*

 
dossier

Archief

EEN STAD IS EEN LICHAAM, MET HIER EN DAAR EEN KWAALTJE

RUUD VAN HAASTRECHT; ADRI VERMAAT − 13/05/95, 00:00

De inwoners van Amsterdam en Rotterdam mogen zich op 17 mei en 7 juni uitspreken over de opdeling van hun stad in een stadsprovincie. Uit enquêtes blijkt dat meer dan de helft van de Rotterdammers en Amsterdammers tegen is. Maar omdat zij ook al geen liefhebbers van referenda zijn, wordt verwacht dat de opkomst ook nog zwaar zal tegenvallen. Amsterdam vindt de uitslag representatief genoeg als 34,1 procent van de stemgerechtigden komt opdagen. Rotterdam werpt een hogere drempel op: ongeveer 50 procent. Of dat gehaald wordt is de vraag. Bij het laatste referendum in Amsterdam, over het verkeersbeleid in de binnenstad, kwam slechts 27,6 procent opdagen. De Amsterdamse Wilma Vinck en de Rotterdammer Jim Postma gaan zeker stemmen, want: ze moeten met hun poten van mijn stad afblijven. Wilma Vinck is Amsterdamse. Ze leidt toeristen rond in Amsterdam voor de stichting Mee in Mokum en is lid van het Comité 'Moet Amsterdam Amsterdam blijven???'

's Avonds toen ik thuis kwam, bekeek ik de lijst en bovenaan stond: 'Ed van Thijn, Zakkenvullerssteeg' en een krabbeltje. Dat hoor je heel vaak: het zijn allemaal zakkenvullers. En ze zeggen ook: als die politici eenmaal op het pluche zitten, dan doen ze niks meer voor je. Dat is natuurlijk niet waar, dat zijn van die kreten. Maar als je nu ziet wat er in stadsdeel De Baarsjes gebeurt, dat zo'n bestuurtje 2,5 miljoen kwijt maakt. Meneer treedt af en een andere meneer treedt ook af. En wie treedt aan? De vrouw van dat andere meneertje. En wie moet het betalen? Wij! En niet die meneren die ook nog eens een grote uitkering krijgen van ons geld.

Ik denk dat de stadsprovincie voor de politiek ook gevaarlijk wordt. Als Amsterdam straks dertien gemeenten wordt, keren de mensen zich van de politiek af en gaan ze allemaal stemmen op stadspartijen. Je hebt ze al in Slotervaart, in De Pijp, in de Rivierenbuurt. Die plaatselijke partijtjes kunnen nu die hele kleine belangetjes gemakkelijk uitvoeren, maar straks? En in die stadsprovincieraad komen wèl die gewone partijen. Dat wordt toch een puinhoop! Het is niet te geloven hoe ze dat hebben kunnen laten gebeuren.

En ook de ouderen zijn ontzet, ook al door de AOW. Ze hebben zich na de oorlog kapotgewerkt en dan wordt ze hun AOW afgepakt. En nou wordt ze ook nog hun stad afgenomen! Het wordt heel moeilijk om die ouderen nog naar de PvdA te krijgen. Want die heeft Amsterdam verkocht. Het is een afgedraaid refreintje, maar de grote Wibaut en Jan Schaefer draaien zich om in hun graf.

Ik ben 25 jaar actief geweest binnen de Partij van de Arbeid, maar ik ben er uitgegaan want ik voelde me er niet meer thuis. Ook door dingen als de stadsprovincie. Ik mis mensen als Jan Schaefer. Het zijn allemaal gestudeerde mensen. Niks tegen studie! Mijn zoon studeert ook. Maar de gewone man, die de PvdA groot heeft gemaakt, die mis ik. Dat heb ik in de loop der jaren zien aankomen. Als er een gewone man of vrouw op een partijvergadering aan het woord kwam, werd er gewoon overheen gewalst. Ze moeten dat woord 'arbeid' maar uit hun naam halen. Maar ik wil geen trap na geven. Ik geef ze alle kans op een herkansing. Ik heb toch goede hoop dat de PvdA nog vóór 17 mei uitspreekt: Stop! We gaan hier niet mee verder en de stad wordt nooit opgedeeld. We hebben ons lesje geleerd en we gaan opnieuw beginnen, mèt de Amsterdammers erbij.

