*

 
dossier

Archief

Amsterdam breekt minder huizen af

Door: redactie − 15/09/95, 00:00

Van een onzer verslaggevers AMSTERDAM - Bij de stadsvernieuwing in de Amsterdamse binnenstad moeten meer dan tot nu toe woningen behouden en hersteld worden. Afbraak ten behoeve van nieuwbouw mag alleen nog maar plaatsvinden als het gaat om woningen die niet meer op te knappen zijn.

Dat beleidsvoornemen kondigde wethouder D. Stadig gisterochtend aan. De gemeenteraad moet zich er binnenkort over uitspreken.

Op dit moment bouwt Amsterdam in het kader van de stadsvernieuwing jaarlijks bijna duizend nieuwbouwwoningen in de binnenstad, waarvan 20 à 30 procent in de sociale sector. De herziene visie van Stadig op de stadsvernieuwing in de Amsterdamse binnenstad is een rechtstreeks gevolg van de groeiende weerstand in de Jordaan tegen de stadsvernieuwing. Dit voorjaar kwamen de bewoners in het geweer tegen de dreigende afbraak van acht bouwvallige monumentale panden aan de Rozengracht en Rozenstraat.

Het is de zoveelste keer sinds de start van de stadsvernieuwing twintig jaar geleden dat de historische bebouwing daar moet wijken voor nieuwbouw. Geboren en getogen Jordanezen vinden dat de, in hun ogen vaak foeilelijke, nieuwbouw het karakter van hun wijk aantast. Bovendien wonen er zo steeds minder echte Jordanezen in de wijk. De bewoners van de afbraakwoningen kunnen de dure nieuwbouw niet betalen en yuppen nemen hun plaats in. Het conflict tussen de bewonersgroepen en gemeente is zo hoog opgelopen dat het stadsvernieuwingsproces in de Jordaan nu stil ligt.

Wethouder Stadig heeft van de discussie in de Jordaan geleerd dat “de grenzen van de stadsvernieuwing in de binnenstad zo langzamerhand in zicht zijn”. In de afgelopen twintig jaar zijn 'de slechtste stukken' aangepakt. Het accent kan nu komen te liggen op regelmatig onderhoud en funderingsversteviging. Bij het nemen van het besluit over slopen of renoveren moeten meer dan tot nu toe de buurtbewoners betrokken worden, vindt Stadig. Ook moet de stadsvernieuwing meer per blok of zelfs straatwand bekeken worden in plaats van per pand.

Hij erkent dat voor autochtone bewoners stadsvernieuwing vaak bedreigend is omdat het verhuizen naar een andere wijk betekent. Hij wil daarom dat die mensen voorrang krijgen bij leegkomende sociale huurwoningen elders in hun buurt.

Voor verkrotting in de binnenstad is Stadig niet bang. “Je zult wel eens een pand scheef zien staan. Dan kun je denken: 'dat is heel erg' òf 'het pand staat wat scheef en wel stabiel en die mensen hebben er geen problemen mee'. Maar het wordt wat minder spick and span, ja.”

De stadsvernieuwing buiten de binnenstad valt onder de stadsdelen. Stadig noemt De Pijp, waar eveneens heftige discussies over afbraak of renovatie woeden, vergelijkbaar met de stadsvernieuwingsproblematiek in het centrum.

mailIcon print |