*

 
dossier

Archief

Over gemanipuleerd voedsel moet consument zelf beslissen

PETER VAN LAKERVELD − 25/10/96, 00:00

Nutricia verwerkt voorlopig geen genetisch gemanipuleerde sojabonen in babyvoeding, zo deelde het bedrijf kort geleden mee. Daarmee is de Europese consument echter allerminst gevrijwaard van dit product. Unilever is wèl begonnen met het gebruik van uit de Verenigde Staten geïmporteerde sojabonen waarvan de erfelijke eigenschappen zijn veranderd. En mogelijk zijn er meer producenten van voedingsmiddelen die zo opereren, want soja is bestanddeel van margarine, koffiecreamer, koekjes, instant-soep en vele andere producten.

Het laatste woord over genetisch gemanipuleerde voedingsbestanddelen is nog altijd niet gesproken. Sommigen zijn principieel tegen elke verandering van erfelijke eigenschappen in voeding, anderen hebben geen bewaar zolang er geen schade is voor de volksgezondheid.

Gelegenheid om de uitkomst van die discussie af te wachten, heeft de Europese Commissie evenwel niet. Slechts als schadelijke effecten voor de gezondheid wetenschappelijk kunnen worden aangetoond - waarbij de bewijslast ligt bij het importerende land - is een invoerverbod toegestaan. Dat bewijs is er niet (of nog niet?) bij de sojabonen. Net zo min als bij Amerikaans vlees van met hormonen ingespoten runderen. De EU noch de lidstaten kunnen zich beroepen op ethische bezwaren tegen gemanipuleerde bonen of hormonenvlees, want dat staan de vrijhandelsregels van de Wereldhandelsorganisatie WTO niet toe.

Op de een of andere manier steekt dat. Onder de vlag van de vrijhandel kunnen algemeen aanvaarde normen en waarden in een land niet meer doorslaggevend zijn. Ethiek is geen argument om de grenzen te sluiten, zoals trouwens ook blijkt in de kledingmarkt. Kleding die door zwaar onderbetaalde kinderen in de derde wereld is vervaardigd, komt de EU vrij binnen.

Toch is er wat te zeggen voor deze WTO-regels. Wie de wereldhandel in de afgelopen decennia heeft gevolgd, weet dat goederen vaak om oneigenlijke redenen aan landsgrenzen zijn tegengehouden. Er hoefde zich maar één geval van varkenspest in Nederland voor te doen, of Italië sloot meteen de grens voor alle Nederlands varkensvlees. Zogenaamd om redenen van volksgezondheid, in feite om de eigen boeren te beschermen. Er zijn talloze van dit soort voorbeelden. Daarom geeft de WTO niet te veel handvatten om import tegen te houden.

Er is bovendien een ander middel om producten te weren en dat is de markt. De import van gemanipuleerde soja mag dan vrij zijn, als de consument er niet aan wil, liggen producten waarin de soja is verwerkt, niet in de supermarkten. Dat is nu precies de reden waarom Nutricia er niet aan begint. Vooral de voor Nutricia belangrijke Duitse markt is erg gevoelig op dit punt. Geen wonder overigens, want Duitsers richten hun aandacht voor milieu grotendeels op voeding. Schadelijke effecten van de auto laten hen koud.

De consument mag zelf beslissen, zou de conclusie kunnen zijn. Voorwaarde is echter wel dat consumenten wat te kiezen hebben. Dat vereist minimaal dat de verwerking van genetisch veranderde bestanddelen op de verpakking wordt vermeld. Noch de Europese Commissie noch in Nederland staatssecretaris Terpstra wil die vermelding verplichten. In het geval van de sojabonen zou dat ook niet kunnen, want de VS verschepen wel en niet gemanipuleerde soja door elkaar, heet het. Een gezocht argument. Want als de melding op de etiketten wel wordt vereist, moeten de Amerikaanse exporteurs wel gescheiden leveren.

mailIcon print |