*

 
dossier

Archief

Israëls architect van de vrede metselt zelf aan het bouwwerk

INEZ POLAK − 01/02/96, 00:00

AMSTERDAM - Met een beetje vrije interpretatie van de geschiedenis hebben de ajatolla Khomeini en kanselier Bruno Kreisky aan de wieg gestaan van de vrede tussen Israël en de Palestijnen. Khomeini zal er alsnog uit afgrijzen zijn haren voor willen uittrekken. Kreisky zal onmiddellijk naar Golda Meir rennen om haar triomfantelijk van zijn gelijk kond te doen - ervan uitgaand dat zij ook op de plek waar zij zich nu bevinden nooit hun wederzijdse gevoelens van diepe haat hebben 'uitgepraat'.

De verbindende schakel in dit verhaal heet Jair Hirschfeld. Deze in Wenen geboren jood emigreerde in 1967 naar Israël. Hij ging - door een toeval - Midden-Oostenkunde studeren in Jeruzalem. Twaalf jaar later grijpt in Iran Khomeini de macht. Hirschfeld, inmiddels afgestudeerd met als specialisatie Iran, wordt door de Oostenrijkse tv geïnterviewd. Voor de buis in Wenen zit Bruno Kreisky. Deze mag dan kanselier van Oostenrijk zijn, zijn grootste obsessie geldt het Israëlisch-Arabisch conflict. Hij verwijt Israëls leiderschap blindheid voor de Palestijnse rechten, grenzeloze arrogantie en nog meer van dat fraais. In een interview met Trouw in die tijd haalt de kanselier zo zeer uit (“Zij zijn net zo slecht al de Afrikanen, die ook onverdraaglijke mensen zijn” en “Israël is een politiestaat”) dat het zelfs zijn bondgenoot in de Socialistische Internationale, oppositieleider Sjimon Peres te veel wordt. De breuk met de Israëliërs is volledig.

Kreisky geeft de moed niet op. Hij vraagt of Hirschfeld die hij net op het scherm heeft gezien bij hem langs komt. Deze gaat en legt de kanselier beleefd toch in niet mis te verstane termen uit dat zijn harde ideologische kritiek zinloos is. De filosofie van de jonge Midden-Oosten-deskundige luidt - net als later bij de besprekingen met de PLO in Oslo - dat je een conflict alleen kunt oplossen als je begint met praktische zaken waar beide partijen voordeel bij hebben. Hij stelt voor dat Kreisky een economisch hulpprogramma voor de Palestijnen financiert. Kreisky stemt gretig in. Hirschfeld legt contact met Palestijnen en daarna ook met de Jordaniërs. Het loopt gesmeerd. Dan besluit koning Hoessein dit kanaal te benutten om een boodschap over te brengen aan Sjimon Peres. Hirschfeld komt nu ook in contact met de leider van de Arbeiderspartij en diens adviseurs, onder wie de huidige minister Jossi Beilin.

Het zal nog ruim tien jaar duren voordat Jair Hirschfeld opnieuw in de maalstroom van de geschiedenis wordt meegevoerd. Het overleg in Washington tussen Israël en Palestijnen is vruchteloos. Israël weigert met de PLO te praten.

Een van Hirschfelds kennissen, Hanan Asjrawi, de Palestijnse woordvoerster, probeert een hoge PLO-functionaris, Aboe Ala, in contact te brengen met de Israëliër, in de wetenschap dat deze toegang heeft tot Peres en Beilin. Hirschfeld weigert. Contacten met de PLO zijn volgens de Israëlische wet verboden.

Maar, impulsief als hij is, bedenkt hij zich. Al bij de eerste ontmoeting in Londen is hij zeer onder de indruk van zijn Palestijnse gesprekspartner. De besprekingen tussen Israël en de PLO verhuizen naar Oslo, waar de architecten Hirschfeld en Aboe Ala in het diepste geheim aan hun bouwsel beginnen dat met ongekend succes beloond zal worden: een akkoord tussen Israël en de PLO.

