DELFT - Pontificaal, midden op de achterruit van zijn Volvo zit sinds twee weken een sticker. 'Houdt Fokker in de lucht' staat er op. Het is de eerste keer in zijn leven dat professor J. van Ingen, hoogleraar luchtvaartaerodynamica, op zo'n manier uiting geeft aan zijn gevoelens. Eigenlijk is hij er de man niet naar en past het niet bij hem. Maar de overheid lijkt het er, tot zijn stomme verbazing, op aan te laten komen. “Daarom moet het nu maar.”
Technisch-wetenschappelijk speelt Nederland in de lucht- en ruimtevaart een rol op wereldniveau. De aan de TU Delft verbonden Van Ingen (63) betwijfelt of die positie gehandhaafd blijft als Fokker verdwijnt. Ook andere Nederlandse industrieën, die nu meeprofiteren van de lucht- en ruimtevaartkennis, worden dan volgens hem de dupe.
Gekscherend is het management van Fokker, maar ook dat van KLM en Schiphol, wel eens de Delfts-blauwe mafia genoemd. Want een flink deel van de toonaangevende figuren in Neerlands luchtvaart komt er vandaan: de faculteit der Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek van de Technische Universiteit Delft.
Professor van Ingen zwaait er als voorzitter de scepter over 1200 studenten. Het schijnbaar naderende einde van de vliegtuigfabriek is het gesprek van de dag. Toch lijken de studerende twintigers een zekere afstand tot het gerenommeerde bedrijf te hebben. “Er is al jarenlang een personeelsstop”, vertelt vierdejaars Oscar Mölder (21). “Er werkt dus niemand die ik persoonlijk ken.”
Voor professor van Ingen ligt dat anders. “Fokker is een deel van mezelf”, wil hij wel bekennen. “Dat bedrijf is, net als het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium, opgebouwd met afgestudeerden van hier. Sommigen hebben bij mij nog hun scriptie geschreven. We kennen elkaar allemaal, je neemt gemakkelijk contact met elkaar op, je trekt dezelfde kar.”
Het is eigenlijk heel simpel, zegt de professor. Nederland heeft één luchtvaartmaatschappij, één luchthaven, één luchtvaartfaculteit, één luchtvaartlaboratorium, één luchtvaart-HBO en één vliegtuigfabriek. “En de een kan niet zonder de ander. Fokker stimuleert ons als universiteit op het hoogste niveau bezig te blijven. Voor een klein land spelen wij daarom een uitzonderlijk grote rol in de wereld van lucht- en ruimtevaart.” Van Ingen wil niet de indruk wekken een 'luchtvaart-enthousiast' te zijn, die zonder kennis van zaken pleit voor het behoud van Fokker. “Ik zit al een leven lang in dit vak. Ik weet wat voor uitstraling die fabriek heeft. En wat voor potentie. Dit is geen RSV-achtige affaire. Onzin.”
Het wetenschappelijk onderzoek dat zijn faculteit doet, komt niet alleen de luchtvaart- en ruimtevaartindustrie ten goede, zegt Van Ingen. “De computertechnieken die hier bedacht zijn, zijn zonder meer van groot belang geweest voor andere industriën. De kunstvezels die bedacht zijn voor vliegtuigen, satellieten en raketten, worden tegenwoordig ook gebruikt voor opleggers. Een fabriek als Fokker is natuurlijk een aanjager voor dergelijk onderzoek.”
Voor de toekomst van zijn studenten is Van Ingen niet bang. “Het zijn voor alle academici moeilijke tijden. Deze opleiding is zo goed en breed dat ze alle kanten op kunnen.” Wel huiverig is de professor voor het verdwijnen van de hele kennis-infrastuctuur van een hoogwaardige technologiesector.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.