Koningin-moeder en heersend vorstin waren wijselijk afwezig, anders hadden zij die optocht van anderszins gesitueerde onderkoninginnen overschaduwd. Precies een etmaal voordat de Uit-marktmeute bezit van Amsterdam zou nemen, vulde de Amsterdamse Stadsschouwburg zich tot de nok met schrijvers, dichters, acteurs, hoofdredacteuren, ex-ministers met hun nieuwe liefjes, flarden van het huidige kabinet en overige aanzienlijke zomeravondgasten. De première van Hugo Claus' nieuwste toneelstuk 'De verlossing' bij Het Toneel Speelt gold als onofficiële opening van het culturele seizoen 1999/2000.
Ook op het toneel zelf stonden onderkoninginnen. Voor de eerste keer in de geschiedenis, berichtte de uitnodiging, zouden Annet Nieuwenhuijzen en Anne-Wil Blankers in hetzelfde toneelstuk staan. Nieuwenhuijzen als de verslonsde en bedlegerige Magda, Blankers als haar overleden zus Marleen die zich keer op keer in Magda's nachtmerries en sluimerwaakzaamheid aandient. Magda wil dood, maar als elke nog levende zelfmoordenaar verzet zij zichzelf tegen dat voornemen.
Pas nadat een levenslange rekening is vereffend en twee schouwburguren tergend voorbij kropen, kan Marleen als Lourdes-blauw geklede Bruid-in-de-Morgen Magda komen halen. Eindelijk verlost van die duizenden, dagelijkse en ondergeschikte kwellingen, eindelijk weer samen met haar zus.
Het decor van Paul Gallis spoort met de troosteloosheid van kleine lieden waarmee Claus 'De verlossing' toonzet. Een afgetrapte huiskamer, met naar voren hellende vloer en verstikkend toelopende muren, is met louter schraalheid gemeubileerd: stoffige lampenzooi, opgebonden stoelen nog van die ene keer dat er ooit feest in huis was, nutteloos gestapelde plastic opbergkratten, een uit z'n voegen bungelend keukenblokdeurtje dat zelf de hoop op reparatie achttien jaar geleden al opgaf.
Nieuwenhuijzen speelt haar afgetakelde Magda onberispelijk, met wisselend furieoplichtende en prompt uitgebluste oogopslag, met omfloerste stem waarin desondanks gekerm doorklinkt. De dode Marleen van Blankers is een wel erg schonkige schim, die ronddoolt noch rondwaart, maar met verschrikte pinoogjes en schelle kreetjes rondsproeiend door Magda's nevelen dendert. Hans Croiset als de amechtige vader des huizes grenst soms aan een stripfiguur, met z'n gebalde vuistjes, functioneel-stuurloze verontwaardiging, peddelend in plaats van roerend in de kippensoep.
Het Toneel Speelt kreeg pas na aandringen toestemming van Claus om 'De Verlossing' op te voeren. Als 'wereldpremière', ook al schreef Claus het stuk in 1995. Eerder verbood Claus een Vlaamse enscenering wegens onvoldoende kwaliteit. Claus neigt er toe zijn toneelstukken uit roulatie te nemen; zijn debuut 'Bruid in de Morgen' wil hij nergens meer uitgevoerd zien.
In deze matte enscenering zweemt een pruikerige atmosfeer, die niet met Claus' taal en ontluisterende troosteloosheid van zijn personages rijmt. Het is niet grimmig, niet verlaten en ondanks het vele kiftgekijf al helemaal niet koddig.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.