DEN HAAG - Het CDA wil de armslag van de politie niet te veel inperken. De grootste oppositiepartij vindt dat de opsporingsambtenaren voldoende middelen moeten overhouden om de criminaliteit te bestrijden. In een enkel geval moet de politie daarbij ook kunnen terugvallen op een middel als het op de markt laten brengen van een partij hard drugs.
“De criminaliteit in Nederland is groot, groeiend en machtig”, aldus het CDA-Kamerlid Hillen gisteren. “De politie moet dus een echte gereedschapskist hebben. Ze moet de criminelen ook kunnen verrassen. Je moet dan als overheid niet je eigen fatsoensnormen zo hoog stellen, dat de politie met een pleister en een nat washandje op pad moet.”
Met deze reactie op het rapport-Van Traa schaart Hillen zich achter zijn fractiegenoot Koekkoek. Die heeft als lid van de commissie op dit punt een minderheidsstandpunt ingenomen. De rest van de commissie vindt het doorleveren van hard drugs als opsporingsmethode onaanvaardbaar.
Hillen noemt het rapport-Van Traa 'onthutsend'. “Ik hoop dat het het begin is van het herstel van het vertrouwen van de burger in de rechtsstaat.” De conclusies ten aanzien van wat er de afgelopen jaren is misgegaan, raken volgens Hillen niet alleen politie en justitie. “De politiek moet ook zichzelf aankijken.”
Terughoudender zijn de eerste reacties van de drie coalitiepartijen PvdA, VVD en D66. PvdA-woordvoerster Kalsbeek vindt het van groot belang dat snel duidelijk wordt wat bij de opsporing van strafbare feiten wel en niet mag. Maar ze wil vanwege de zorgvuldigheid nog enige tijd uittrekken voordat ze met een standpunt komt over de aanbevelingen van de commissie. Tijd heeft de PvdA ook nog nodig voor een politiek oordeel over de verantwoordelijkheden van alle hoofdrolspelers in de enquête.
D66 noemt het beeld dat uit het rapport oprijst 'op onderdelen ontluisterend'. Zij spreken van een 'dwingende oproep aan de wetgever en de politiek om het gezag en het vertrouwen in de rechtshandhaving te herstellen'. Volgens D66-woordvoerder Dittrich maakt het rapport duidelijk dat de bestrijding van de voortschrijdende georganiseerde criminaliteit ernstig tekort schoot. “Deze lessen uit het verleden moeten zo snel mogelijk worden vertaald in aanpassing van wet- en regelgeving en herstel van de gezagsverhoudingen.”
Ook de VVD kiest nog geen positie als het gaat om de aanbevelingen van de commissie. Daarvoor willen de liberalen de komende weken benutten. Wel signaleert de VVD al dat het rapport aangeeft dat nadere normen bij de opsporing nodig zijn.
GroenLinks-fractievoorzitter Rosenmöller spreekt van 'een knap stuk werk, dat een vrij hard oordeel velt over het verleden'. Het stellen van duidelijke normen voor wat bij het opsporen van criminaliteit wel en niet mag, sluit aan bij een lang gekoesterde wens van GroenLinks. De fractie grijpt het enquêterapport tevens aan om te pleiten voor een verantwoorde liberalisering van soft drugs.
Volgens de RPF-fractie toont het rapport van Van Traa juist het failliet van het gedoogbeleid ten aanzien van soft drugs aan. De RPF noemt de door de commissie gesignaleerde crisissfeer bij politie en justitie 'ontstellend'. Voor eindconclusies over de mate waarin fouten de betrokken bewindslieden zijn aan te rekenen, vindt de RPF-fractie het nog te vroeg.
De SGP stelt dat ministeries, openbaar ministerie, kabinet èn Kamer hun verantwoordelijkheid niet hebben waargemaakt. De huidige bewindslieden staan voor de taak om gezag en vertrouwen te herstellen. Gezien hun vroegere functies een lastig karwei, meent de SGP: “Wie schoon schip wil maken moet schone handen hebben.”
GPV-fractievoorzitter Schutte hoopt dat het rapport een schokeffect teweeg brengt. “Onder verantwoordelijkheid van de overheid zijn dingen gebeurd die absoluut niet door de beugel kunnen.”
Volgens Senioren 2000 (de groep-Nijpels) maakt het rapport-Van Traa maakt duidelijk dat het aan voldoende wet- en regelgeving ontbreekt. Er moet ook één heldere opsporings-en vervolgingsorganisatie komen, met duidelijke gezagsverhoudingen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.