Van onze parlementsredactie DEN HAAG - De regeringspartijen in de Tweede Kamer zullen de nieuwe elektriciteitswet van minister Wijers van economische zaken waarschijnlijk steunen. Op een aantal belangrijke punten is de minister gisteren aan hun bezwaren tegemoetgekomen.
Of de concessies van de minister voldoende zijn om ook het CDA en andere oppositiepartijen over de streep te trekken, is onzeker. De oppositie heeft er grote moeite mee om nutsbedrijven aan de vrije markt bloot te stellen.
Door de nieuwe elektriciteitswet ontstaat een vrije markt voor stroom. Afnemers van elektriciteit zullen vanaf 1 januari 1999 in toenemende mate de stroom ook in het buitenland kunnen kopen, zo is de bedoeling. Wijers geeft met deze liberalisering uitvoering aan een richtlijn van de Europese Unie (EU). De huidige vier productiebedrijven van elektriciteit zullen fuseren tot één bedrijf, om een stevige positie op de Europese markt te verwerven. Het beheer over het elektriciteitsnet komt in handen van aparte, vrijwel onafhankelijke bedrijven die worden afgesplist van de distributiebedrijven. Dit om een volkomen vrije toegang tot het net voor de verschillende stroomproducenten te garanderen. De minister verwacht dat elektriciteit goedkoper zal worden.
Over de hele linie bekritiseerde de Kamer het feit dat Wijers veel sneller wil gaan met de liberalisering van de markt dan de Europese richtlijn voorschrijft. Volgens de richtlijn hoeft in eerste instantie slechts 25 procent van de markt te worden vrijgegeven. De minister liberaliseert direct al 40 procent van de markt. Hij zou daarmee vooruitlopen op andere landen. De vrees was dat de positie van het Nederlandse produktiebedrijf daarmee zou worden ondergraven. Buitenlandse stroomproducenten, zoals in Frankrijk, die met overcapaciteit te maken hebben, zouden via dumpprijzen hun stroom op de Nederlandse markt kwijt kunnen.
Volgens het wetsvoorstel gaat die vlieger niet op, omdat het beginsel van de wederkerigheid geldt: Nederlandse bedrijven mogen in een bepaald land alleen stroom kopen, als precies hetzelfde soort bedrijven in dat land op hun beurt ook in Nederland voor stroom terecht kunnen. De Kamer toonde gisteren in eerste instantie geen enkel vertrouwen in die regel. Lansink (CDA) stelde voor om in de wet te bepalen dat het aan de Nederlandse afnemers van buitenlandse elektriciteit is om aan te tonen dat collega-bedrijven in het buitenland op de Nederlandse markt dezelfde rechten hebben. Wijers had daar geen moeite mee.
Ook op een ander onderdeel toonde de minister zich toeschietelijk. In fasen wordt de elektriciteitsmarkt geliberaliseerd. Eerst komen de grootste bedrijven aan de beurt, in 2002 de middelgrote bedrijven en in 2006 tenslotte de kleinverbruikers. De Kamer toonde zich bezorgd over de positie van deze twee laatste categorieën en wilde de verdere liberalisering van de markt afhankelijk maken van een evaluatie van de eerste opgedane ervaringen. Wijers is bereid voor de kleinverbruikers een dergelijke evaluatie in de wet op te nemen. Hij erkende de grote 'politieke risico's' voor deze groep. Ook overigens probeerde hij de Kamer gerust te stellen dat de kleinverbruikers geen schade zullen ondervinden van de vrije markt. Zo zal de minister de kleinverbruikerstarieven vaststellen en daarbij rekening houden met de efficiencywinst die met de liberalisering wordt geboekt.
Duurzame energie
Op een paar onderdelen wist de minister de Kamer minder te overtuigen. Zo vreest de Kamer dat van de produktie van duurzame energie en van energiebesparing op een vrije markt weinig terecht zal komen. Maar Wijers begreep die zorg niet. In de wet staat dat er zogenaamde groencertificaten zullen komen, waarmee afnemers van energie moeten aantonen dat een bepaalde hoeveelheid stroom is geproduceerd op een 'groene' manier. Komt daar te weinig van terecht dan kan de minister vanaf 2002 de verplichting opleggen dat een bepaald percentage stroom op milieuvriendelijke manier wordt geproduceerd.
De regeringspartijen zijn onderling verdeeld over hoe energiebesparing kan worden geregeld. Wijers is er voor om eventueel de al bestaande regulerende energiebelasting (de ecotax) voor dat doel te verhogen. Maar zijn voorkeur gaat uit naar meerjarenafspraken met de bedrijven. Voor een hogere ectax is al voorzien in het belastingplan voor de 21-ste eeuw. De opbrengst - 500 miljoen gulden - zou dan niet moeten worden teruggesluist naar de belastingbetaler, zoals nu, maar moeten worden gebruikt voor de financiering van besparingsprogramma's. Het VVD-Kamerlid Remkes heeft grote bezwaren tegen deze lastenverhoging. Bovendien kan dit volgens hem pas bij de kabinetsformatie worden geregeld. Van Middelkoop (GPV) is bang dat er dan niets van terecht komt, gezien de groei van de VVD. Hij vindt - met het PvdA-Kamerlid Crone - dat dit punt direct in het wetsvoorstel moet worden geregeld.
Onzeker is ook of de Kamer akkoord kan gaan met de afsplitsing van het netbeheer van de distributiebedrijven. Wijers verzekerde de Kamer dat het hem er uitsluitend om gaat de vrije toegang tot het net voor alle producenten te garanderen. Alle andere zaken die met het net verband houden, zoals onderhoud, kunnen bij de distributiebedrijven blijven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.