AMSTERDAM - In woord volgt het Internationaal Olympisch Comité nog altijd het ideaal van dromer Pierre Frédy, Baron de Coubertin, grondlegger van de moderne Olympische Spelen: sport moet harmonie scheppen in de politiek roerige wereld. Dromen doet de huidige IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch ook: van de Nobelprijs voor de Vrede. Maar in daad is hij een dictator, wiens werkwijze en verleden voor velen de toets van kritiek niet kunnen doorstaan.
Dit is volgens de Britse journalisten Andrew Jennings en Viv Simson de wereld die prins Willem Alexander binnenstapt: “een geheimzinnig en elitair domein, waar de beslissingen over sport - onze sport - achter gesloten deuren worden genomen, waar royaal geld wordt uitgegeven aan een fabelachtige stijl van leven voor een besloten kring van sportbestuurders, in plaats van aan het creëren van sportfaciliteiten voor sportbeoefenaars, waar het geld dat voor sportieve doeleinden is bestemd wordt weggesluisd naar de bankrekeningen op tropische eilanden en waar bobo's - niet gehinderd door bestuursverkiezingen - voor eeuwig op hun pluchen stoelen blijven plakken.”
Jennings en Simson werkten vier jaar lang aan The Lords of the Rings, een 300 bladzijden lange aanklacht tegen het IOC, waarin aan de hand van een overstelpende hoeveelheid feiten een web van corruptie wordt bloot gelegd, met de spin Samaranch als allesbepalend middelpunt. Macht, geld, omkoping en doping vormen de sleutelwoorden. Fair play, verbroedering en tolerantie, zaken waarvoor Willem Alexander zich zegt te willen gaan inzetten, komen er niet in voor. Net zoals die in de hedendaagse professionele topsport zeldzaam zijn geworden.
Samaranch besloot de auteurs uiteindelijk slechts op één aspect van het geruchtmakende boek uit '92 voor de rechter - in Lausanne, Samaranch' residentie - te dagen: zijn vermeende sympathie voor Franco en het Spaanse fascisme. Ook nieuwe beschuldigingen in het vervolg The New Lords of the Rings (1996) weerlegde hij verder niet.
Verhullen kan Samaranch zijn verleden moeilijk: onder het bewind van generaal Franco klom de Catalaan op tot minister van sport. In 1977 kwam de bevolking van Barcelona tegen hem in opstand en werd Samaranch weggepromoveerd als diplomaat in Moskou, waar hij de basis legde voor zijn uitverkiezing tot IOC-voorzitter in 1980. Over het verleden is Samaranch kort: “Ik ben er trots op dat ik mijn bijdrage heb geleverd aan het feit dat Spanje nu een werkelijk volledig democratisch land is.” Over de andere aanklachten van Jennings en Simson: “Tja, iedereen kan zeggen wat hij wil. Wij hebben een schoon geweten. Dat zijn leugens en beledigingen.”
Samaranch, die voor de Spelen van Atlanta een pr-bureau inschakelde in zijn vergeefse streven de Nobelprijs voor de Vrede binnen te slepen, heeft als leider van de IOC-club onmiskenbare capaciteiten. Natuurlijk had hij de wind mee, toen hij de noodlijdende organisatie van weleer omvormde tot de huidige dollarpers met schier onbeperkte drukcapaciteit. Hij maakte van het IOC een van de commercieel machtigste organisaties en verhief zichzelf tot het niveau van groot staatshoofd.
Want wat was dat IOC vroeger nu helemaal: een clubje oude mannen dat eens in de vier jaar bepaalde waar de Olympische Spelen werden gehouden en welke sporten op het programma stonden. Waarbij het vaak moeite kostte (voor het evenement in 1984 nog) een welwillende stad te vinden. Strikt genomen is in de taken van het IOC niets veranderd, maar de - commerciële - belangen zijn verveelvoudigd.
Nu smijten steden tientallen miljoenen guldens weg om slechts kandidaat-organisator te mogen zijn, staan multinationals zich te verdringen om de merknaam Olympic Sponsor op hun waren te mogen afdrukken en om Samaranch te mogen aanspreken met 'zijne excellentie'. Het gaat in de praktijk allemaal om dollars, waar het IOC dat aspect tracht te bagatelliseren door verheven idealen te prediken: vrede en sportmogelijkheden voor de hele wereldbevolking.
Samaranch vorig jaar in Sport International: “Commercialisering betekent democratisering.” Die medezeggenschap ontbeert zijn eigen organisatie. Elk aangesloten land heeft recht op één lid binnen het IOC; landen die de Spelen ooit organiseerden komen in aanmerking voor twee plaatsen. Daarnaast heeft Samaranch het recht vertegenwoordigers van internationale sportorganisaties aan te trekken. Waardoor na de beëdiging van Willem Alexander in 1999 liefst drie Nederlanders binnen het IOC zijn vertegenwoordigd.
Zoals Nederland na de klucht van afgelopen maanden voor de tweede keer heeft moeten ervaren - de eerste keer was in 1987 toen de voorgedragen Henk Vonhoff werd gepasseerd ten faveure van Anton Geesink - hebben de NOC's geen enkele invloed op de samenstelling van het IOC. Sterker nog, dat hebben de IOC-leden zelf ook niet. Samaranch verzamelt op persoonlijke titel de mensen om zich heen die híj wil hebben, zelfs al is dat tegen de zin van de meerderheid in. Zoals bijvoorbeeld gebeurde toen hij de corrupte IAAF-voorzitter Primo Nebiolo aan zijn organisatie toevoegde.
Samaranch had Nebiolo binnen het IOC nodig om hem als 'vijand' in te tomen. Zoals hij Anton Geesink prima kon gebruiken om hem de klassieke olympische idealen uit te laten dragen en Hein Verbruggen werd aangetrokken vanwege zijn marketingcapaciteiten. Het in de armen sluiten van een kroonprins en toekomstig koning, werkt statusverhogend op vele fronten. En het IOC krijgt met Willem Alexander een koninklijk keurmerk, dat garant moet staan voor betrouwbaarheid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.