Het Parijse overleg over Kosovo is opgeschort. Westerse landen trekken hun burgers uit Joegoslavië terug, ook de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa (OVSE) haalt haar veertienhonderd waarnemers uit Kosovo, terwijl de Servische leider Slobodan Milosevic nog steeds weigert een akkoord over Kosovo te tekenen.
De patstelling is volledig en de spanning zal de komende dagen tot het uiterste worden opgevoerd. De komende dagen, want hoewel niemand officieel een datum heeft genoemd, zeggen diplomaten in Parijs dat Milosevic en de zijnen tot woensdag de tijd hebben het akkoord, dat de Albanese delegatie in Parijs donderdag al wel tekende, alsnog te accepteren.
Officieel wijst niets erop dat Servië dat gaat doen; integendeel, de geluiden die uit Belgrado komen zijn eerder oorlogszuchtig. Servië bereidt zich voor op 'grote schade', verwijzend naar mogelijke Navo-bombardementen, en Servië bereidt zich voor op oorlog en zal zijn grondgebied verdedigen tegen buitenlandse aanvallen. En volgens westerse waarnemers zijn Servische troepen zich inderdaad aan het hergroeperen.
Maar toch moet het niet onmogelijk geacht worden dat Milosevic op het allerlaatste moment, als bij wijze van spreken de Navo-piloten al in hun bommenwerpers zitten, bijdraait en zijn delegatie in Parijs opdracht geeft alsnog te tekenen, óf een nieuwe manoeuvre probeert om weer uitstel te krijgen.
Milosevic heeft bewezen een meester te zijn in het opvoeren van de spanningen en, het is al eerder gezegd, op het laatste moment enerzijds weer zóveel toe te geven dat de Navo 'met goed fatsoen' niet kan bombarderen en anderzijds weer zó weinig dat de onderhandelingen toch niet uit het slop gehaald worden.
Sommige westerse waarnemers menen dat Milosevic tot het uiterste zal gaan om zoveel mogelijk argumenten te vergaren om zijn eigen volk ervan te overtuigen dat hij uiteindelijk niet anders kon dan bijdraaien en het akkoord tekenen. Mogelijk acht Milosevic daarvoor zelfs een eerste bombardement noodzakelijk, om via die verschrikkingen zijn volk duidelijk te maken dat hij daarna wel moet inbinden. En aan de macht kan blijven.
Deze theorie gaat ervan uit dat Milosevic, weliswaar een Serviër die samen met zijn landgenoten emotioneel en lyrisch kan worden als het gaat om het behoud van de 'Servische Natie', met daarin de 'heilige grond' van de provincie Kosovo, ook een realist van het zuiverste water is en weet dat hij van Kosovo niets 'goeds' heeft te verwachten.
De realist Milosevic weet dat de Albanezen verre in de meerderheid zijn in Kosovo. Hij weet dat hun bevrijdings- cq terroristenleger UÇK weliswaar in een 'geregelde oorlog' geen partij is voor zijn Servische strijdkrachten, maar dat dat UÇK het ook niet zal laten aankomen op een krachtmeting op het slagveld. Hij weet ook dat het UÇK het zijn politietroepen én de Servische minderheid in Kosovo door middel van bloedige aanslagen bijzonder moeilijk kan maken.
Kortom: na alles wat er is gebeurd worden de Albanezen in Kosovo nooit meer nette 'Servische burgers', en zal Kosovo tot in lengte van dagen onder de duim gehouden moeten worden.
Dat gaat (Servische) mensenlevens kosten, bijzonder veel geld en de Servische burgers moeten daarvoor opdraaien. Op den duur, zo luidt de theorie, maakt dat de positie van Milosevic in eigen land onhoudbaar. Maar alles heeft zijn tijd nodig en opgeven van Kosovo nú, zonder slag of stoot, maakt zijn positie nú al onhoudbaar.
En aan de andere kant staat de Navo, want pokeren doe je niet alleen. In het jaar waarin de Navo vijftig wordt, zien de bondgenoten de organisatie het liefst afgeschilderd als een vitale vijftiger met daadkracht en niet als een organisatie die in een midlife-crisis verkeert.
Met andere woorden: na het opschorten van Rambouillet, drie weken geleden, en het opschorten van Parijs nú, staat de geloofwaardigheid van het machtigste militaire bondgenootschap ter wereld op het spel.
De Navo kan niet blijven dreigen met bombardementen en uiteindelijk niets doen als Milosevic zich daar niets van aantrekt. Ook de Navo voert de pressie op tot grote hoogte. Waarbij één ding al vaststaat: zij kan het, ook in termen van mensenlevens, nooit 'goed' doen. Bombarderen kost mensenlevens in Servië en niet-bombarderen kost mensenlevens in Kosovo.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.