De dames en heren geleerden die afgelopen vrijdag op uitnodiging van de Nederlandse Taalunie in de vergaderzaal van de Eerste Kamer bijeenkwamen waren het er in meerderheid over eens: een nieuwe Nederlandse literatuurgeschiedenis zou geen overbodige luxe zijn. De professoren bereikten op het Binnenhof snel een compromis.
Een nieuwe literatuurgeschiedenis van vier tot zes delen, ieder door één specialist voor een groot publiek geschreven - dat leek ze wel wat.
Minder gemakkelijk werden de letterkundigen het eens over het idee dat aan die nieuwe geschiedenis ten grondslag zou moeten liggen. Heel even leek het er zelfs op dat de professoren verstrikt zouden raken in een grandioze spraakverwarring. De Vlaamse letterkundige Dirk de Geest opende de dag met een lezing in geheimtaal. Met ernstig gezicht declameerde hij als in een absurdistisch gedicht de woorden “constitutieve dimensies”, “het concept literatuur” en “hiërarchiserende strategiën.” “Ik benadruk”, murmelde De Geest in de microfoon, terwijl de plak haar die hij die ochtend nog zo keurig dwars over zijn schedel had gekamd langzaam rechtop ging staan, “dat ik niet voor een functie-gerichte aanpak pleit, maar voor een functionalistische!”
Niemand vertrok een spier. De professoren hingen behaaglijk onderuit in de groene, pluche bankjes van de Eerste Kamer. De een leek gebiologeerd door het enorme portret van Willem II, de ander staarde - vlak voor hij zijn hoofd helemaal achterover kon leggen voor een hazenslaapje - naar de geschilderde doorkijkjes in het plafond. Daarop greep ene De Jong, een van de Neerlandici “extra muros” (was hij maar buiten de muren gebleven, dacht ik nog), de interruptiemicrofoon. Hij nam rustig de tijd om uit te leggen dat de zwaar verouderde literuurgeschie-denis van Gerard Knuvelder zo'n prima boek was.
Het blijft verbijsterend te zien hoeveel letterkundigen, die toch begrip voor en inzicht in de literatuur zouden moeten kweken, uit een ver verleden blijken te stammen of geïnfecteerd zijn met het verschrikkelijke jargon-virus. Gelukkig bestaan er ook Neerlandici die zo nu en dan iets verstandigd opmerken. Mevr. M. A. Schenkeveld, hoofdredactrice van de mooie “Nederlandse literatuur, een geschiedenis” uit 1994, bracht op de studiedag een aantal heldere ideeën over het voetlicht. Ook haar collega's Hugo Brems, Eddy Grootes, WilJan van den Akker en Frits van Oostrom waren in staat een goed inzicht te verschaffen in de problemen die het schrijven van een nieuwe literatuurgeschiedenis met zich mee brengt.
Het is niet voor niets dat diegenen die vaker met het bijltje gehakt hadden met de beste voorstellen kwamen. Natuurlijk moet je van tevoren gaan bedenken waar je aandacht aan besteedt en op welke manier. 'Literatuur' heeft in elke tijd iets anders betekend. Elk 'deel' vergt daarom zijn eigen aanpak. Dat praktische inzicht had de oeverloze richtingenstrijd overbodig moeten maken. Want in feite komt het, om de woorden van de Utrechtse hoogleraar Van den Akker te lenen, maar op één ding neer: “Gewoon goed en helder schrijven.”
Vanwege de discussie “intra muros” kwam men afgelopen vrijdag dan ook niet toe aan twee, zeer wezenlijke vragen. Ten eerste: wie gaat er opdraaien voor de niet geringe kosten van dit project? De Taalunie heeft geen geld. De ad hoc commissie voor de literatuur-geschiedenis, die de Belgische en Nederlandse ministers van Onderwijs en Cultuur in april gaat adviseren, zal daarom beide regeringen moeten overtuigen de schrijvers een aantal jaren vrij te stellen van hun universitaire verplichtingen.Maar de interessantste vraag is natuurlijk: wie moeten die “vier tot zes delen” nu gaan schrijven? Ik kwam, na enig beraad in de wandelgangen, vrij snel tot een lijstje van vijf. Voor het gemak uitgaande van boeken over de Middeleeuwen, de Renaissance, de Verlichting, de negentiende en de twintigste eeuw lijken mij respectievelijk de beste schrijvers: Frits van Oostrom, M. A. Schenkelveld-van der Dussen, Hanna Stouten, Marita Mathijsen en Ton Anbeek.
Verrassend genoeg vind ik dat vooruitzicht, zelfs na een lange dag onder professoren, eigenlijk zo gek nog niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.