Kijk, als ik een burgemeester had mogen kiezen, dan had ik Teun van Dam gekozen, de burgemeester van Purmerend. Dàt zou mijn man geweest zijn. Die is tenminste Amsterdammer van geboorte, met uitstraling, met een Amsterdams gevoel. Ik denk dat hij veel meer van het begin af aan de Amsterdammers erbij betrokken had. Nee, dan die meneer Patijn. Toen zijn vrouw de ambtswoning afkeurde, dacht ik al: Wat moet die man hier? Hij is hier als niet-Amsterdammer gekomen om de stad op te heffen. Is dat nou een burgervader? Nou, voor mij is het een burgerstiefvader. En nou heeft hij ook nog gezegd dat de stadsprovincie gewoon door moet gaan, ook al stemmen de Amsterdammers op 17 mei tegen. Het is niet te geloven. De arrogantie, zeg! Het is een regent en niet eens een goeie. Van mij mag hij liever vandaag gaan dan morgen. En dat zeg ik niet alleen. Dat hoor je overal in de stad.

Een echte Amsterdammer draagt z'n hart op de tong, is vrijpostig, eigenzinnig en heeft geen ontzag voor iemand omdat die misschien een autoriteit is. Dat is altijd zo geweest in Amsterdam. Amsterdammers hebben zich altijd verzet tegen autoriteit die niet waarachtig was. Maar dat hele eerlijke hebben ze óók: Als je fout bent geweest, dat ook ruiterlijk toegeven.

En dan de Amsterdamse humor: zelfspot. Dat komt toch door de invloed van de joden. Want toen die hier kwamen - die mensen hebben humor, dat is natuurlijk bekend - is dat toch gaan wortelen in de Amsterdamse samenleving. Neem alleen maar dat gezegde: 'Blijf met je rotpoten van onze rotjoden af'. Dat heb je toch ook gemerkt in de oorlog, alle verhalen ten spijt dat we niet genoeg gedaan hebben. Alle Amsterdammers hebben buitenlands bloed in zich. Dat geeft het sprankelende aan de Amsterdammer, de levendigheid in taalgebruik. Af en toe merk ik het weer eens als ik in de tram een conducteur een kwinkslag hoor maken door de microfoon. Dan denk ik: hè!

De Rivierenbuurt, dat is m'n roots. En dat is dan straks geen Amsterdam meer! Ik ben geboren in de Rijnstraat. M'n vader had een sigarenwinkel. Ik had heel veel joodse vriendinnetjes. Ik weet nog goed hoe ze 's zondags werden weggehaald en dat ik als kind van zeven, acht heb staan te janken achter het raam. Voor de rest heb ik een heerlijke jeugd gehad. In de zomer lag je in het Amstelparkbad dat nu het De Miranda-bad heet, 's winters ging je met je slee hup van de helling naar beneden. Amsterdam, dat was ik zelf eigenlijk.

In de jaren zeventig trokken heel veel vrienden van ons weg uit de stad. Die zeiden tegen ons: Jullie wonen op een flat. Waarom gaan jullie ook niet naar buiten? Dan zei ik altijd: van m'n leven niet! Tot m'n man in 1978 onderwijsinspecteur werd in de Zaanstreek en we móesten. De Zaankanter is een heel ander mens dan de Amsterdammer. Ik heb me best wel erin verdiept en me ook wel in de politiek gestort, maar ik heb me daar altijd een vreemde gevoeld. Het klikte niet. En het gekke is, mijn kinderen hebben er ook niets meer mee. En die hebben er toch op school gezeten. Dus toen m'n man vijf jaar geleden in de vut ging, zijn we halsoverkop teruggegaan.

Ik ben nu vrijwilliger bij 'Mee in Mokum'. Ik vind het fantastisch om anderen de stad te laten zien. En niet alleen het centrum hoor, ook de Rivierenbuurt, ook de Watergraafsmeer waar ik later jaren heerlijk heb gewoond. Zuidoost hoort ook bij Amsterdam, totaal! Dat hebben we toch ook gezien bij die ramp. Hoe hebben we niet meegeleefd met die mensen. En ik vind Osdorp enig, ik heb vrienden in West en in Noord. Je kunt Amsterdam toch niet indenken zonder Noord, met dat pontje? Je kunt een stad niet in dertien stukken hakken. Een stad is net een lichaam, met hier en daar een kwaaltje, ja. Maar daar ga je toch niet je hoofd of been voor amputeren?! Want als je een been kwijt bent, krijg je het nooit meer terug. Maar dat noemen politici 'emoties' en dat is een vies woord voor ze. Jeminee. Daar staat of valt je leven mee!

mailIcon print |