*

 
dossier

Archief

Kremlin-generaal uitgejoeld over actie tegen Tsjetsjenen

Door: redactie − 22/01/96, 00:00

Van onze correspondent MOSKOU - Laten we de dingen bij de naam noemen, begint generaal Barsoekov zijn tirade tegen de vijand. “Een Tsjetsjeen kan alleen maar moorden en als hij niet kan moorden, dan is hij een bandiet. Als hij dat ook niet kan, dan steelt hij. Meer kan hij niet.”

Met een grimmige blik maakt de generaal duidelijk dat hij elk woord meent, en dat wordt zelfs de doorgaans brave journalisten van Moskou te gortig. De persconferentie barst uit in gejoel en geroep: “U spreekt over één miljoen mensen!” Maar de generaal behoudt zijn poker face en keert snel terug naar het eigenlijke onderwerp: de “bevrijding” van het dorp Pervomaiskoje.

Als leider van de allerwegen beschimpte operatie had Michail Barsoekov zaterdag opheldering kunnen geven over de vele vragen die tijdens het verpletterende geweld onbeantwoord bleven. Maar hij en zijn strijdmakker, minister van binnenlandse zaken, generaal Koelikov, deden zelfs geen poging de onwaarheden en tegenstrijdigheden die vorige week officieel werden verspreid, met feiten recht te zetten. Met vereende krachten herhaalden ze de woorden van president Jeltsin, dat de operatie een succes was en dat zwaar geweld onontkoombaar was. Barsoekov liet echter de mogelijkheid open dat er fouten zijn gemaakt met de woorden: “Er bestond geen precedent in de internationale terreurbestrijding, we hadden geen beproefde handelwijze ter beschikking.”

Ook voor Barsoekov persoonlijk was dit een vuurproef. Toen Boris Jeltsin president werd, was Barsoekov commandant van het Kremlin-garnizoen. Sindsdien is hij een gunsteling van de president, die hem onlangs bevorderde tot chef van de Federale Veiligheidsdienst, een van de onderdelen van de vroegere KGB. In die functie werd hij op 9 januari aangewezen om de massale gijzeling door Tsjetsjenen op te lossen, waarbij moest worden voorkomen dat de Tsjetsjenen er, net als een half jaar geleden, vandoor gingen.

De vraag hoe het mogelijk was dat zijn 2 414 manschappen die het dorp in een drievoudige omsingeling hadden, toch een flink deel van het Tsjetsjeense overvalcommando lieten ontsnappen, blijft echter onbeantwoord. We waren wel voorbereid op een afleidingsmanoeuvre, zegt Barsoekov. Die afleiding kwam in de nacht van woensdag op donderdag: dertig tot veertig Tsjetsjeense hulptroepen begonnen te schieten in het naburige dorp Sovjetskoje. Een uur later wist de Tsjetsjeense commandoleider Salman Radoejev door de Russische cordons heen te breken. “Ze doorbraken de eerste ring en stuitten toen op Groep 22 van het ministerie van defensie, dat uit 38 man bestond. Dat leverde een verbitterd gevecht dat tot 07.40 uur duurde.”

“Ik sluit niet uit dat er 20 tot 25 zijn ontvlucht en misschien was Radoejev daarbij”, geeft minister van binnenlandse zaken Koelikov voorzichtig toe. Maar een simpele som maakt de groep uitbrekers veel groter. Koelikov schat het aantal “bandieten” op 300 tot 350. Van hen zijn er 30 gevangen genomen, terwijl de officiële schattingen van het aantal Tsjetsjeense doden uiteenlopen van 150 tot 180. Dat betekent dat er 110 tot 170 Tsjetsjenen zijn ontsnapt.

Ondanks het “verbitterde gevecht” dat Groep 22 leverde, wisten de Tsjetsjenen ook nog gijzelaars mee te slepen naar Tsjetsjenië. Met die gijzelaars kunnen de Tsjetsjenen de Russen nogmaals voor schut zetten. De komende dagen zullen de burgers onder hen worden vrijgelaten, kondigde de chef van de Tsjetsjeense generale staf, Aslan Maschadov gisteren aan. Maar de politiemensen onder hen (waarschijnlijk 17) worden krijgsgevangen gehouden voor uitwisseling tegen Tsjetsjenen in Russische handen.

De tactiek van de belegering was gericht op “afmatting en psychologische druk”, zegt Barsoekov. Ook de zware Grad-raketten bij het slotoffensief waren “psychologisch” bedoeld. Drie vrachtwagens met Grad-batterijen waren “demonstratief bij de Tsjetsjeense grens geplaatst”. Het valt hem moeilijk te erkennen dat er ook mee geschoten is. “Van de drie vrachtwagens is er één op anderhalve kilometer van het dorp geplaatst”, zegt hij, hoewel iedereen op tv drie vrachtwagens met raketten bij het dorp heeft gezien, waarvan er één raketten naar het dorp schoot.

De persconferentie barst in lachen uit om de beweringen van de generaals. Maar die negeren de cynische stemming en vallen een verslaggever aan, die vanuit de loopgraven constateerde dat de generaals logen toen ze zeiden dat de executie van gijzelaars begonnen was en dat een alles vernietigende aanval onontkoombaar was. Er waren helemaal geen gijzelaars gedood, schreef de journalist in zijn krant, niemand had schoten gehoord voordat de Russische troepen hun zware vuur openden. “U had bij ons moeten komen”, kritiseert minister Koelikov de verslaggever. “U had moeten zeggen: ik heb informatie, ik kan u helpen. U had uw stuk aan ons moeten geven en uw handtekening eronder zetten”, voegt hij er bureaucratisch aan toe.

Uiteindelijk kunnen de generaals op de persconferentie geen andere aanleiding voor hun slotoffensief bedenken dan dat de Tsjetsjeense leider Doedajev vanuit Tsjetsjenië via de radio opdracht gaf tot executie van gijzelaars. De Kremlin-generaal was kennelijk niet bestand tegen de psychologie van Doedajev.

Toch bliezen de Russen hoog van de toren toen de Turkse regering een groot geduld bleek te hebben bij de kaping van een veerboot met Russische passagiers op de Zwarte Zee. Jeltsin vond dat maar getreuzel. “We hebben al een groep militaire duikers klaar staan om erheen te vliegen zodra Turkije een operatie begint”, pochtte de president tegenover de pers. Hij bedierf het effect dat hij zocht met: “Jammer genoeg hebben we geen onderzeeërs in dat gebied. Ik had gedacht van wel, maar toen ze dat controleerden bleek dat we er geen hadden.”

mailIcon print |