Het pleidooi van D66-Kamerlid Boris Dittrich voor het evalueren van mediahypes (Podium 31 januari) is vrijwel unaniem neergesabeld in de media: je moet de boodschapper van het (slechte) nieuws niet aanvallen, als er klachten zijn kun je de rechter of de Raad voor de Journalistiek inschakelen, en zeker, we discussiëren ons suf op de redactie over de kwaliteit van onze berichtgeving. In sommige reacties ging het om de bron van het pleidooi: een politicus, van dezelfde partij als de hoofdrolspelers in de crisis rond Justitie, probeert die D66 uit de wind te houden?
Natuurlijk hebben de media een enorme invloed op de ontwikkeling van een dergelijke crisis. Veel journalisten blijven vasthouden aan de quasi-naïeve beroepsopvatting van de neutrale verslaggever die alleen maar doorgeeft wat gebeurt. Maar journalisten verslaan niet alleen het nieuws, ze maken het ook, ze zitten niet in de zaal, maar staan op het toneel. Dittrich heeft gelijk, dat een klacht bij de Raad voor de Journalistiek niet past bij een evaluatie van een mediahype, waar per definitie alle media bij betrokken zijn. Inderdaad, we hebben in Nederland geen tv-programma's of rubrieken in kranten waarin systematisch de berichtgeving wordt geanalyseerd. De uitgebreide reconstructie van Ruud Verdonck in de Mediabijlage van 7 februari over de berichtgeving over de Gronings-Haagse crisis vormde een uitzondering op die regel, die waarschijnlijk nooit in de krant gestaan zou hebben als Dittrich zijn uitspraken niet had gedaan. Het zou voor de professionalisering van de Nederlandse journalistiek een goede zaak zijn als men meer oog zou krijgen voor de dynamiek die op gang komt wanneer de media zich massaal op een nieuwsonderwerp storten en in de samenleving allerlei reacties losmaken die ook weer nieuws worden. Voor de kwaliteit van het vak is het zinnig om de gevolgen te analyseren voor de media, voor de beeldvorming rond een bepaald onderwerp en mogelijk ook voor de slachtoffers van de hype.
In de Verenigde Staten bestaan tal van 'media watch'-organisaties, zoals FAIR (Fairness and Accuracy In Reporting), The Center for Media and Public Affairs (CMPA) en The Freedom Forum, die over de performance van de media publiceren en debatteren. Ook organisaties als de Society of Professional Journalists geven onderzoekers regelmatig opdracht om de rol van de pers achteraf te evalueren. Nergens in de Amerikaanse journalistiek wordt dit als een bedreiging van de persvrijheid gezien, erkend wordt dat dit kan bijdragen tot kwaliteitsverbetering van de journalistiek. Ik zie niet in waarom dit ook niet in Nederland zou kunnen. Als het maar niet de vorm heeft van een gezaghebbend forum dat jurisprudentie oplevert, zoals Dittrich aangeeft, dat doet denken aan een juridische procedures om een verdachte te veroordelen in plaats van aan open debat op basis van gedegen onderzoek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.