*

 
dossier

Archief

Choreograaf Lin Hwai-min vernieuwt visie op dans

EVA VAN SCHAIK − 09/02/96, 00:00

AMSTERDAM - Volgens Jochen Schmidt, danscriticus van de Frankfurter Allgemeine en, ex-directeur van het Nordrhein-Westfalen Festival, loopt er thans nog maar één echt vernieuwende choreograaf op de wereldbol rond.

Die eer komt niet de Amerikaanse beeldenstormer Billy Forsythe toe, maar een Aziaat uit Taipei. Zijn naam is Lin Hwai-min, en hij is de artistiek leider en oprichter van het Cloud Gate Dance Theatre, een gezelschap van 24 Taiwanese dansers die stormenderhand de wereldpodia veroveren. Schmidt, berucht en geprezen om zijn nuchtere penvoering, is er zelfs van overtuigd dat Lin Hwai-min in het Westen dezelfde invloed zal hebben als Balanchine en Graham destijds in het Verre Oosten hadden.

Zaterdag en zondag is in het danstheater aan het Haagse Spui zijn jongste produktie 'Songs of Wanderers' te zien, een anderhalf uur durend spektakel voor 23 dansers die met uitbottende takken als hun blindengeleidestokken over het toneel sluipen en springen. Hoofdpersoon van hun voorstelling is een man die ter linkerzijde van het podium negentig minuten lang stokstijf blijft staan. Als een roerdomp aan de oever staat en staat hij daar maar. Het water waarover hij zijn geest als een zwerm muggen laat zweven, valt ondertussen ritselend neer, in de vorm van een stortvloed van 3500 kilo rijst.

Lin Hwai-min en zijn dansers worden niet alleen om hun zinsbegoochelende theatereffecten bewonderd. Wat vooral intrigeert, is hun nieuw geachte omgang met zeer uiteenlopende danstechnieken. Hun ambachtelijke vaardigheden zijn een combinatie van de acrobatische bewegingskunst van de Chinese opera, de slow motion van het Japanse Butoh theater maar ook van klassiek ballet en moderne dans. Het Cloud Gate Theatre is het resultaat van complexe interculturele processen die zich al jaren op het vlak van de dans voordoen. Ook op het gebied van belichting en geluid worden de laatste high tech snufjes toegepast.

Intercultureel moet niet verward worden met multicultureel, oftewel een mengvorm waarin verschillende culturen naast elkaar optrekken. In het gat dat door Lin Hwai-mins theater in het wolkendek wordt geslagen, zou zelfs elk historisch onderscheid tussen culturen als sneeuw voor de zon smelten. Dat de westerse mens zijn superioriteitsdenken op balletgebied moet afschaffen, is natuurlijk allang een open deur. Zo zag ik laatst op een video over ballettraining in Beijing dat zich daar wel duizenden dansers als Sylvie Guillemme bevinden.

Belangrijker is dat Lin Hwai-min er als eerste Aziaat met een modern dansgezelschap werkelijk in geslaagd is een manier van kijken naar dans en theater te creëren, die voor alle dansculturen nieuw is. Hij koppelt namelijk niet alleen in uiterlijk waarneembare zin oosterse aan westerse bewegingstradities. Zijn bewegers gingen een stap verder in hun poging de hele wereldgeschiedenis en natuur-evolutie in hun globale dansmeditatie te betrekken. Onderwijl benadert hun choreograaf de ritselende bergen rijst zoals een kalligraaf het rijstpapier. Georgische liederen stijgen uit deze rijstvelden op, die door de dansers in kolkende rivieren, ruige bergwanden en lege woestijnen worden veranderd.

De Nederlandse danser-choreograaf Leon Koning, die na zijn loopbaan bij het Nederlands Dans Theater en het Nationale Ballet tien jaar met Lin Hwai-min heeft gewerkt en samen met hem een professionele dansopleiding in Taipei opzette, deelt de mening van Schmidt: “Het National Institute of the Arts in Taipei begint nu vruchten af te werpen. Deze studenten zijn echte daredevils. Wij kunnen ons hier nauwelijks voorstellen welke autoriteit Lin Hwai-min al over de hele wereld heeft verworven. Hij is een alleskunstenaar, heeft romans en artikelen op zijn naam staan, kent topontwerpers en componisten uit alle werelddelen. Overal krijgt hij staande ovaties. In zijn vorige produktie, 'Nine Songs', deed hij de orkestbak veranderen in een vijver met lotusbloemen.

Als eerste Aziaat met een eigen modern dansgezelschap heeft hij ook een 'Sacre du Printemps' gemaakt. Zijn dansers heeft hij uit heel Taiwan geplukt en aan zijn in 1983 opgerichte school opgeleid. Elke dag kregen zij lessen in bewegingstechnieken van Chinese opera, ballet, diverse technieken moderne dans, improvisatie en film. Elke zonsondergang werd Tai Chi gedaan. Ik heb die ongelooflijke ontwikkeling van nabij meegemaakt, ben er ook trots op dat ik daaraan bij droeg. Elke zomer ga ik terug. Ik vind hun optreden in Den Haag zelfs zo belangrijk voor alle dansstudenten in Nederland dat ik geregeld heb dat zij zaterdagmiddag zijn generale repetitie kunnen bijwonen. Heus, dit mag je niet missen. Hier wordt bewezen hoe en waarom dans en muziek universeel zijn.''

mailIcon print |