OUDE MEER - “Eigenlijk weten we nou nog helemaal niks. Behalve dan dat we niet meer bij Daimler Benz horen.”
Bij Fokker-monteur Manfred Makkink (35) komen na ieder nieuwsbericht meer vragen naar boven. Mag hij de bestelde vliegtuigen helpen afmaken? Blijven er delen van het bedrijf overeind? Komt de Nederlandse overheid toch nog met geld over de brug? Een ding weet hij zeker: “Voor ons is de onrust nog lang niet afgelopen.”
In het kantoortje van de bewakers van de poort bij de Fokker-vestiging Schiphol-Oost is het maandagmiddag broeierig warm. Manfred Makkink (35), Rob Neuteboom (34) en Leo Lodewijk (34), alle drie monteur op de afdeling Mechanical Systems, zijn er op verzoek van de verslaggever naar toe gekomen. De pers mag de Fokker-gebouwen onder geen voorwaarde in. Praten buiten de poort - en daar staat het kantoortje - mag wel. Vandaar.
Makkink, Neuteboom en Lodewijk zijn maandagmorgen gewoon naar hun werk gekomen. Ook al hadden ze in het weekeinde via nieuwsberichten op radio en televisie begrepen dat het zo goed als afgelopen is met de vliegtuigbouwer. Vrijdag, tijdens de grote demonstratie in Den Haag, vertelde het trio al geen enkele hoop meer te koesteren op een toekomst voor Fokker. Maar toen ze topman Van Schaik zaterdag op het journaal hoorden zeggen dat het inderdaad echt over was, kregen ze toch een wat onwezenlijk gevoel.
“We hebben al heel wat reorganisaties meegemaakt”, zegt Lodewijk. “Maar dit is wel een hele vreemde gewaarwording.” Neuteboom, die vrijdag nog redelijk onverstoorbaar leek, kreeg na het nieuws over het onafwendbare einde ineens het beeld voor ogen van een Daf-werknemer die in spanning zat te wachten op de brief waarin zou staan of hij wel of niet kon rekenen op een nieuwe baan. “En toen las hij het verkeerd. Hij dacht dat hij weg moest en hij mocht toch blijven, of andersom. Ik heb dat toentertijd op televisie gezien. Vréselijk was het. Nou, dat soort toestanden gaan wij hier ook krijgen, reken maar.”
Gisteren zijn de monteurs, ondanks alles, toch zo goed en zo kwaad als het ging op hun afdeling aan het werk gegaan. “Daar zijn we nu eenmaal voor besteld”, meent Neuteboom. “Ik blijf hier werken, tot ik er niet meer in mag.” Ook Makkink vindt dat er niets anders opzit dan doorgaan. “Als wij stoppen met het in elkaar zetten van onderdelen, kan de rest van het bedrijf ook niets meer doen.” Toch was het animo gisteren beduidend minder dan andere dagen, erkent het trio. “We hebben wel veel zitten praten. De pauzes duurden ook wat langer dan anders.” Het was Lodewijk opgevallen dat een collega die al tijden niet meer rookte, vanmorgen weer met een peuk tussen de vingers het verhaal van zijn chef stond aan te horen. Hij kan dat wel begrijpen. “Dit zijn van die rampdagen.”
De Fokker-werknemers kampen met een heleboel vragen. Hoelang mogen ze nog doorwerken? Wat is er waar van de geruchten dat de Canadese vliegtuigfabrikant Bombardier belangstelling zou hebben voor het bedrijf? Worden gewerkte overuren nog uitbetaald, want het was de afgelopen tijd hartstikke druk. Worden niet opgenomen vakantiedagen nog uitgekeerd?
Lodewijk vraagt zich - met zijn ellebogen op tafel en het gezicht in de handen - af wat er gaat gebeuren met zijn omwisselbare obligaties. Toen Fokker een jaar of zes geleden begon met de bouw van de F 100 en een orderportefeuille van zes miljard gulden had, wilde de top van het bedrijf het personeel laten meeprofiteren van de goede tijden, vertelt hij. De werknemers mochten obligaties kopen voor 43 gulden per stuk. Als de waardepapieren gestegen waren naar 51 gulden, mochten ze worden verkocht. “Alles meer dan 51 gulden, zou pure winst voor ons zijn.” Lodewijk kocht vol vertrouwen vier paketten van vijfduizend gulden, het maximale bedrag per werknemer. “In het boekje dat we erbij kregen, werd gezegd dat we nauwelijks risico liepen.” Alleen als het bedrijf failliet zou gaan, waren er problemen, stond er in kleine lettertjes bij. “Niemand dacht toen dat dat kon gebeuren.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.