die jongen van Tobback zal Bram de EK van het jaar 2000 geheel redden.

Ze lacht schalks en hoort zijn voetstappen op de trap. Hoor, jeugdig, kwiek en snel; zo hoort ze hem graag. Bram gaat aan de ontbijttafel zitten en zegt: “Ik zeg gewoon dat ik me bedacht heb. Dat het toch maar drie weken moet worden en dat ik hoop dat de politiemachten van de onderscheiden steden in die weken hun werk goed doen.”

“Geloof je dat echt?” vraagt Neel. Hij kijkt haar aan en schudt zijn hoofd: “Natuurlijk geloof ik dat niet, het zijn immers voetbalsupporters en lager volk is nauwelijks te vinden, maar ik moet wel. Laat me nou maar, hier kom ik ook wel weer uit.”

Zij knikt en smeert een dun laagje Slankie op een toastje. Het leven is verrukkelijk en de bips moet ingeperkt blijven. En dus merkt Bram op dat hij tot inkeer gekomen is.

Pardon? Ja, tot inkeer. Hij heeft het licht gezien. Hij begrijpt nu iets meer van sport ... (nee hoor, dat doet hij niet, maar hij zegt in ieder geval dat hij dat wel doen)... en stelt dat er iets mankeert aan het arbeidsritme van vele voetballiefhebbers.

Wattt? Het arbeidsritme van de voetballiefhebber? Bram denkt verschrikkelijk diep na. Weet hij inderdaad wat dat is? Hij kijkt Neel aan. Wat is het leven toch heerlijk.

“Die Tobback is een goede vent”, zegt hij, staat op en loopt naar de voordeur. Hij kust Neel vluchtig en groet zijn chauffeur. “U heeft zich bedacht?” zegt die man. Bram glimlacht gemeen. Natuurlijk heeft hij zich bedacht.

mailIcon print |