Verbaasd

Dezer dagen loopt de professor rond in Den Haag. Met behulp van minister Pronk smeden Israëliërs, Jordaniërs, Egyptenaren en Palestijnen daar gezamenlijk plannetjes. “Het is geen Oslo III”, lacht Hirschfeld. Het gaat om economische projecten, precies dat soort plannen die volgens hem het cement van de vredesakkoorden vormen.

Hij is zelf nog verbaasd over het enorme succes van 'Oslo' en somt de voor Israël vergaande gevolgen op van het akkoord met de Palestijnen: vrede met Jordanië, toegang tot de Arabische wereld, deelname aan de economische Midden-Oosten-conferenties, diplomatieke betrekkingen met islamitische landen, en ga zo maar door.

De wereld na Oslo ziet er voor Israël anders uit. Ook in het land zelf zijn de gevolgen vergaand. Het meest ingrijpend, in de ogen van Hirschfeld, is de verandering in het politieke denken: “Het idee van een Groot Israël behoort in de ogen van het grote publiek tot de verleden tijd. Binnen de oppositionele Likoed en zelfs bij de kolonisten woedt nu de discussie hoe zij met de nieuwe werkelijkheid moeten omgaan.”

De succes-formule van Oslo is tevens de grootste zwakte. Hirschfeld: “In Oslo hebben we alleen een vertrouwensbasis proberen te leggen om in de toekomst oplossingen te vinden.” Alle moeilijke vraagstukken zijn voor later bewaard: Jeruzalem, de nederzettingen, de status van de Palestijnse gebieden. “Voor de Palestijnen is de werkelijkheid van de bezetting nog niet voorbij. En voor ons Israëliërs bestaat er nog altijd de dreiging van het terrorisme.”

Hirschfeld wijst op nog een probleem dat in een nachtmerrie kan veranderen: beide partijen creëren crises als middel om hun zin te krijgen. Dat belooft wat als op vier mei - volgens schema - de partijen moeten beginnen te praten over de grote vraagstukken. Zelf is hij de afgelopen tijd actief betrokken geweest bij de plannen voor Jeruzalem. “Er is geen toverformule”, erkent hij. In kringen van de Arbeiderspartij circuleert de laatste tijd het plan de stad in deelraden op te delen, met vergaande autonomie. “Uiteindelijk zullen beide partijen concessies moeten doen.”

Hirschfeld is nu ook druk doende binnen de Arbeiderspartij het partijprogramma te veranderen. Hij wil de paragraaf die een Palestijnse staat uitsluit er uit hebben om de onderhandelaars meer vrijheid te geven. Tenminste als de Arbeiderspartij de verkiezingen wint. Officieel zijn die in de herfst, maar hoogstwaarschijnlijk worden ze vervroegd. Wat Hirschfeld betreft kunnen ze niet vroeg genoeg plaatsvinden, “omdat er voor die tijd toch niet echt onderhandeld kan worden”.

En als de Likoed wint?

De hoogleraar Midden-Oosten-kunde denkt dat 'Oslo' onomkeerbaar is. Het neemt niet weg dat hij een overwinning van de Likoed een 'nachtmerrie-scenario' vindt. “Peres heeft er belang bij de juistheid van het vredesproces te bewijzen en de vrede uit te bouwen. De Likoed zal precies het omgekeerde willen doen. Toch zullen zij hooguit voor oponthoud kunnen zorgen in een historisch proces.”

Hirschfeld citeert de uitspraak van Winston Churchill die ooit over Amerikaanse beleidmakers zei dat ze uiteindelijk altijd rationeel handelen, “maar niet nadat ze alle andere middelen hebben geprobeerd”. “Dat geldt niet alleen voor Amerikanen, maar voor haast alle politici, ook die in het Midden-Oosten.”

mailIcon print |