Grensrechters zijn regelmatig het mikpunt van hoon, spot en bierblikjes. Of ze nu vlaggen voor buitenspel of niet, er is altijd wel één partij die het anders gezien wil hebben. “Hé grens, laat je ogen eens nakijken”, is nog een van de meer onschuldige verwensingen.
Maar een bezoek aan de opticien zal niet baten. Het menselijk oog is domweg niet goed genoeg om buitenspel te kunnen constateren, melden Spaanse oogartsen in het medisch tijdschrift The Lancet dat morgen verschijnt.
De onderzoekers hebben berekend dat de grensrechter vanwege de manier waarop het oog scherpstelt, een flinke fout maakt bij de beoordeling van een buitenspelsituatie.
Om iets goed te kunnen bekijken maakt het oog korte bewegingen om het object in het meest gevoelige deel van het netvlies geprojecteerd te krijgen. Dat duurt zeker een kwart seconde. In die tijd kunnen aanvaller en verdediger, die oorspronkelijk op één lijn stonden, wel vierenhalve meter van elkaar verwijderd zijn.
Arme grensrechter, zucht The Lancet, hij moet de achterste verdediger in de gaten houden, de aanvaller die de bal krijgt én hij moet beoordelen wanneer de bal wordt gespeeld. Gelukkig maar, dat de voetbalbond heeft bepaald dat hij bij twijfel niet moet vlaggen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.