*

 
dossier

Archief

LASTIGE VRAGEN (Huub Elzerman)

Max Frisch − 07/01/95, 00:00

Is het huwelijk nog een probleem voor U?

In welke van de twee gevallen praat U liefdevoller over een voorbije relatie: als u een vrouw heeft verlaten of als U verlaten bent?

Volgens mij had Marsman de tweede categorie voor ogen, toen hij dichtte: “Eens zult gij niet meer lachen met tanden vocht en wit, omdat bederf en schande in al uw leden zit.” Ik vind de verdeling in deze twee categorieën onzinnig. Het is lang niet altijd duidelijk wie er eigenlijk wie verlaat. Over voorbije relaties behoor je overigens of liefdevol te spreken of er over te zwijgen.

Leert U van de ene liefdesbetrekking iets voor de volgende?

Het is de vraag of je dat moet willen. Leren van dit soort ervaringen ontkent de uniciteit van elke ontmoeting en is een gevaar voor alle spontaniteit. “Een man die eenmaal schipbreuk heeft geleden, is bang voor iedere zee”, schreef Ovidius al. Is het je trouwens nooit opgevallen dat gescheiden mensen heel vaak hertrouwen met een (jonger) duplicaat, een kloon van de vorige? Die hebben in ieder geval niets geleerd of - en dat kan ook - ze willen van hun mislukking alsnog leren.

Als U steeds dezelfde ervaringen met vrouwen opdoet: denkt U dan dat het aan de vrouwen ligt, met andere woorden, vindt U zich daardoor een vrouwenkenner?

Nee, iemand die in de ander alleen stereotyp gedrag herkent, is per definitie geen kenner. Niet van vrouwen, en ook niet van mannen.

Wie heeft het castratiecomplex uitgevonden?

Was dat niet Sigmund Freud? In het Oedipuscomplex tobt de man met het al of niet verborgen verlangen de moeder te bezitten en de vader te doden. Het vervolg op dit enigszins in ongerede geraakte leerstuk is het castratiecomplex: de vrees door de vader te worden ontmand als straf voor de verboden liefde jegens de moeder. Wijlen schaakgrootmeester J. H. Donner vond in ieder geval in theorie de uitweg uit deze freudiaanse doolhof. Onbekommerde, neurose-vrije liefde was volgens hem mogelijk met een zwarte vrouw. “Want, zo leerde Donner, een negerin kan nooit mijn moeder zijn.”

Hebt U wel eens een dode gekust?

Nee, het moderne uitvaartwezen biedt daartoe ook weinig kans. De geliefde dode wordt snel weggehaald en pas bij het afscheid opgebaard weer getoond, meestal in een schemerige rouwkamer met diffuus strijklicht en een voile over de kist. De vervreemding begint terstond.

Bent U bang voor armen?

Nee, maar dat neemt niet weg dat ik de 'veramerikanisering' die nu in Nederland om zich heen grijpt, afwijs. Het zal waar zijn dat de verzorgingsstaat te ver is doorgeschoten, dat er terwille van de internationale concurrentieverhoudingen in overdrachtsuitkeringen moet worden gekapt. Maar het is toch bizar dat er aan de ene kant miljarden aan belastingverlaging wordt geboden, terwijl er in de verpleeghuizen geen verpleegster is te vinden die met een steek komt aanhollen? En waar blijft de kritische journalistiek? Waarom kan zo'n gezellige, VVD-dikkerd als Erica Terpstra zich ongestraft op de treurbuis manifesteren als de moederkloek aller bejaarden, terwijl ook zij haar handtekening heeft gezet onder 18 miljard bezuinigingen op de collectieve uitgaven? Nee, ik ben niet bang voor armen. Ik ben tegen het ontstaan van een kansarm neo-proletariaat dat volledig afhankelijk wordt gemaakt van flexibele arbeid, van slecht betaalde afroep- en nulcontracten, tegen verpaupering van de binnensteden. Eigenlijk ben ik overal tegen waar iedereen tegen is zolang het geen geld kost.

Wat doet U voor geld niet?

Ik doe niets dat tegen mijn geweten indruist. Maar gewetens hebben, zoals je weet, een eigen dynamiek.

Hebt U gevoel voor humor als U alleen bent?

Om te beginnen houd ik van alle humor: van de slapstick tot inktzwarte galgehumor. Zelfs de eeuwige moppentapper kan bij mij op een gunstig onthaal rekenen. Ik kan gelukkig om mij zelf lachen, ook als ik alleen ben.

Waarom schuwen revolutionairen humor?

Relativeren is waarschijnlijk niet de sterkste kant van wereldverbeteraars, maar ik vraag me toch af of de stelling klopt. Er was in de politieke ideeën van het ex-kamerlid voor de CPN, Marcus Bakker, geen sprankje humor te bekennen. Toch stond hij als heel humoristisch te boek. Is misschien het omgekeerde waar? Zijn wereldverbeteraars meer dan gemiddeld chagrijnig? Het is een actuele vraag, want de minister-president van dit land wordt zelfs door zijn partijgenoten beschreven als een nurkse figuur met een ochtendhumeur tot in de middag. Een paar weken geleden was ik in de gelegenheid om zijn voormalige FNV-woordvoerders naar hun opvatting te vragen: Wat vinden jullie van het gejeremieer over het humeur van Wim Kok?

'Gezeur', stelden we gedrieën vast. Natuurlijk, het is een scherp debater met een reusachtige dossierkennis. Hij mag onbenullen die hun huiswerk niet goed hebben gedaan graag onderuit halen, hij schuwt de verbale tweebenige tackle niet. Maar dat gebeurt toch altijd met een sardonische grijns, met relativerende spot op het kwajongensachtige af? (Is het geen goed idee om hemzelf een paar van je Lastige vragen voor te leggen?)

Maar goed, wellicht gaat het zelfs de geestelijke vermogens van Kok te boven om in de Haagse politiek het zonnetje in huis te spelen. Dat kan toch niemand verbazen? Hoeveel humor is er te verwachten van iemand die weet hoe weinig er te lachen valt?

mailIcon print |