Inlichtingen over dit project, tien woensdagavonden 17/9 - 3/12 1997: De Rode Hoed, Amsterdam, 020-6256940.
Het ambitieuze initiatief van Huub Oosterhuis en bijbelvorser Alex van Heusden zou deze maand beginnen, maar moest te elfder ure toch naar het najaar worden verschoven: “We vonden dat we onszelf maar wat meer tijd moesten gunnen”.
Vorige week was er voor een 200 mensen een voorproefje, een opmaat, een try-out van wat vanaf september, tweemaal tien avonden per jaar, wellicht tot ruim na de eeuwwisseling wordt geboden: de bijbel van kaft tot kaft gelezen voor meer en minder buiten-, on- en anti-kerkelijken. De inleidende avond draaide om Genesis.
Net als bij Nico ter Linden met zijn 'Het verhaal gaat...' leeft in de Rode Hoed de overtuiging dat het bijbelse verhaal belangstelling verdient, ook van de snel groeiende gemeente die van kerk en officiële godsdienst is vervreemd of volstrekt zonder enige sjoege van dit verhaal en zijn achtergronden is opgegroeid. Nico ter Linden kiest daar met veel succes de vorm voor van het opnieuw vertellen van het bijbelse verhaal; Oosterhuis c.s. willen de bijbel letterlijk en hardop laten klinken en - zoals in alle tijden is gebeurd - vragen stellen bij duistere, onbegrijpelijke, aanstootgevende passages. Ter Linden doet dat ook, vooral verhalenderwijs en zijn ruif hangt dan ook wat lager dan die in de Rode Hoed, met meer leren, confronteren, discussiëren erbij.
Toch is dat niet het meest treffende verschil tussen deze twee programma's, die allebei zijn ontstaan uit eenzelfde zorg over het zoekraken van de bijbelse wortels in onze cultuur, zonder dat er iets deugdelijks voor in de plaats komt. Voor beide gaat het er niet per se om het publiek terug in de kerk te krijgen, maar om een soort cultureel zendingswerk. Het grote verschil zit 'm in Jezus. Ter Linden steekt na zijn deel 1 (de Tora, eerste vijf bijbelboeken) ijlings over naar de evangeliën, terwijl in het Rode-Hoedprogramma het Nieuwe (tweede) Testament de eerstkomende jaren niet in het vizier is.
Ter Linden heeft voor zijn eerste deel onverwacht en hard het verwijt gekregen dat hij te gretig naar Jezus doorverwijst, alsof het joodse verhaal pas zin en inhoud krijgt als we er Jezus bij denken. Daar is het laatste woord nog niet over gezegd en dezelfde Rode Hoed wijdt er op 5 februari een heel debat aan met rabbijn David Liliënthal en prof. Karel Deurloo, maar zonder Ter Linden.
Wat daar ook uitkomt, Oosterhuis en de zijnen mijden elke schijn dat het hun primair om Jezus gaat. Die hoeft wat hun betreft voorlopig niet ter sprake te komen, want er zijn genoeg andere joodse bronnen om de joodse geschriften toe te lichten. Pas dan, als het hele Oude Testament zo is doorgenomen, kan het Nieuwe Testament, als een “joods, tijdgebonden commentaar op de joodse bijbel”, onder de loep worden genomen. Het joodse boek heeft recht op zijn eigen joodse uitleg, zo is de overtuiging en daarom zullen echte rabbijnen en andere joodse deskundigen aanschuiven bij judaicus Alex van Heusden en Oosterhuis, ook om deze gojim zo nodig te corrigeren en aan te vullen.
Een voorbeeld hiervan bij de try-out gaf Tamara Benima, hoofdredacteur van het Nieuw Israelietisch Weekblad, die zich over thema's van scheppingsverhaal en sabbat, vruchtbaar zijn, de aarde bestieren, mannelijk-vrouwelijk echt een lerares Israëls betoonde. Fijntjes herinnerde zij eraan dat wie zo graag joods de bijbel wil lezen niet zo pertinent moet roepen - zoals Oosterhuis deed en ook Ter Linden in zijn boek - dat het scheppingsverhaal natuurlijk geen blauwdruk is over het ontstaan van de aarde, maar een 'parabel', verhaal, literatuur, een lied, niet echt gebeurd, zeg maar: zo vrijzinnig lezen orthodoxe joden dat niet.
De hele bijbel lezen: in de Rode Hoed wil men geen verkapte kerkdiensten - geen gebed, geen preek of samenzang. Maar ook geen kil college; er is een element van muziek en spel binnengebracht: een acteur leest de Statenvertaling, een chazzan zingt de Hebreeuwse tekst, of er is een andere muzikale omlijsting, iemand levert een proeve van nieuwe vertaling. Een leerhuis, met een zweem van liturgische regie, toch.
Ook voor het vragen stellen bij de oude teksten is een stilering bedacht. Rutger Claassen, een jonge rechtenstudent uit het Gooi, hoefde zo te zien alleen zichzelf te zijn om te laten zien waar het om gaat en wie de doelgroep vormen. Je bent jong, kritisch, intelligent, je godsdienstige en kerkelijke bagage is vederlicht, je bent leergierig en je leest: “Nu laat Ons mensen maken”. “Beeld van God schiep Hij hem”. “Mannelijk, vrouwelijk schiep Hij hen.” Claassen vertolkte vragen die bij menig ander zullen opkomen die deze teksten voor het eerst hoort of leest - samen te vatten onder de noemer: wat moet dat?
Er was voorgekookt, maar niet voorgekauwd - een mengeling van regie en spontaniteit, terwijl Tamara Benima de een-tweetjes van Claassen en Van Heusden ontregelde.
Twintig avonden per jaar en per avond één bijbelhoofdstuk zou alleen al voor het boek Genesis tweeënhalf jaar vergen, nog eens twee jaar voor Exodus. En dan komen er nog zoveel en dertig joodse bijbelboeken. Waar begint de 63-jarige Oosterhuis in hemelsnaam aan? Er is inderdaad een begin gemaakt, zonder te weten hoe en wanneer er een eind aan komt. Maar, legt Oosterhuis uit, het is zeker de bedoeling straks per sessie meer te lezen dan één hoofdstuk.
De laatste jaren leest fatsoensijveraar en -stuntman Bert Dorenbos met zijn team op de Dam wel eens de hele bijbel voor, non-stop in tachtig uur, meen ik. Van die verrichting zijn mij tot op heden de zin en godewelgevalligheid niet geopenbaard. In de Rode Hoed zal het er anders uitzien, al was het maar omdat Jezus er voorlopig buiten wordt gelaten en de muze erin.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.