In hun baldadige boek over de filosoof Arthur Schopenhauer zeggen Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes dat er in Nederland telkens weer gepoogd is 'om Schopenhauer niet gelezen te krijgen'.
Aan theologen als lezers van Schopenhauer hebben zij vermoedelijk niet gedacht. Anders zou de naam van A. H. de Hartog een prominente plaats in hun boek hebben gekregen. De Hartog eindigde zijn theologische loopbaan als hoogleraar ethiek en godsdienstwijsbegeerte in Amsterdam. Als geen ander kende hij de Duitse denkers van de 19de en de 20ste eeuw. In 'Nieuwe Banen' verdedigde hij het christelijk geloof met grote kracht en virtuositeit. Daarbij is Schopenhauer voortdurend zijn discussiegenoot. De Hartogs taal is die van de Statenvertaling en voor onze tijd net zo moeilijk toegankelijk als de uitdrukking 'het gekrookte riet' voor de journalist van de Brusselse 'Standaard' die onlangs over Urk een reportage schreef.
De Hartogs zoon Jan koos al met tien jaar het ruime sop. Zou hij veel van zijn in de studeerkamer tronende vader hebben opgestoken? Was de zee een protest van Jan de Hartog tegen het gewicht van Vader? Heeft de auteur van 'Hollands Glorie' ooit over deze kwestie geschreven? Is misschien zijn grote studie over de Quakers in de Verenigde Staten het antwoord aan de schitterend doordachte maar loodzware dogmatiek geweest?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.