De auteurs zijn beleidsmedewerker bij de PvdA.
Die kritiek doet om te beginnen geen recht aan het gevoerde beleid, omdat dat meer omvat dan banenplannen alleen. Fundamenteler is dat deze kritiek voorbij gaat aan de primaire functie van de banenplannen: het bieden van de mogelijkheid tot participatie en integratie in de samenleving door activiteit. Naast deze sociale functie zijn banenplannen ook gewoonweg goed voor de economie. Reden genoeg om verder te gaan op de ingeslagen weg. Dat kan door in de praktijk gestalte te geven aan de 'basisbaan': het principe dat met iedere uitkeringsgerechtigde afspraken worden gemaakt over te ondernemen activiteit.
De hoge werkloosheid onder laag opgeleiden wordt vooral veroorzaakt door verdringing en de hoogte van de loonkosten. De laagst opgeleiden worden uit de markt gedrukt doordat er op alle opleidingsniveaus te weinig banen zijn. De loonkosten voor laag geschoolde arbeid wegen in de ogen van de werkgevers niet op tegen de prestaties. De remedie tegen verdringing is meer werk op alle opleidingsniveaus te creëren door meer investeringen. Zo komt er doorstroom naar boven.
Die zogennaamde 'trek in de schoorsteen' kan ontstaan door bedrijven een goed investeringsklimaat te bieden: een hoogwaardige infrastructuur, goed opgeleide werknemers, een hoog niveau van technologische kennis, een gematigde ontwikkeling van de loonkosten, en een aantrekkelijke werk- en leefomgeving.
Het kabinet trekt hier vele miljarden voor uit. Net als voor het goedkoper maken van arbeid door het verlagen van belastingen en premies. Door die lastenverlichting vooral te richten op laag geschoolde arbeid wordt de positie van laag opgeleiden op de arbeidsmarkt verbeterd. De kritiek van VNO/NCW op de eenzijdigheid van het werkgelegenheidsbeleid lijkt daarom vooral de opmaat voor het rituele werkgeverspleidooi voor verdergaande lastenverlichting rond Prinsjesdag.
Somber perspectief
Nederland kampt met het probleem dat ondanks de forse investeringen en de lastenverlichting de werkloosheid nauwelijks daalt. Zelfs optimisten onder de zieners verwachten dat een substantiële daling van de werkloosheid pas na het jaar 2000 zal optreden. De meeste nieuwe banen gaan naar nieuwkomers op de arbeidsmarkt. Langdurig werklozen en (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten staan achter in de rij. Zonder extra inspanning rest hen een somber perspectief.
Maar ook voor de samenleving is de schade groot. Veel maatschappelijke problemen zijn te herleiden tot het ontbreken van werk en de daaruit voortvloeiende passiviteit, sociale uitsluiting en armoede. In de steden zijn in sommige wijken de werkloosheid en uitkeringsafhankelijkheid extreem hoog. Dat zijn wijken waar criminaliteit, drugsoverlast en dakloosheid zich concentreren.
De primaire functie van banenplannen is dat ze bijdragen aan participatie en integratie in de samenleving door het bieden van enigerlei vorm van werk. Werk is voor de meeste mensen nog steeds integratiefactor nummer één. Het kost de gemeente Rotterdam niet voor niets geen enkele moeite mensen te vinden voor de banenpool. De arbeidsmarkt biedt vele mensen niet de gelegenheid te participeren, ook als ze wel tot werken in staat en bereid zijn. Banenplannen bieden die gelegenheid wel. Deels als begin van een nieuwe loopbaan, en in sommige gevallen ook als eindstation.
