KIREJEVSK - “Wie blust de volgende kerncentrale?” staat op een muur geschreven van de mijnwerkersclub in het Russische plaatsje Kirejevsk. Langs de muur liggen uitgeputte mannen op veldbedden. Ze lijken verdoofd.
“Als er weer een kerncentrale ontploft dan hoeven ze bij ons niet meer aan te komen. We hebben het land al een keer gered van die nucleaire rotzooi en dan bedriegen ze ons ook nog”, zegt Valeri Simonov met zoveel verontwaardiging als zijn zwakke stem toelaat. Drie weken geleden stopte hij met de 24 andere mannen in dit lokaal met eten. Met hun hongerstaking probeerden ze af te dwingen dat de regering in Moskou, 250 kilometer van hier, hun uitkeringen uitbetaalt. Sinds maart vorig jaar hebben ze niets meer gekregen.
Zelfs de kleinste beweging kost de hongerende mannen moeite. De meesten liggen apathisch op een veldbed. Een paar mannen doen het woord, soms verward. “Jij kan al niet meer denken”, plagen ze elkaar.
Kirejevsk is een plaatsje van mijnwerkers. Juist op hen werd een beroep gedaan toen er bijna elf jaar geleden een ontploffing was in de kerncentrale van Tsjernobil, ruim duizend kilometer westelijk. Van overal werden mensen gehaald om het vuur te blussen en het radioactieve gevaar met beton af te dekken. De ramp werd zoveel mogelijk geheim gehouden, ook voor de mensen die het gevaarlijke werk moesten doen. Ze hebben het geweten, later.
Uit Kirejevsk gingen 120 mannen naar Tsjernobil, mannen in de kracht van hun leven. Een paar jaar later waren ze bijna allemaal wrakken. “Van de 120 zijn er nu 97 arbeidsongeschikt. We hebben allemaal kwalen”, zegt Sergei Vorobjov, de leider van de hongerstaking. “Bij geen van ons is nog een normaal kind geboren. Er mankeert van alles aan.”
Toch hebben de mannen er geen spijt van dat ze zijn gegaan. “Het was onze plicht. Als het moet dan moet het. Zo dachten we in die tijd”, zegt Joeri Roekazjonkov (61). Een paar jaar later openbaarden zich de gevolgen in duizend-en-een aandoeningen. De een na de ander was niet meer in staat om gewoon te werken. Niemand wilde erkennen dat die ziekten iets met die kerncentrale te maken hadden. Dat gebeurde pas een jaar of vijf geleden, nadat het communistische systeem en de Sovjet-Unie in elkaar waren gezakt. Ze kregen uitkeringen, maar soms was het geld amper genoeg om te eten en de medicijnen te betalen.
In het nieuwe Rusland betekent het recht op een uitkering nog niet dat je die ook krijgt. Bijna een jaar hebben de mannen in Kirejevsk niets meer ontvangen. “Het geld is er wel”, zeggen ze, “maar het verdwijnt ergens.”
Een van de mannen heeft een andere verklaring. “Ze hadden nooit gedacht dat we nog tien jaar zouden leven”, zegt Vladimir Sjisjkov. “Ze hebben er nooit rekening mee gehouden dat ze zo lang zouden moeten betalen.”
In Kirejevsk begonnen ze de hongerstaking met zestig man. De regering gebruikte een oude truc: er werd een klein beetje geld gestuurd en een heleboel beloften. Ruim de helft van de mannen gaf de actie op. “De blaffende hond kreeg een bot in zijn bek”, moppert Roekazjonkov. “Er waren ook mensen die problemen thuis hadden, met zieke kinderen bijvoorbeeld”, verdedigt Simonov de afvalligen. “Nou, ik heb een vrouw die ziek thuis ligt. Maar je moet standvastig zijn. Ik voer deze actie omdat ik een patriot ben. Ik hou van dit land, maar niet van de regering. Als je ziet wat de regering met ons doet, wie zal dan gaan opruimen als er weer een kerncentrale ontploft. Er zijn nog genoeg van die gevaarlijke dingen hier.”
Een verpleegster die vrijwillig langs komt om de mannen glucose en vitaminen in te spuiten, is vol bewondering voor de actie. “Iedereen heeft problemen hier, maar deze mannen doen iets”, zegt Lidia Tsjekmazova als ze haar medische spullen inpakt. “Mijn man werkt in de kolenmijn en heeft sinds juni geen geld meer gehad. Ze hebben een beetje gestaakt in de mijn, toen kregen ze een beetje geld. Ze hebben niet de wilskracht van deze lui.” Met een verlegen glimlachje zegt ze ten afscheid: “Ik ben zelfs trots op ze.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.