Het Israël Comité Nederland verwelkomde Arafat op Trouws voorpagina (afgelopen donderdag) in een advertentie.
Welkom Arafat, uw functionarissen en media moeten ophouden met nazi-antisemitisme en stoppen met het vrijlaten van Hamasterroristen? Begin was toch leider van de Irgun en Shamir van de Stern Gang? Beiden met de Hamas vergelijkbare organisaties. Beiden premiers van Israël geweest. Maar laat ik me bij mijn leest houden.
Misschien is het seculiere karakter van de Palestijnse entiteit een verklaring, want moslim anti-semitisme is wezenlijk een contradictio in terminis. Als er één geschrift de semitische openbaringsgeest ademt is het wel de koran. Aan de ene kant vind je in de koran herhaalde mededelingen over de bijzondere positie van de Banu Israïl, het israëlitische volk, bij de Schepper. Volk van het verbond met God (2:40/5:12, 70); uitverkoren volk (2:47/44:32/45:16), volk van profeten (45:16), etc. Aan de andere kant worden ze gestraft als sabbats-overtreders (2:65-66), vervloekt wegens ongeloof (2:88), willen het hiernamaals alleen voor zichzelf (2:94) en geloven niet echt, kortom het soort zaken die door God ook in de Tora worden gezegd. Duidelijk iets tussen God en de joden en niet iets tussen moslims en joden.
Omdat ik in Amsterdam ben geboren en opgegroeid waren joden mij vertrouwd, maar ik heb pas een synagoge bezocht toen ik al moslim was. Over die koranverzen maakte ik me niet zo druk omdat ik allang dacht dat de joden het enige volk was dat de discussie met God aandurfde.
In de geschiedenis die de islam met het jodendom heeft, zitten twee kanten. Een religieus-ethische kant, waarin moslims en joden soms vrijwel parallel geloven en praktiseren en inderdaad de nadruk leggen op de orthopraxis; en de politiek-sociale kant waarin over elkaar bestaande dwangneurosen worden gevoed door emotionele geestelijke leiders die willen scoren hij hun achterban. Soms denk ik naïef, de soep (vooral kippensoep) wordt niet zo heet gegeten, aan de andere kant ben ik soms verbijsterd over uitspraken van kortzichtige moslims over joden en v.v. Tenslotte zijn vrijwel alle wijzigingen in wetten, voorschriften en regelgeving in Nederland betreffende de moslim orthopraxis, zoals ritueel slachten, wet op de lijkbezorging, besnijdenis van jongens en voornaamswijziging, gebaseerd op jurisprudentie die is voortgekomen uit vier eeuwen joodse aanwezigheid in Nederland.
Gezien al het bovenstaande is het door de eeuwen heen vrij rustig gebleven tussen joden en moslims in de landen waar ze samen leefden en werkten. Er zijn zelfs bloeitijden in Bagdad en Andalusië geweest waarin de interactie tussen joden, christenen en moslims tot bijzondere wetenschappelijke resultaten heeft geleid.
Kort geleden bezocht ik het maatschappelijk culturele centrum van de Mozes en Aüronkerk, gelegen aan wat, na de bezetting door het Amsterdamse gemeentehuis, over is van het Waterlooplein. Geen plein der heiligen, maar wat een kruisbestuivingen tussen verleden en heden vinden daar plaats. Binnen had ik met Ido Abram en Jos van Remundt gepraat over intercultureel onderwijs. Een jood, een katholiek en een moslim in het Mozeshuis. Nabeschouwerig sprak ik met Jan Ruyter over de gezamenlijke kerstavondbijeenkomst waarin de hindoe Tara Oedayraj Singh Varma, de joodse Petra Katzenstein, hij en ik, met een bomvolle kerk 'Veelkleurig licht' hadden gevierd. Toen ik buiten kwam groette een Turkse marktkoopman mij. Ik kende hem al van jongs af aan. Hij vroeg of ik daar een beetje liep te scharrelen. Nee ik kom van het huis van Moesa en Haroen, zei ik. Onze voorvaderen, zei hij, bijna plechtig.
Bij de tweede lindeboom aan de Reguliersgracht stond vroeger Kokadorus . Zijn grootvader heette Ko, zijn grootmoeder Ka, en zijn vader Dorus. Daarom heette hij Kokadorus. Eind negentiende eeuw stond hij bekend als de meest begaafde marktkoopman van Amsterdam. Nadat hij had uitgelegd waarom hij zo heette kwam hij via een beschouwing over de toestand in de wereld bij de Scheermesjes, bretels, zakboekjes en portemonnees die hij kwijt wilde. Na zijn inleiding wilde niemand nog verder leven zonder één van die dingen. Iedereen aanvaardde van hem dat hij vertrouwelijk omging met toenmalig president Roosevelt, dat Brussel een Place de Cocadoire naar hem had vernoemd, dat er in Parijs een Boulevard Cocadoire was, in Berlijn de Kokadorusstrasse en in Londen een Cocadorus Square. Daarom onderhield hij ook een goede relatie met koningin Wilhelmina die tegen hem had gezegd: 'Ik heb altijd graag de beschikking over een paar reservebretels, Kokadorus, en je weet dat ik bij prins Hendrik met geen andere bretels hoef aan te komen dan die van jou, voorzien van het waarmerk: voor politie en brandweer'. Toen Meyer Linnewiel, zo heette hij in werkelijkheid, in 1906 zijn zilveren jubileum vierde kon hij met zijn rijtuig het Amstelveld niet op, zo vol stond het met mensen.
Zes uur 's-avonds zit ik op het terras van Romanow op het Waterlooplein. Marktkoopmannen en -vrouwen ruimen op, maar niet zo nauwkeurig. Karren en kramen worden naar een parkeergarage gereden. Dan, temidden van die opruimingswerkzaamheden komt er een kleine Turkse man aangelopen, een nieuwe Amsterdammer. Hij heeft een reusachtige snor en stevent doelbewust naar 'zijn plek'. Als een druk baasje in een oud driedelig pak, verzamelt hij de rondslingerende kledingstukken, zolderopruimingsartikelen, dienblaadjes en boeken die opengevallen zijn achtergebleven. Hij maakt er één hoop van. Zijn moment is aangebroken. Hij begint te roepen en te onderhandelen. Als een echte standwerker. Hij trekt iets uit iemands hand en bepaalt de prijs. Is na een eeuw de nieuwe Kokadorus te verwachten?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.