*

 
dossier

Archief

De geknevelde God en de openbaring

H.P. MEDEMA − 17/01/96, 00:00

De auteur is onder meer secretaris van het bestuur van de Evangelische Hogeschool en lid van de kernredactie van 'Bijbel en wetenschap'.

Eerst dan maar de anglicanen. De Church of England is een uitermate modern kerkgenootschap, en ik ben ook modern genoeg om een Internet-aansluiting te hebben, dus heb ik snel de site van de anglicaanse persdienst opgezocht om te kijken of het rapport daar al te lezen was. Dus niet, helaas, zo snel gaat dat kennelijk niet. Ik behelp me derhalve even met de samenvatting van deze betrouwbare krant.

De heren hebben het hellevuur uitgedoofd, of althans op een laag pitje gezet, want het is nu nog slechts 'de onomkeerbare keuze van wie zich tegen God keert'. De Wederkomst wordt eerst omgezet in het karikaturale beeld van Christus als een ruimtevaarder die naar de aarde terugkeert, waardoor het uiterst eenvoudig wordt om zo'n astronaut af te schieten en déze wederkomst maar helemaal af te schaffen.

Het artikel bevat voorts de weergave van een nieuwe visie op de ziel, maar daar moet de kerkredactie zich een beetje in verslikt hebben, want wie een beetje Aristoteles heeft bestudeerd, weet dat het substantie-begrip juist van deze Griekse wijsgeer vandaan komt. De leer van de ziel als aparte substantie naast het lichaam is een slecht passend Aristotelisch import-artikel in het christendom. Het zij de redactie vergeven, want de boel is inderdaad knap ingewikkeld.

Sticker

Daarnaast dus Van Enk, die reageert op een artikel van ruim twee maanden geleden van Andreas Burnier. De boven het artikel geplaatste kop sprak me zeer aan, vooral omdat ik juist begonnen was het boek te lezen van Donald W. McCullough, The Trivialisation of God (1995). En voordien had ik al de lectuur ten einde gebracht van het pas verschenen lijvige en magnifieke werk van D. A. Carson, The Gagging of God, waaraan het opschrift boven deze bijdrage is ontleend.

Van Enks betoog is me uit het hart gegrepen, als hij in drie anekdotes heel raak de houding neerzet van christenen die God in hun binnenzak steken, of dat althans proberen. Jezus wordt een sticker die je op de achterkant van je auto plakt, naast het embleem van de Wegenwacht. We zijn lid van de club van God, en Hij is, net als de Wegenwacht, ieder moment oproepbaar. Heel handig is dat.

Vreselijk aardig ook dat hij ons 'normen en waarden' levert, want waar haal je die anders zo snel vandaan? En als we het gevoel krijgen dat Hij wordt aangevallen door HIJ (of door een andere firma die met behulp van Hem de orderportefeuille wil vullen), zijn we graag bereid voor deze hulpeloze God een kort geding aan te spannen; dat kan Hij immers niet zelf.

Ongelofelijk oneerbiedig, een banalisering van de Allerhoogste, een vervloeking van de Naam boven alle namen, een verstolling van de Eeuwige in een gouden kalf. Kinderkens, wacht u voor de afgoden!

Maar wat 'doet' Van Enk nu met God? Zelf zal de oud-Trouw-redacteur misschien zeggen: niets. 'God is in de hemel, en gij zijt op de aarde, laten daarom uw woorden weinige zijn', zoals de prediker zegt. Van Enk wil God laten waar Hij is: in de hemel, als de Heer van het Al, als het onbenaderbare Opperwezen, die Zich niet laat inpakken. Als het numineuze, dat (zoals een vuur) tegelijk aantrekt en afschrikt, maar volstrekt onbenaderbaar is, zoals Rudolf Otto daarover geschreven heeft in zijn beroemde boek Das Heilige (1923).

Toch denk ik dat Van Enk eigenlijk hetzelfde doet als al die mensen die God in hun eigengemaakte doos willen inpakken, en ook hetzelfde als die anglicaanse theologen met hun rapport over het mysterie van het heil. Ik zal dat uitleggen.

We raken hier wat ik zie als de gemeenschappelijke noemer van de bladzijden 10 en 11 van de genoemde editie van deze krant. En dan gebruik ik de term van Carson: God wordt in onze tijd 'gekneveld'. Hij mag er best wezen, en we willen Hem ook heus wel in zijn waarde laten. Als Hij Zich maar nergens mee bemoeit. Als Hij zijn mond maar houdt. Als Hij maar niet al te dicht bij ons komt. Zoals een oude tante die we te logeren krijgen - dat is best wel gezellig, blij bij het komen en blij bij het gaan, maar ze moet zich niet bemoeien met de gang van de huishouding en de opvoeding van de kinderen. En vriendelijk, doch dringend zeggen we na het middageten tegen haar dat ze vást wel even wil rusten, waarna ze daar niet meer onderuit kan en het hele gezin opgelucht ademhaalt: heerlijk, we zijn weer even onder elkaar.

Openbaren

Sorry, dit is allemaal vreselijk oneerbiedig gezegd, maar het ís ook oneerbiedig. Het is een banalisering van God, waarbij het door Van Enk genoemde Sinterklaasbeeld nog in het niet valt, want aan deze heilige kennen we tenminste nog voor enige tijd een beperkt gezag toe. Maar God kan ons nog meer vertellen. Wanneer God Zich niet meer mag openbaren - 'alles wat wij over Boven zeggen, komt van beneden', zoals H. M. Kuitert zegt - dan wordt het er inderdaad heel wat rustiger op. We kunnen dan zelf de knoppen van het hellevuur reguleren, en zelf beslissen of de Wederkomst nog doorgaat. Nou ja, zo simpel is het ook weer niet helemaal, want een commissie van godgeleerden bezit op dat punt van zaken aanmerkelijk meer bevoegdheid en deskundigheid dan Jan met de pet, maar zo'n comité krijgt het best voor elkaar.

Kan God Zich openbaren? Mág Hij Zich openbaren? Hééft Hij Zich geopenbaard in Christus Jezus? Het moet dan maar gezegd worden: daar gaan wij niet over. Ik niet, de heer Van Enk niet en al die anglicaanse theologen evenmin. Als het Woord vlees wordt en onder ons woont, dan is de belangrijkste vraag wat ons antwoord is: geloof of ongeloof, liefde of vijandschap. En alleen vanuit een houding van eerbiedig geloof kunnen wij proberen het eeuwige Woord ootmoedig te verstaan. Maar knevelen kunnen wij de Allerhoogste niet. Nooit.

mailIcon print |