Van onze correspondent PARAMARIBO - De motto's voorin zijn nieuwste jaarverslag zetten de toon: 'Wees geen dief, wees geen leugenaar, wees niet lui (oude leefregel van de Inca's)' en 'Gij zult niet stelen, gij zult niet liegen, gij zult elkander niet bedriegen (Lev. 19:11)'. Voor de laatste keer legt Hans Prade, voorzitter van de Surinaamse Rekenkamer, het staatsapparaat onder het fileermes.
Prade concludeert, al voor de paginanummering begint, dat het land in een constitutionele crisis is verzeild geraakt. De regering en haar meerderheidscoalitie in het parlement hebben besloten dat de Rekenkamer geen stukken meer krijgt, waardoor de wettelijk vastgelegde controle op de overheid is weggevallen.
De beschouwing over 1997 is opnieuw een opeenstapeling van grote en kleine schandalen, die de verantwoordelijke bewindslieden volstrekt koud laten. “De minister reageerde niet” - in verschillende varianten op dit zinnetje ligt de teneur van Prades oeuvre besloten. In de volksvertegenwoordiging hebben de rapportages van de Rekenkamer evenmin effect. Opeenvolgende coalities stelden zich schijnheilig tevreden met beloften van beterschap. De huidige parlementaire kongsie rond de NDP is duidelijker in haar afkeer. In juni vorig jaar werd met een motie het vertrouwen in de voorzitter van de Rekenkamer opgezegd. Want Hans Prade 'is destabiliserend bezig'.
Het jaarverslag 1997 zal dus ook zonder gevolgen blijven. Daarmee wordt weer een reeks overheids- en regeringshandelingen gesanctioneerd waar menig zichzelf respecterend democratisch bestuurder het schaamrood van op de kaken zou krijgen. Ondanks een toenemend tekort aan informatie, weet de Rekenkamer weer bloot te leggen hoe de Surinaamse regering zichzelf en anderen verrijkt. Nieuw in het laatste verslag is de ruime aandacht voor de wijze waarop de president van de republiek op geheel eigen wijze zijn uitvoerende macht invult.
Een Surinaamse minister verdient gedurende zijn zittingsperiode 11,33 miljoen Surinaamse gulden (50 000 gulden Nederlands) aan vergoedingen door zijn auto, die met een gratis staatslening werd aangeschaft, ter beschikking van zichzelf te stellen. Voor president Wijdenbosch en vice-president Radhakishun liggen de winsten uit vervoerstoelagen nog veel hoger. Uitgaven van een 'persoonlijke rekening' van de president bij de Centrale Bank, groot SF 200 miljoen, worden slechts verantwoord met 'geheim, voor een meer slagvaardig beleid'.
Aanbestedingen en verkoop van staatseigendommen geschieden onderhands. Telefoonrekeningen van kantoor- en huisaansluitingen bij ambtsdragers stijgen hemelhoog. Het staatshoofd zet rond zijn kabinet een nieuw machtscentrum op poten, dat buiten iedere grondwettelijke controle valt. En zo gaat het door, meer dan vijftig dichtbedrukte pagina's bewijslast, die weer zonder gevolgen zal blijven.
Prade schildert opnieuw het failliet van een staatsbestel. Zijn werk is één grote illustratie van hoe een arrogante dictatuur van de meerderheid zich definitief in Suriname heeft genesteld. Hiertegen voerde de voorzitter van de Rekenkamer strijd op meerdere fronten. Naast de officiële rapportages onderscheidde hij zich in eigen van het gros der Surinaamse 'deskundologen', door in klinkklare taal de vinger op de zere wonden te leggen.
De staatshuishouding werd door hem in praatprogramma's bij voorkeur vergeleken met die van 'moesje op de hoek', zodat een breed luisterpubliek kon begrijpen hoe de vork ongeveer in de steel zat. Zijn rotsvaste geloof in de regels en afspraken gaf Prade kleur met uitspraken als: “We zijn in Suriname altijd te laat. Maar dat betekent nog niet dat we de klok moeten afschaffen.”
Toch is het Prade niet gelukt om een brede verontwaardiging op te roepen. Hij is daarin diep teleurgesteld. “Het gaat om de continuïteit van het land. Het gaat over de manier die we ons aanmeten om verder door het leven te gaan. Als die niet strijdbaar is, als we gelaten zijn, dan kan er niets goeds uit voortvloeien.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.