'Wat hebt u toch tegen het leger?', vroeg de radiointerviewer donderdagavond aan het eind van het gesprek aan Arie Groenevelt. Een diepe afkeer, zo bleek uit de reactie van de voormalige voorzitter van de Industriebond FNV. Als dienstplichtige was hij naar Indië gestuurd, daartoe aangespoord door zijn voormannen Vorrink en Drees, die spraken van een sociaal-democratisch ideaal, als de opbouw van een jong land tot een rechtvaardige, democratische staat.
De werkelijkheid was anders, ontdekte Groenevelt in Indië. Hij was daar om de belangen van de planters, de olie en de handel te beschermen. Met sociaal-democratie had dat niets te maken. Tot de dag van vandaag voelt hij zich gebruikt en misleid door het leger dat jonge jongens, zoals hijzelf, onder valse voorwendsels gebruikte voor een eigen oorlog.
Hoewel van gans andere geestelijke komaf voelt ook Trijnko Lentz zich gebruikt. Zijn verhaal staat elders in deze krant. Hij gaf zich direct na de oorlog als vrijwilliger op om Indië van de Japanners te bevrijden en daar het gezag te herstellen. Hij zag dat gezag als een van God gegeven ordening tot heil van de mensen. In Indië betekende dat: Nederlands gezag tot zegen van de Indische bevolking. Ook hij is verbitterd teruggekomen. 'Ze' hadden hem beloofd orde en gezag te herstellen, maar in plaats daarvan hebben 'ze' het land met de staart tussen de benen verlaten en de bevolking aan haar lot overgelaten.
Tot de dag van vandaag zit dat hem dwars. Hij voelt zich misleid, net als Arie Groenevelt. Geen mens zegt van zichzelf graag dat hij zich te grazen heeft laten nemen. Maar het zeurt wel door en van tijd tot tijd barst het los. In een permanente afkeer van het leger of in woede om het visum van Poncke Princen. Twee jaar van je leven riskeren voor een flop, terwijl je dacht voor een ideaal op pad te gaan, dat gaat niemand in de koude kleren zitten, of je nou politiek links of rechts bent.
Toch leek het zo overzichtelijk direct na de oorlog en deze krant heeft fors aan die schijnbare overzichtelijkheid bijgedragen.
'Toch spreken met Soekarno?', opent Trouw op 16 oktober 1945 met als onderkop Ongeloofelijke verklaring van dr. van Mook. Luitenant G.-G. dr. H. van Mook, aldus het bericht, heeft verklaard dat hij geen bezwaar heeft tegen onderhandelen met Soekarno. Trouw voegt daaraan toe: 'Wij geven dit bericht onder voorbehoud omdat het ons ongeloofelijk voorkomt dat een officieele Regeeringsvertegenwoordiger het....standpunt van de Regeering om niet met de rebel Soekarno te onderhandelen, zou doorkruisen'.
In het hoofdredactioneel commentaar naast het bericht schrijft de krant dat 'de chaos op Java naast gevaar voor krijgsgevangenen en geïnterneerde Nederlanders slechts hongerdood en onnoemelijke desillusie aan miljoenen der inheemsche bevolking zal brengen als de wapenen van het wettig gezag niet spoedig ingrijpen'.
Soekarno, een rebel; de republiek een door de Japanners op touw gezet revolutionair avontuur; krijgsgevangenen en geïnterneerden redden; de Indische bevolking tegen chaos en hongersnood beschermen. Zo was het, dachten de vrijwilligers en het gros van de dienstplichtigen toen. Propaganda om een koloniale oorlog te rechtvaardigen, horen ze nu. Dat steekt en roept een machteloos gevoel van woede op, want ze geloofden oprecht in hun bedoelingen.
Het is een drama als van Oedipus, die ook oprecht geloofde in de zuiverheid van zijn eigen daden en geleidelijk maar onafwendbaar ontdekt dat hij zijn eigen vader vermoord en zijn moeder tot vrouw had genomen. De vraag waar hij niet uit komt, is of hij wel zo onschuldig is als hij dacht te zijn, of hij het toch niet had kunnen weten.
Dat is de vraag van veel Indië-veteranen. Niet van de luidruchtige minderheid die ieder zelfonderzoek weigert en koppig vasthoudt aan het oude standpunt. Maar wel van die meerderheid van hen die zich stilhoudt, maar die zich deze dagen opnieuw onrustig voelt onder die vraag.
Iedereen kan, net als Oedipus alleen met zichzelf over die vraag in het reine komen. Alleen Oedipus werd niet door een ander gestuurd, zij wel. En Trouw stond daar met hart en ziel achter en heeft pas veel later een omslag gemaakt.
De Indië-gangers zijn niet de enigen die zich voor de vraag van Oedipus geplaatst zien, al lijkt dat soms zo. Deze krant bevindt zich in hun gezelschap, evenals overigens de Nederlandse regering. Misschien helpt het bij de verwerking van het verleden als dat eens wat openlijker erkend wordt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.