De Vpro en NPS maakten opnamen voor het programma Supplement (18 maart, Radio 4).
Wat deze werken - net als de ook gespeelde 'oudjes' van Louis Andriessen, Julia Wolf, David Lang en Frederic Rzewski - met elkaar gemeen hebben, zijn de openlijke verwijzingen naar rock'n roll, jazz en volksmuziek in een bedding van hedendaagse compositievormen. De instrumentatie van het sextet - cello, contrabas (basgitaar), piano (synthesizer), slagwerk (waaronder marimba), elektrische gitaar en rieten (basklarinet, tenor- of sopraansaxofoon) - is een weergave van die verschillende werelden. Wat de muziek interessant maakte, was juist de combinatie van die uiteenlopende elementen. In Bresnicks 'The bucket rider' bijvoorbeeld, waren het een nadrukkelijke rock-drive en meditatieve, bijna klassieke kamermuziek-passages. In Ziporyns 'Kebyar Maya' hoorde ik westers klassiek, Indonesische gamelan en Indiase raga's. Martlands 'Horses of instruction', Rzewski's 'Piano piece' en Wolfs 'Lick' waren daarentegen opgebouwd rond beukende rockritmes. Zelfs Andriessens als uit een rots gehouwen 'Hout', is daarvan een treffend voorbeeld. Een uitzondering vormde de basklarinet-solo 'Press release', dat David Lang speciaal voor Evan Ziporyn schreef. In dit driedelige, technisch razendmoeilijke werk ging het om tegenstellingen tussen hoog en laag. Een boeiend stuk, niet alleen door de virtuoze vertolking die Ziporyn eraan gaf, maar ook door de subtiele verbanden die af en toe gelegd werden naar de stijlen waarvoor de eclectische Bang On A Can All Stars zich sterk maken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.