*

 
dossier

Archief

'Dit pand is absoluut beeldbepalend voor deze eigenzinnige wijk'

RUUD VAN HAASTRECHT − 07/05/98, 00:00

AMSTERDAM - Iedere vrije minuut stak Bram Bos dit afgelopen jaar in het schuren, plamuren en verven van zijn Polderhuisje. Volgende week komen deelraadpolitici van het nieuw gevormde stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid het resultaat bekijken. Want er zijn forsere maatregelen nodig, wil het 150 jaar oude polderhuisje na de eeuwwisseling nog overeind staan.

Fietsers draaien steevast hun hoofd opzij als ze vanaf de Amstel de Rustenburgerstraat in rijden. Het vrijstaande Polderhuisje van twee verdiepingen hoog, de pannendaken zolder meegerekend, valt nogal op tussen de smalle en hoge 19e-eeuwse revolutiebouw van De Pijp.

Het kabouterhuis is de laatste herinnering aan de tijd dat de grote stad nog niet tot hier was opgerukt. Rond 1800 graasden hier koeien in de Binnendijksche Buitenveldertsche Polder en werden er groenten verbouwd. Diezelfde eeuwwisseling werd, dwars op de Amstel, langs de Rustenburgersloot een zandpad met iepen aangelegd. Inderdaad, de voorloper van de Rustenburgerstraat.

In 1865 bouwde schilder Jan van Bemmel daar het polderhuis. Het was niet zijn enige huis aan de Rustenburgersloot. Een paar jaar later annexeerde Amsterdam de gemeente Nieuwer-Amstel, waartoe de polder behoorde. Om het polderhuisje heen verrees in ijltempo de nieuwe stadswijk De Pijp, voor de vele landarbeidersgezinnen die in de grote stad een nieuw bestaan hoopten op te bouwen. Nadat het polderhuis 30 jaar volgepakt was met gezinnen, kreeg het de functie van bedrijfswoning. In 1893 kocht wagenmaker Gerrit van der Roest het pand, inclusief de werkplaats ernaast en de schuur erachter. “Het grappige is”, zegt de huidige bewoner Bram Bos, “dat sindsdien alleen maar vergelijkbare bedrijven hier hebben gezeten: wagenmakers, carrosseriebedrijven, autoschadebedrijven, garages.”

Tien jaar geleden trok hij in het polderhuis. De eerste jaren woonde hij beneden en een andere student boven, maar sinds ruim een jaar is zijn vriendin tevens bovenbuurvrouw. In 1992 ging het mis met het huisje. Een mercedes ramde de uitstekende pui. Niet alleen raakte de gevel beschadigd, er kwamen allemaal dakpannen omlaag zetten. Met een zeil kreeg de huiseigenaar het dak weer waterproof. Totdat begin dit jaar het verrotte zeil het met de januariregens begaf. De huidige eigenaar, een autoschadebedrijf dat naast het polderhuis zit, heeft er intussen een nieuw zeil over gespannen, vrolijk oranje.

Bos snapt de eigenaar wel. “Het restaureren van het huis is een investering die je er niet uit kunt halen via een huurverhoging.” Zonder geld van het stadsdeel of van de particuliere stichting Stadsherstel zal het niet gaan. En het moet, volgens Bos. “Dit is het oudste huisje in De Pijp en het enige polderhuis bovendien. Het voorlaatste polderhuis op de hoek braken ze begin jaren zeventig af voor een appartementencomplex. Dit pand is absoluut beeldbepalend. Het mag niet ontbreken in een eigenzinnige buurt als De Pijp.”

Bos sleet menige middag in het Gemeentearchief om de geschiedenis van het huisje op te diepen. Volgende week presenteert de stadsdeelvoorzitter het resultaat: een boek dat al even schattig klein is als het polderhuis zelf. Bij datzelfde Gemeentearchief, ooit begonnen als stadhuis van Nieuwer-Amstel, is het straks te koop. Bram Bos hoopt dat het de deelraadspolitici het laatste zetje zal geven in de juiste richting. “Zuid en De Pijp zijn nét met elkaar gefuseerd. Dit project kan een mooie rol spelen om de twee samen te smeden. Iedereen is voor behoud van het Polderhuis. Maar het moet wel gebeuren!”

mailIcon print |