Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Initiatiefnemer Rosenmöller vindt dat D66-senator Vrisekoop ten onrechte juridische bezwaren aanvoert tegen zijn voorstel om werknemers een wettelijk recht te geven op een deeltijdbaan. De fractievoorzitter van GroenLinks heeft de Eerste Kamer gisteren per brief een uitgebreid verweer gestuurd. De senaat behandelt de wet vandaag.
Vrisekoop vroeg de Amsterdamse advocaat mr. S W. Kuip om een juridisch commentaar op het initiatief-wetsvoorstel, dat elke werknemer in principe het recht geeft om te vragen om een verkorting van de werkweek met twintig procent, met inlevering van loon. Kuip veegde de vloer aan met de wet. Volgens hem komt de werknemer met de wet in de hand in een onevenredig sterke machtspositie tegenover de werkgever te staan.
Vrisekoop was onder de indruk van die bezwaren en kondigde eind oktober in Trouw aan tegen het initiatief-Rosenmöller te zullen stemmen. Zij staat binnen de D66-fractie overigens redelijk geïsoleerd. Belangrijker is vandaag de opstelling van het CDA. Samen met de VVD, die zeer tegen de wet gekant is, heeft het een meerderheid.
CDA-woordvoerder Hofstede is ook geporteerd van de bezwaren van Kuip. Reden voor Rosenmöller om daar gisteren uitgebreid op in te gaan. Samen met zijn verdediging stuurde hij de Eerste Kamer een brief van de Leidse hoogleraar arbeidsrecht prof. mr.G. J. J. Heerma van Voss, die geen spaan heel laat van de bezwaren van Kuip. Volgens de hoogleraar zijn de bezwaren van zijn collega politiek ingegeven en niet juridisch van aard. Door het maximum van twintig procent en de mogelijkheid van een werkgever een verzoek af te wijzen als het bedrijfsbelang zich ertegen verzet, is er geen sprake van een te grote machtspositie van de werknemer, aldus de hoogleraar.
Rosenmöller wijst er de Eerste Kamer op, dat alle bezwaren van Kuip bij de behandeling in de Tweede Kamer deels uitvoerig aan de orde geweest zijn. Diens bezwaar dat iemand met een baan van niet meer dan 3 uur met de wet kan verzoeken de arbeidstijd tot 2,4 uur te verkorten, acht hij wel erg vergezocht. Bovendien diende die mogelijkheid, in theorie, van minister Melkert van sociale zaken te blijven bestaan, omdat anders werknemers ongelijk behandeld zouden worden op grond van de omvang van hun arbeidscontract. Volgens Melkert verzet de wet zich daar tegen.
In het partijblad CD-Aktueel van vorige week legde de CDA-fractievoorzitter in de senaat, Van Leeuwen, uit waarom zijn fractie tegen de wet is. Er zal alleen voor de wet gestemd zal worden als de organisaties van werkgevers en werknemers laten blijken, dat deeltijd zonder wet niet verder zal groeien. De werkgeversorganisatie VNO-NCW is fel tegen, de FNV is voor en de CNV-bonden zijn verdeeld.
Aan een tweede bezwaar van het CDA is Rosenmöller tegemoetgekomen. Het CDA was bang dat de ondernemingsraad de rol van arbiter toebedeeld krijgt als werkgever en werknemer het niet eens zijn over de aanvraag van werktijdvermindering. In een toelichting op dat artikel stelde Rosenmöller eerder dat dat niet de bedoeling is. Zijn idee is dat de werkgever in samenspraak met de ondernemingsraad de criteria vaststelt voor de gevallen dat het bedrijfsbelang deeltijdarbeid niet toestaat. In die gevallen mag een werkgever een aanvraag weigeren. Hofstede toonde zich eind oktober desgevraagd tevreden met die toelichting. Desondanks voert Van Leeuwen het bezwaar opnieuw op.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.