Van onze correspondent DEN BOSCH - “Een hele grote binnenpret”. Die had medewerker Johan Treling van de gemeentelijke afdeling archeologie toen hij onlangs bij opgravingen in de Bossche binnenstad in een hoekje van een fundering uit de dertiende eeuw een kruik met zilveren munten uit die tijd aantrof.
Gisteren werd de vondst trots getoond in een vitrine in het stadhuis. De euforie onder archeologen is groot. Niet om de geldelijke waarde, wel om de wetenschappelijke betekenis van de schat.
De munten werden gevonden in een straatje waar drie woningen uit de jaren dertig zijn gesloopt. Het straatje, 'Achter het verguld harnas', ligt vlakbij het stadhuis, net achter de oudste stadsmuur van Den Bosch dat destijds niet veel groter was dan de huidige markt. De vermoedelijk uit 1300 stammende bierkruik vol munten is het klapstuk, maar ook een onbekende (vroeg gedempte) waterloop uit 1200 en een grote vierkante bakstenen woontoren uit 1250-1275 zijn volgens stadsarcheoloog H. Jansen van zeer grote betekenis. “Middeleeuwse stedelijke woontorens van dit type zijn uiterst zeldzaam. Het waren pogingen van de stedelingen om in de stad de kastelen van de adel te imiteren”.
De betekenis van de muntvondst bij de opgraving is vooral zo groot omdat de munten op wetenschappelijk verantwoord wijze konden worden geborgen en daardoor volledig intact zijn gebleven. H. Jacobi van het Koninklijk Penningenkabinet in Leiden: “Bij de meeste schatvondsten ziet de toevallige vinder iets glimmen, probeert er met een mes iets uit te wrikken en gaat zo gauw mogelijk thuis met een schuursponsje aan de slag. Daar valt voor ons dan later niet veel meer aan af te lezen”. Nee, dan deze exemplaren: pas twintig van de naar schatting ruim vijfhonderd door corrosie aan elkaar gekoekte munten zijn voorzichtig losgemaakt en met de hand gereinigd. Hoe de munten in de pot zijn aangetroffen is zorgvuldig geregistreerd en getekend.
Deskundige Jacobi is lyrisch over de vondst. De inhoud van het potje vormt volgens hem al een archeologische opgraving op zich. Behalve munten zijn in de kruik ook textiel- en leerresten van een beurs aangetroffen. “Het is interessant om te weten of de munten in de beurs verschillen van de losse munten in de beker. Zo kan deze vondst ons veel leren over de muntcirculatie eind dertiende, begin veertiende eeuw.” De tot nu toe gereinigde en traceerbare munten komen uit Holland (Floris V en Jan I), Gulik (Gerhard) en Frankrijk (Philips IV). Ook zit er een Brabantse penning tussen. De oude eigenaar, die het potje munten - waarschijnlijk een appeltje voor de dorst - een decimeter diep onder de vloer van zijn houten woning verstopte, moet zijn overleden zonder nog iemand van zijn geheim te hebben kunnen vertellen. Hij of zij was niet extreem rijk, maar wel in goeden doen. Afgaande op archieven uit die tijd blijkt dat twee zilveren penningen betaald moesten worden voor een kip. Vijfhonderd munten vormen dan bij elkaar al gauw een flink kippenhok.
Muntcirculatie
Volgens Jacobi is de Bossche muntvondst wetenschappelijk veel belangrijker dan bijvoorbeeld die in het Walcherse Serooskerke uit 1966, waar een boer en zijn zoon bij het trekken van prei op het land 1 023 gouden munten opdiepten. De zeventiende eeuwse schat van Serooskerke bracht destijds maar liefst 3,25 miljoen op. De boer, die de helft kreeg, was meteen binnen; de gemeente bouwde er een zwembad en een gemeenschapshuis van. Allemaal leuk en aardig - de vondst kreeg destijds enorme publiciteit - maar wetenschappelijk stelde het weinig voor, stelt Jacobi. “Over de zestiende en zeventiende eeuw viel en valt weinig meer te leren. Over de muntcirculatie rond de dertiende en veertiende eeuw des te meer”.
Wat de Bossche muntschat, in hedendaags geld uitgedrukt, waard is, is nog moeilijk te zeggen, in ieder geval een schijntje vergeleken met de schat op Walcheren. Jacobi schat de waarde van de zilveren munten op 100, misschien 150 gulden per stuk, maar wie weet, komt er nog wel iets heel bijzonders uit het potje tevoorschijn. De gemeente en de eigenaar van de grond, een projectontwikkelaar, krijgen ieder de helft van de waarde, maar eerst moeten daar de restauratiekosten nog vanaf. Die zijn zo aanzienlijk dat het er naar uitziet dat er uiteindelijk weinig of niets te verdelen overblijft. De gemeente Den Bosch zoekt een ruimte om de munten en andere vondsten permanent tentoon te stellen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.