*

 
dossier

Archief

Comité hoopt op diplomatieke oplossing voor conflict Oost-Timor

Door: redactie − 12/10/96, 00:00

OSLO (AFP, Reuter, ANP) - De toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede 1996 aan bisschop Carlos Filipe de Ximenes Belo en José Ramos Horta, twee Oost-Timorezen, is gisteren met instemming begroet. Alleen Indonesië, dat Oost-Timor in 1976 annexeerde, heeft verbolgen gereageerd op het besluit van het Noorse Nobel-comité.

Met de vredesprijs hoopt het comité “een bijdrage te leveren aan het vinden van een diplomatieke oplossing voor Oost-Timor, die beantwoordt aan het recht van volkeren op zelfbeschikking”. Er is sprake van een beslissende fase in het gebied, menen de Noren: “Oost-Timor verkeert tussen een vreedzame oplossing en de waanzin.” Daarom wil het comité de positie van de twee Oost-Timorezen versterken met het oog op toekomstige onderhandelingen. De prijs wordt uitgereikt op 10 december.

Het comité twijfelde zelf aan het effect van zijn besluit, maar volgens kenners van de regio betekent de prijs in elk geval een dreun voor het Soeharto-regime, dat de tegenstanders van de staat gelauwerd ziet. En: uitgerekend vier dagen voor de president naar Oost-Timor zou gaan om een Christus-beeld te onthullen, dat het vreedzaam samenleven van de verschillende religies symboliseert.

Het Indonesische leger bezette Oost-Timor in '75 en maakte het eilanddeel een jaar later tot de 27ste provincie van het land. Jakarta weigert sindsdien toe te geven aan eisen van meer autonomie en onafhankelijkheid.

De Indonesische minister van buitenlandse zaken, Ali Alatas, liet zijn afkeuring duidelijk blijken in Duitsland waar hij op bezoek is. Hij bestempelde José Ramos Horta als een “politieke avonturier die door de meerderheid van de Oost-Timorezen wordt verafschuwd”. In Jakarta werden vraagtekens gezet bij het gehalte van de Nobelprijs. Over bisschop Belo, die op Oost-Timor ook door pro-Indonesische groepen hoog wordt gewaardeerd, werd in de Indonesische hoofdstad echter wijselijk gezwegen.

President Joao Sampaio van Portugal, dat steeds de Oost-Timorese strijd heeft gesteund, sprak van een “geweldige verrassing”. In Den Haag noemde minister Pronk voor Ontwikkelingszaken de toekenning “interessant, verrassend en welverdiend”. Hij vindt het een goede zaak dat de Nobelprijs steeds vaker kwesties die in de aandacht lijken weg te zakken, in de schijnwerpers zet.

Minister Van Mierlo van Buitenlandse Zaken erkende dat de Nobelprijs de kwestie-Oost-Timor weer op de agenda zet. Hij hoedde zich echter voor politieke uitspraken die de betrekkingen met Indonesië kunnen belasten. Mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en de Indonesische activist Poncke Princen vonden het eerbetoon aan beide Oost-Timorezen een uitstekende zaak.

Het Vaticaan liet weten ingenomen te zijn met de toekenning van de Nobelprijs aan bisschop Belo, en prees hem als “een man van de kerk die zich onvermoeibaar inzet voor vrede door dialoog”. Rome heeft Belo in het verleden herhaaldelijk gewaarschuwd dat hij zich niet met politiek moest inlaten.

Bisschop Belo, sinds 1983 leider van de katholieke kerk op Oost-Timor, heeft met gevaar voor eigen leven getracht zijn volk te beschermen tegen de onderdrukking door de machthebbers, aldus het Nobel-comité. De bisschop toonde zich gelukkig met het eerbetoon, maar wees op “al het werk dat we nog moeten verrichten”.

Ramos Horta krijgt de prijs omdat hij sinds 1975, toen hij zijn land vlak voor de Indonesische invasie ontvluchtte, de belangrijkste woordvoerder van Oost-Timor op het internationale toneel is. In Lissabon toonde Ramos Horta zich teleurgesteld dat het Nobel-comité kennelijk niet de moed had verzetsleider Xanana Gusmao te onderscheiden, die in Indonesië tot 20 jaar cel is veroordeeld.

- Meer nieuws op pagina 5 - Zie ook het commentaar

mailIcon print |