DEN HAAG - Met een verwijzing naar de Nederlandse handelstraditie relativeerde minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) gisterochtend het extra gewicht dat de behartiging van ons economisch belang krijgt in het buitenlands beleid. “Het is een valse voorstelling dat Nederland tot dusver dat belang niet in de gaten hield. Iedere buitenlander schiet in de lach als Nederland wordt voorgesteld als een land dat zijn economisch belang verontachtzaamt”, zei de minister bij de presentatie van de nota over de herijking van het buitenlands beleid.
Van Mierlo verzekerde dat Nederland zowel koopman als dominee zal blijven. “Ik denk, eerlijk gezegd, dat we gedoemd zijn beide elementen in ons te houden. Ik zou een van beiden ook niet willen missen.” Ter ondersteuning van zijn betoog wees hij op zijn eigen inspanningen om tijdens het staatsbezoek aan Indonesië de mensenrechten ter sprake te brengen. “In het gesprek met mijn ambtgenoot Alatas zijn de mensenrechten langdurig aan de orde geweest. Niets was gemakkelijker dan te zeggen: zullen we dat maar een keer overslaan?”
Het extra accent op onze economische belangen spoort met het kabinetstreven om met het buitenlands beleid het nationaal belang te dienen. De verantwoordelijke bewindslieden (Van Mierlo van buitenlandse zaken, Voorhoeve van defensie, Pronk van ontwikkelingssamenwerking, Wijers van economische zaken en Zalm van financiën) constateren dat in Nederland traditioneel 'enige schroom' om het Nederlands optreden in de wereld in dienst te stellen van het nationaal belang. Zij voeren die beduchtheid terug op het misverstand dat het eigen belang van Nederland noodzakelijkerwijs op gespannen voet staat met de belangen van andere landen.
De ministers betogen dat die strijdigheid van belangen zich steeds minder voordoet in een wereld waarin de lotsverbondenheid tussen staten toeneemt. Ook ons belang is gediend met een goed geordende, internationale samenleving die mensenrechten respecteert, sociale rechtvaardigheid betracht en duurzame groei nastreeft.
Ze putten zich uit in voorbeelden: “Een vredesoperatie kan tot doel hebben veiligheid en stabiliteit te herstellen, maar kan tevens zijn ingegeven door dringende humanitaire overwegingen. Ontwikkelingssamenwerking geeft uitdrukking aan gevoelens van solidariteit, maar wordt ook gevoed door de gedachte dat een wereld met meer dan een miljard mensen in absolute armoede op den duur niet stabiel te houden is. Het bevorderen van zowel de eigen welvaart als die van anderen dient nauw verbonden te worden met het element van de ecologische duurzaamheid.”
Zij wijzen op andere samenhangen. Een aanpak van de vluchtelingencrisis dient het nationale belang de migratie te beperken, de terugdringing van de vervuiling van Europese rivieren stelt onze drinkwatervoorziening veilig, de bestrijding van de internationale werkloosheid is gebaat bij buitenlandse orders voor Nederlandse bedrijven.
Verscherpte concurrentie
Ter verdediging van het zwaardere economisch belang in het buitenlands beleid voeren de ministers aan dat Nederland wordt geconfronteerd met een verscherpte internationale concurrentie. Dat is het gevolg van de schaalvergroting in de economie, het wegvallen van grenzen en tariefmuren en versnelde innovatie. Ook leggen ze een verband met het wegvallen van het IJzeren Gordijn in 1989, hetgeen de economieën van het voormalige oostblok voor andere landen toegankelijk heeft gemaakt.
In hun nota hebben de ministers die betrokken zijn bij het buitenlands beleid voor het eerst, zes jaar na dato, een gezamenlijke visie ontwikkeld op de internationale omwenteling waarmee de ineenstorting van de communistische regimes gepaard is gegaan. Zij schetsen hoe de beklemmende maar overzichtelijke internationale verhoudingen uit de Koude Oorlog, waarin één blok tegenover het andere stond, plaats hebben gemaakt voor een beweeglijk, diffuus beeld van machtsconflicten op uiteenlopende terreinen.
Bij elk machtsconflict zijn andere partijen betrokken. Naarmate de verhoudingen tussen de grote mogenheden vreemdzamer zijn, verschuift de internationale wedijver naar de terreinen van economie en technologie. Er onstaat een tendens naar meer economisch gerichte blokvorming, met als gevolg dat handelsconflicten de veiligheidsrelaties binnen de driehoek Europa-VS-Japan verstoren.
De gecompliceerde internationale verhoudingen plaatsen Nederland voor dilemma's die ten tijde van de Koude Oorlog ongekend waren. De ministers hechten weliswaar nog altijd grote waarde aan de band tussen Europa en de Verenigde Staten ('Een onmisbaar anker voor stabiliteit') en aan het lidmaatschap van de Navo, maar erkennen dat het nog maar de vraag is of de VS, nu de allesoverheersende dreiging van de Sovjet-Unie voorbij is, nog een mondiale leidende rol willen spelen. “De onderlinge band kan onder druk komen te staan door de tendens aan weerszijden van de oceaan zich meer op de eigen regio en economische zorgen te richten.” Bovendien dienen zich nieuwe bedreigingen van de wereldorde aan. Een complicerende factor is dat de nationale staat voor een toenemend aantal problemen te beperkt is geworden om met adequate antwoorden te komen. De milieuvervuiling, de migrantenstromen, de georganiseerde misdaad en gezondheidsvraagstukken dwingen tot erkenning van de wederzijdse afhankelijkheid en kwetsbaarheid.
In deze internationale constellatie blijft, schrijven de ministers, de Europese integratie een basisvoorwaarde voor onze welvaart en een instrument om een stabiele omgeving te scheppen. Zij constateren dat het integratieproces de laatste jaren, met het toenemen van het aantal lidstaten, in moeilijker vaarwater terecht is gekomen. “Het zal veel inspanning vergen om de Europese Unie op koers te houden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.