*

 
dossier

Archief

De 'volle verantwoordelijkheid' van burgemeester Ouwerkerk

ANNEMARIE KOK − 21/01/98, 00:00

“Ik schaam mij diep.” Burgemeester Hans Ouwerkerk was er heel duidelijk over, de dag na de 'ongekende uitbarsting van geweld' in de Oosterparkwijk. Dat de politie die nacht niet optrad, was fout, 'onbestaanbaar'. En, zei hij verder: “Ik neem daarvoor de volle verantwoordelijkheid.”

Een kleine week later, tijdens een vergadering van de raadscommissie veiligheidsbeleid, stelde GroenLinks een goede vraag: “Wat betekent het in concreto dat de burgemeester zegt de volle verantwoordelijkheid te nemen?”

“Ik heb de heel moeilijke afweging gemaakt om afstand te nemen van de politie. Maar het is de vraag of je er daarmee bent”, zei Ouwerkerk toen in een eerste reactie.

De schriftelijke beantwoording van de vraag kwam dit weekend: “Het betekent dat ik mij verantwoordelijk acht voor de volledige afwikkeling van de gebeurtenissen in de nacht van 30 en 31 december. Allereerst in de vorm van de zorgvuldige en snelle vergoeding van de schade die de buurtbewoners hebben geleden. Daarnaast in de vorm van de beantwoording van alle in de raadscommissie gestelde vragen. Tenslotte in de vorm van het onderzoek door de universiteit naar de maatschappelijke achtergronden van de gebeurtenissen.”

Opstappen was ook een mogelijkheid geweest. Maar Ouwerkerk besloot de discussie, vanavond in de raadscommissie en volgende week in de gemeenteraad, af te wachten. Met de raad was hij van mening dat er meer informatie nodig was voor een eindoordeel. Ook zijn overtuiging dat hij die nacht persoonlijk niet heeft gefaald, zal een rol hebben gespeeld bij zijn beslissing voorlopig te blijven.

Vanaf het begin heeft hij beweerd dat hij die avond om kwart voor twaalf, toen de officier van dienst belde om toestemming voor ME-inzet, slechts 'summier' werd geïnformeerd over de situatie in de wijk. Een punt dat vanavond zeker aan de orde komt, nu uit de recent verschenen eindrapportage van de politie is gebleken dat de burgemeester wel gedetailleerd werd ingelicht.

Ouwerkerk voerde ook aan dat hij zich ervan had verzekerd dat de districtschef op de hoogte was. Bovendien was er volgens hem sprake van een 'operationele kwestie'. Als bestuurder hoefde hij zich daarmee niet verder te bemoeien. In zijn recente brief aan de raadscommissie noemt hij nog een argument: aangezien niet de districtschef of korpschef maar de officier van dienst hem belde, had hij de indruk gekregen dat de politie 'de zaak onder controle had'.

Terecht is niemand onder de indruk van deze uitleg. Ook oud-commissaris van de koningin in Utrecht Beelaerts van Blokland niet, die om een onafhankelijk oordeel was gevraagd.

Het uitzonderlijke verzoek om de mobiele eenheid erbij te mogen halen, was een teken dat er heel wat aan de hand was. Daarom is het raar dat de burgemeester niet heeft doorgevraagd om zich vervolgens naar het bureau te spoeden. Op zijn minst had hij zelf contact moeten onderhouden. De burgemeester deed dat niet. Hij werkte nog een tijdje door aan zijn nieuwjaarstoespraak en ging naar bed.

De twijfels over Ouwerkerk namen toe, na het uitlekken van het rapport-Bakkenist over de affaire-Lancee. In dat rapport wordt hem onder meer verweten dat hij zich te veel als bestuurder profileert en te weinig als korpsbeheerder (als burgemeester van de grootste stad is hij ook de baas van de regiopolitie). Voor korpschef Veenstra, die in het rapport ook zware kritiek krijgt, werd het allemaal te veel. Hij stapte op.

Ouwerkerk bleek daar anderhalf jaar geleden al op te hebben aangestuurd, maar betreurde deze plotselinge afloop. Hij had zijn (zieke) korpschef de tijd willen geven 'zelf tot een afscheid te komen'. Dat lijkt goed bedoeld, maar op de buitenstaander kwam de gang van zaken minder zuiver over. 'Veenstra weg, dan ook Ouwerkerk weg', riep onder meer het politiepersoneel.

De Groningse gemeenteraad heeft alleen met Ouwerkerk als burgemeester te maken. Maar veel raadsleden willen ook zijn korpsbeheerderschap in de discussie betrekken. “Als het korps grote organisatorische problemen heeft, dan heb ik daar ook last van. Want het heeft gevolgen voor de taak van de burgemeester om de orde in de stad te handhaven”, merkte een fractievoorzitter op.

De raadsleden hebben nog veel vragen aan Ouwerkerk. Ze herhalen steeds dat het van zijn antwoorden afhangt, of ze hem willen houden. Alleen de SP (drie zetels) heeft al gezegd dat de burgemeester beter de eer aan zichzelf kan houden. Een meerderheid van de inwoners van de stad vindt dat ook. Volgens het Groninger Dagblad van gisteren zien drie op de vijf burgers hem niet meer zitten.

De raad moet zo'n momentopname niet al te serieus nemen. Het gaat er ook om wat Ouwerkerk de raad tot voor kort waard was. Een half jaar geleden werd nog positief geadviseerd over zijn herbenoeming. Ook leden van de oppositie roemen zijn bevlogenheid en betrokkenheid.

De vrees dat er voor Ouwerkerk misschien een minder temperamentvol bestuurder terugkomt, kan natuurlijk niet de doorslag geven. Maar het maakt wel uit of het gaat over iemand die eerst overwegend goed functioneerde, of over iemand die er al een tijd niets van bakte. In het eerste geval kan er reden zijn erop te vertrouwen dat iemand de schade kan herstellen. In het tweede geval niet.

Ouwerkerk heeft duidelijk gemaakt dat 'verantwoordelijkheid nemen' voor hem inhoudt: zich ervoor inspannen dat er geen tweede 'nacht van de Oosterparkwijk' komt. Hij kan dat alleen, zegt hij, als een ruime meerderheid van de raad met hem verder wil. Een passende opstelling.

Nog gepaster zou het zijn als hij op de valreep zou toegeven dat hij zich niet alleen schaamt voor de politie maar ook voor zijn eigen afwachtende houding in die chaotische decembernacht.

mailIcon print |