*

 
dossier

Archief

dans

EVA VAN SCHAIK − 07/02/98, 00:00

DEN HAAG - Donderdagavond kwamen twee uitersten van danscultuur op het Spuiplein aan bod. Terwijl Sylvie Guillem en haar drie partners in het Lucent Theater de blanke balletesthetiek van binnenuit probeerden op te blazen, staken de zeven zwarte dansers van Rennie Harris Pure Movement in het Theater aan het Spui hun gebalde vuisten omhoog.

In de vier hip hop-creaties van Rennie Harris, waarin de jongens hun historisch besef, woede, trots, kracht en fysieke vindingrijkheid etaleren, zit een duidelijke politieke boodschap. Dit groepje hip hop-dansers is immers een product van een zwart getto in Noord-Philadelphia. Het verhaal dat zij in hun lichaamsbeheersing leggen is dat van war-zones, streetgangs, maar evenzeer van het racisme dat als een virus ook onder de zwarte bevolking zelf rondwaart.

Zo intellectualistisch-afstandelijk het onderzoek van Guillem c.s. is, zo naïef rechtstreeks en onverschrokken moralistisch is de ritmische energie van deze straatatleten. Als de asfaltdansers uit North Philly ergens voor uitkomen, dan is het wel dat hun lichaam de bron van hun culturele identiteit is. Voor hen geen 'classic' maar een 'survival'-instinct, waarmee zij elk hun eigen specialiteit in stepping, spinning, popping, locking, breaking en hoofing ontwikkelden. Hun overlevingscode luidt: ieder voor zich, hip hop voor ons allen. In de laattwintigste-eeuwse Amerikaanse getto's heeft hip hop de sociale functie van eeuwenoude stamdansen overgenomen. Maar waar gemeenschapsdans vroeger collectief uit te voeren patronen bood, heeft in de hip hop het competitieve individualisme de overhand gekregen. Fysiek contact is minimaal en lijkt in de 'black brotherhood by dance' zelfs een taboe geworden.

Rennie Harris poogt zich nu als choreograaf op te werpen. Maar hij blijkt een tamelijk eentonige mal te gebruiken, met vormen en structuren die amper boeien. Alleen zijn 'March of the Antmen', waarin de gewelddadige dood van Dru Minyard wordt uitgebeeld, steekt uit: vijf mannen sluipen als een zwart doodseskader over het podium en maken mee hoe hun aanvoerder wordt neergeschoten. Zij dragen zijn ontzielde lichaam rond en laten hem dan in hun midden wederopstaan. Angstaanjagend strijdlustig en met denkbeeldige geweren in de aanslag zetten zij hun mars voort.

Hoe moeilijk is dit militarisme te rijmen met 'Endangered Species', waarin juist tegen de geweldsspiraal wordt geageerd. Ditmaal is het Harris zelf (een bonk van een danser) die in een flashback zijn leven overziet als ook hij onder vuur genomen wordt. Wat in een flits van een seconde aan herinneringen voorbijtrekt, smeert hij uit in slow motion. Op een door hem zelf geschreven tekst over zijn miserabele jeugd en de bewustwording van zijn historische positie zijgt zijn kolossale lijf stoterig ineen. Ook hij herrijst als een meedogenloos monster uit de poel des verderfs. Het is een huiveringwekkende omslag, waarmee het defaitisme in de zwarte gemeenschap een mokerslag krijgt toegediend.

Wie van deze hip hop-dansers een videoclip-vertoon en de laatste stunts van rapdancing en hip hopping verwacht, komt lange tijd bedrogen uit. Hun 'P-Funk'-nummer op Parliament Funkadelic & Groove Collective is zelfs schamel. De jongens zijn kien genoeg om het uittrekken van al hun registers voor de laatste twintig minuten te bewaren. “Wauw...”, zuchtte mijn twaalfjarige begeleidster, waarmee zij het aanmoedigende gejuich in de volle zaal perfect samenvatte.

mailIcon print |