AMSTERDAM - Elke keer als de bladeren van de bomen vallen, dreigt het kabinet CAO's niet meer aan de hele bedrijfstak op te leggen. CAO-coördinator C. van der Knaap van de vakcentrale CNV is het inmiddels spuugzat. “Dit wantrouwen van het kabinet is nergens op gebaseerd. De vakbeweging in Nederland stelt geen onverantwoorde looneisen en we zetten ons altijd maximaal in voor werkgelegenheid.”
Ruim een week voordat het kabinet met werkgevers en vakcentrales om de tafel gaat zitten om afspraken te maken over de nieuwe arbeidsvoorwaarden in 1996, staat het algemeen verbindend verklaren (AVV) van CAO's weer bovenaan de agenda. Het kabinet dreigt de AVV niet van toepassing te verklaren als de lonen te fors stijgen en er te weinig afspraken over laaggeschoolde werkgelegenheid in de CAO's zijn gemaakt.
Zo eist het kabinet dat er nieuwe loonschalen vanaf het minimumloon worden ingevoerd. In de meeste CAO's zijn de aanvangslonen gemiddeld 115 procent van het minimumloon. Uit een inventarisatie van het ministerie van sociale zaken deze week blijkt dat afgelopen jaar in 28 van de 133 onderzochte CAO's nieuwe lage loonschalen vanaf dit minimumloon zijn ingevoerd. Maar onduidelijk is nog of er ook al werknemers op dit niveau zijn aangenomen.
Of het kabinet tevreden is over de afspraken afgelopen jaar, is nog niet bekend. Er zit echter een denkfout bij het kabinet, vindt de CNV-bestuurder. “Ze ziet de laagste loonschalen als het ultieme middel om structureel werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt te creëren. Er zijn afgelopen jaar allerlei afspraken gemaakt over werkgelegenheid, maar die zijn afhankelijk van de sector waarover we praten. In sommige sectoren zijn die laagste loonschalen zinvol om nieuw werk te scheppen, in andere bedrijfstakken werkt dat niet en zijn andere afspraken nodig. Die laagste loonschalen zijn een middel, maar geen doel op zich.”
Kritiek
Volgens Van der Knaap moet het kabinet overigens wanneer het kritiek heeft, vooral bij de werkgevers zijn. “Werkgevers willen niet op een creatieve manier meedenken om oplossingen te vinden. Als afspraken over werkgelegenheid hard moeten worden gemaakt, geven ze niet thuis.”
Het beste voorbeeld is volgens hem de manier waarop werkgevers met arbeidsduurverkorting omgaan. Afgelopen jaar zijn er afspraken gemaakt over invoering van een 36-urige werkweek bij onder meer Akzo, de banken en KPN. De vakbonden zijn ervan overtuigd dat kortere werkweken en flexibeler arbeidstijden de beste manier zijn om werkgelegenheid te creëren. Dan kunnen meer mensen hetzelfde werk doen.
Ook Van der Knaap vindt ADV nog steeds de enige manier om daadwerkelijk de 2,5 miljoen banen te krijgen die nodig zijn om iedereen aan werk te helpen. “Met een economische groei van 2,5 tot 3 procent per jaar komen we domweg niet aan voldoende banen. Herverdelen is de enige oplossing.” Het CNV wil zelfs een stap verder gaan: een 32-urige werkweek voor iedereen. Maar Van der Knaap realiseert zich dat dit voorstel moeilijk verteerbaar is voor werkgevers.
“Werkgevers hebben ongelooflijke moeite om te erkennen dat arbeidsduurverkorting bijdraagt aan werkgelegenheid. Het druist blijkbaar tegen al hun opvattingen in. Maar ze komen ook niet met alternatieven. En toch beloont het kabinet deze houding van werkgevers met een lastenverlichting van 3,5 miljard.”
Door CAO's niet algemeen verbindend te verklaren kan het kabinet de sociale partners dwingen afspraken over werkgelegenheid en loonschalen te maken. Maar de centrale organisaties van werkgevers en werknemers zijn dit voortdurende dreigen van de regering zat. Ze stellen daarom nu het kabinet voor dat elke bedrijfstak en onderneming zelf aantoont dat er voldoende afspraken over werkgelegenheid zijn gemaakt. De verantwoordelijkheid ligt uiteindelijk niet bij de centrales, maar bij de bedrijven of bedrijfstakken.
Volgens Van der Knaap moet het overleg met de regering daarmee structureel een andere basis krijgen. “Het kabinet kan zijn wensen kenbaar maken en de minister kan ons achtervolgen of we onze toezeggingen nakomen. Vervolgens kan hij de sociale partners ter verantwoording roepen wanneer dat niet gebeurt. Maar ze moet af van dat voortdurende dreigen, dat is slecht voor de verhoudingen.”
Wat dat betreft is volgens Van der Knaap de houding van de vakorganisaties afgelopen jaar ook veranderd, zelfbewuster geworden. Ze laten zich niet meer door het kabinet in de verdediging drukken. “Als je voortdurend het mes van de AVV op tafel legt, wordt dat wapen bot”, verklaart hij.
Bovendien lijkt het kabinet niet te beseffen dat ze zichzelf in de vingers snijdt als CAO's niet meer algemeen verbindend worden verklaard, zegt Van der Knaap. “Dan raakt minister Melkert van sociale zaken zijn grip op het spel volledig kwijt. Hij kan namelijk niet meer sturen op de arbeidsmarkt en dat tast het hele kabinetsbeleid aan.”
Zo kan Melkert afspraken over scholing en werkgelegenheid in CAO's wel vergeten. “Werkgevers zijn namelijk een stuk goedkoper uit als ze niet aan deze afspraken in een CAO hoeven mee te doen. Zij kunnen op die punten concurreren met werkgevers die zich wel aan de CAO houden. Daarmee stimuleer je dus werkgevers en werknemers om zich niet te organiseren.” Als het kabinet blijft wantrouwen en dreigen, is het einde van de verantwoordelijke vakbeweging in zicht, stelt hij.
Wapens
Van der Knaap: “Je kunt niet aan de ene kant de sociale partners alle wapens uit handen slaan en volledig terugdringen op het enge vlak van arbeidsvoorwaarden en vervolgens roepen dat ze hun verantwoordelijkheid moeten nemen voor de werklozen. Dan kun je niet meer eisen dat werknemers de lonen moeten matigen en afspraken over werkgelegenheid maken. Wij willen onze verantwoordelijkheid nemen, maar de liefde moet wel van twee kanten komen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.