JAKARTA - In vrijwel elke warung, toko of bus hangt in Indonesië de scherpe, doordringende geur van kretek-sigaretten. De Indonesiër houdt nog steeds intens van deze binnenlands geproduceerde, zorgvuldig met de hand gerolde kruidnagel-sigaret.
Het is een miljoenenmarkt waarmee in de handel veel geld valt te verdienen. Bijna driehonderd jaar nadat de Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) de kruidnagelmarkt in handen kreeg, wordt het kruid opnieuw gemonopoliseerd door een kleine, machtige groep. Ditmaal onder leiding van Soeharto's jongste zoon Hutomo Mandala Putra, beter bekend als Tommy. Maar onder druk van het IMF moet dit monopolie binnenkort worden opgeheven.
Nog geen half jaar geleden liet president Soeharto weten dat hij er niet over dacht het centrale inkoop- en verkoopbureau voor kruidnagelen (BPPC) op te heffen. “Als dat gebeurt, hebben de kruidnagelen geen enkele waarde meer”, zo liet hij via zijn woordvoerders weten. Hij reageerde daarmee op hernieuwde demonstraties van boeren. Het bureau had voor de zoveelste keer de kruidnagelprijs verlaagd, nu tot 5 000 roepia per kilogram. Volgens de boeren konden ze voor dat bedrag niet meer fatsoenlijk in hun levensonderhoud voorzien. Maar de regering lichtte toe dat deze prijsverlaging nodig was, omdat BPPC zo'n 280 000 ton kruidnagelen opgeslagen heeft liggen. “We hebben daarmee voor pakweg drie jaar kruidnagelen in voorraad, want de sigaretten-fabrieken nemen slechts 80 000 ton per jaar af. Als we het monopolie opheffen, kunnen de boeren hun kruidnagelen helemaal niet meer verkopen”, aldus coöperatie-minister Subiakto Tjakrawerdaya. “Het probleem is nu vooral hoe we vraag en aanbod tussen boeren en sigaretten-fabrikanten in balans brengen.”
Alleenrecht
De minister deed het daarmee voorkomen alsof hiermee een heel nieuw probleem in de kruidnagelmarkt werd aangesneden. Terwijl BPPC er in werkelijkheid al mee worstelt vanaf het eerste moment dat het bureau zijn alleenrecht kreeg op de in- en verkoop van kruidnagelen. Het is volgens de Wereldbank ook een direct gevolg van het monopolie dat president Soeharto in 1991 instelde. Per decreet verplichtte hij de boeren hun kruidnageloogst alleen nog aan BPPC te verkopen tegen een centraal vastgestelde minimumprijs. Fabrikanten werden op hun beurt verplicht kruidnagelen van BPPC in te kopen, ook tegen een vastgestelde prijs. Op weigering zou voortaan de Wet economische sabotage van toepassing zijn, ofwel gevangenisstraf.
Het kruidnagel-decreet werd scherp bekritiseerd door zowel boeren, producenten als economen. De boeren protesteerden omdat ze niet meer vrij waren de kruidnagelen aan de hoogste bieder te verkopen. Producenten klaagden dat hun winstmarges daarmee als sneeuw voor de zon verdwenen. En economen constateerden dat het instellen van een nieuw monopolie volledig indruiste tegen de officieel door de regering in gang gezette deregulering en liberalisering van de Indonesische markt. Overigens had het decreet tot gevolg dat de kruidnagelhandel de wijk nam naar de zwarte markt, waardoor zelfs de officiële instanties niet weten hoeveel kruidnagels er in totaal worden geproduceerd.