De zorgen van het Sociaal en Cultureel Planbureau voor het welzijn van mensen in de banenpool lijken ons dan ook wat al te academisch. Het SCP stelt: 'Werklozen die op deze banen worden tewerkgesteld en er niet in slagen na verloop van tijd een normale baan te vinden, zullen permanent aan de onderkant van de arbeidsmarkt blijven hangen en geen perspectief hebben om hun maatschappelijke positie te verbeteren.' Alsof het perspectief van permanente werkloosheid aantrekkelijker zou zijn! Afgezien daarvan geldt voor een groot deel van de werklozen dat ze vanwege hun opleiding en vaardigheden ook op de reguliere arbeidsmarkt aan de onderkant terecht komen.
Minstens zo belangrijk is dat banenplannen voorkomen dat werklozen steeds verder verwijderd raken van de arbeidsmarkt omdat ze de kennis en vaardigheden, nodig voor het uitoefenen van een beroep, verliezen. Als de vraag naar laag opgeleiden toeneemt, is het ook in het belang van werkgevers dat er voldoende geschikte mensen direct aan de slag kunnen gaan.
Bij de 20 000 plaatsen in de banenpool en de 40 000 Melkert-banen gaat het om activiteiten waaraan in de maatschappij grote behoefte bestaat, zoals zorg, buurtbeheer, toezicht op straat, kinderopvang enzovoort. Veel van dit werk is het afgelopen decennium, mede onder druk van de bezuinigingen, verdwenen. Nu komt het via de achterdeur weer terug. Dit soort werk biedt de samenleving dubbel perspectief: werk en verbetering van de leefomgeving. Het valt natuurlijk te betreuren dat dit 'via de achterdeur' moet. Maar de banenplannen kunnen ook een eerste stap zijn in het weer omzetten van maatschappelijke behoeften in dienstverlening door of in opdracht van de overheid.
'Basisbaan'
In het onlangs verschenen PvdA-rapport 'De sociale staat van Nederland' wordt de 'basisbaan' geïntroduceerd: het principe dat met iedere uitkeringsgerechtigde afspraken worden gemaakt over de activiteiten die hij of zij onderneemt. Centraal bij de 'basisbaan' staat het streven naar participatie en integratie in de samenleving door enigerlei vorm van werk. Het gaat om de bevordering van zelfwerkzaamheid en zelfredzaamheid van uitkeringsgerechtigden door het stimuleren van activiteit en eigen initiatief.
Om de 'basisbaan' in de praktijk te brengen, moeten wel enkele mentale omwentelingen plaatsvinden. In de eerste plaats dient de zorg voor werk een gelijkwaardige plaats naast de zorg voor inkomen te krijgen. In de tweede plaats dient een premie op initiatief en activiteit te worden gesteld, waar nu vele regels in het sociale zekerheidsstelsel tot afhankelijkheid en passiviteit leiden. In de derde plaats is een verbreding van het arbeidsbegrip noodzakelijk; niet uitsluitend betaalde arbeid in een reguliere baan wordt gezien als maatschappelijk nuttig, maar ook maatschappelijke dienstverlening, variërend van vrijwilligerswerk tot het verzorgen van mensen in de eigen omgeving.
Welke afspraken over werkzaamheden worden gemaakt hangt af van persoonlijke situatie, leeftijd, opleiding, vaardigheden, werkervaring en de mogelijkheden van de uitkeringsgerechtigde, en natuurlijk van de situatie op de arbeidsmarkt. Waar mogelijk zijn de activiteiten een eerste stap op weg naar de reguliere arbeidsmarkt. Waar dat niet mogelijk is, bijvoorbeeld door persoonlijke omstandigheden, worden ook andere activiteiten gewaardeerd als zinvolle bijdragen aan de samenleving.
Met meer dan 250 000 langdurig werklozen in Nederland - mensen waarin de meeste werkgevers momenteel geen enkele interesse hebben - zijn banenplannen noodzakelijk in het arbeidsmarktbeleid. De sociale, economische en maatschappelijke betekenis van banenplannen is extra aanleiding om in het verlengde daarvan het principe van de 'basisbaan' verder uit te werken.
Zo kan worden voorkomen dat grote groepen mensen definitief van de samenleving worden uitgesloten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.