Maar President Soeharto verdedigde het decreet door erop te wijzen dat BPPC uitsluitend werd ingesteld om de boeren een minimum-inkomen te kunnen garanderen. Vanaf het eerste begin heeft het BPPC echter juist daarin gefaald. Om te beginnen is de afnameprijs elk jaar verlaagd. Oorspronkelijk werd een prijs van 7 500 roepia ingesteld per kilo. Nu is het nog slechts 5 000 roepia, terwijl de productiekosten in die jaren juist zijn gestegen. Bovendien klaagden de boeren steen en been dat de regionale BPPC-bureaus maar een deel van hun kruidnagel-productie afnamen, soms nog geen tien procent. Ze bleven daarom met een deel van de oogst zitten, die alleen onderhands tegen nog lagere prijzen konden worden verkocht.
De fabrikanten protesteerden op hun beurt tegen de vastgestelde inkoopprijs van (toen) 12 500 roepia, omdat het bijna een verdubbeling van hun oorspronkelijke inkoopprijs zou betekenen. De sigaretten-fabrikanten, - na de olieproducenten de grootste belastingbetalers in het land - besloten in 1991 uit protest de productie te verminderen. Ze teerden liever op hun eigen voorraden in teneinde zo min mogelijk van BPPC af te hoeven nemen. Het inkoopbureau zat daardoor vanaf het begin met grote voorraden kruidnagelen, die ze niet kwijt kon. Van de Indonesische kruidnagelproductie wordt 80 procent namelijk op de lokale markt afgezet.
Boycot
Door deze producenten-boycot in het nauw gedrongen, verplichtte de regering in 1992 de boeren niet alleen een deel van hun oogst te vernietigen, maar bovendien zo'n dertig procent van hun kruidnagelbomen om te hakken. Dat was volgens de regering en BPPC de enige manier om vraag en aanbod van kruidnagelen op elkaar af te stemmen. Compensatie voor de boeren kwam er echter niet. Het besluit opnieuw leidde tot grote protesten van boeren.
Toch heeft geen van deze maatregelen het gewenste effect gehad. Het inkoopbureau zit nog steeds met grote voorraden, mede omdat de vraag naar kruidnagelen de afgelopen jaren met gemiddeld 3 tot 4 procent daalde. De vraag naar dit kruid is volgens een woordvoerder van het centraal bureau voor de statistiek momenteel amper 70 000 ton.
Critici - waaronder de Wereldbank - constateren dat het de afgelopen jaren vooral de specerij-handelaren zijn geweest die van het monopolie profiteerden. Zij staken het verschil tussen de vastgestelde in- en verkoopprijs, zo'n 5 000 tot 7 000 roepia per kilo, in eigen zak. Pikant is daarbij vooral dat onder die handelaren twee familieleden van Soeharto zitten. Want BPPC mag dan een door de overheid ingesteld bureau zijn, de staat is er slechts 20 procent eigenaar van. De rest is in handen van een consortium van vijf specerij-handelsmaatschappijen, waaronder een bedrijf gerund door Soeharto's halfbroer en een ander, de Humpuss Groep, eigendom van zoon Tommy. BPPC ontving als startkapitaal een staatslening van 759 miljard roepia. Maar deze lening is nooit terugbetaald en velen vragen zich af waar het geld is gebleven.
Het wekt dan ook geen verbazing dat er in Indonesië enthousiast is gereageerd op de aangekondigde opheffing van het kruidnagel-monopolie. Verwacht wordt dat boeren straks automatisch hun productie terugschroeven als ze kruidnagelen niet voor een fatsoenlijk bedrag kunnen verkopen. Verwacht wordt ook dat sigarettenfabrikanten weer rendabeler worden en dus ook meer gaan produceren. Maar er valt ook wat af te dingen op een al te snelle opheffing van het monopolie. Want aangezien er voor minstens drie jaar voorraad in de pakhuizen ligt opgeslagen, zal vraag en aanbod op de kruidnagelmarkt niet snel in evenwicht komen. Boeren zullen moeite krijgen hun nieuwe oogst te verkopen en moeten dus met een nog lagere prijs genoegen nemen. Als dat gebeurt, zijn het opnieuw de boeren, toch al de armste bevolkingsgroep in Indonesië, die de grootste klappen krijgen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.