Directeur Hans Becker (55) van de Stichting Humanitas in Rotterdam kreeg zes weken geleden een zwaar auto-ongeval en wordt sindsdien verpleegd in één van zijn eigen verpleeghuizen. Hij signaleerde 'angstwekkend' veel tekortkomingen. “De hele tent staat nu op z'n kop, want ik heb een waslijst van dingen die beter moeten.”
“Vandaag ben ik voor het eerst lopend patiënt”, zegt Hans Becker trots. “Na zes weken op bed is dat een verrukking.” Weliswaar heeft hij de noodzakelijke rustpauzes overgeslagen en veel te veel van zijn krachten gevergd. Maar dat mag de pret niet drukken. Enthousiast gebarend, voorzover het korset van kunststof waarin zijn romp is geperst dat toelaat, loopt de directeur van Humanitas door de gangen van het Akropolis-complex in Rotterdam-Hillegersberg. In 't voorbijgaan wijst hij op een paar antieke rolstoelen uit zijn privé-verzameling. “Had ik bijna in gezeten, nou ja, in een modern exemplaar.”
'Ongelooflijk veel geluk' heeft Becker gehad. Op weg naar de wintersport raakte hij met een snelheid van 170 km per uur van de Duitse Autobahn. “De auto schijnt tien meter door de lucht gevlogen te zijn, voordat-ie op de kop naast de weg belandde. Misschien was het glad, ik weet niet wat er is gebeurd. Ik zat bekneld onder het stuur, het motorblok stond in mijn knieën.” Hij schuift zijn broekspijpen omhoog om de littekens te laten zien. Becker had een gecompliceerde wervelfractuur en een paar gebroken en gekneusde ribben. “Ik had het geluk dat er een bus met artsen en verpleegkundigen vlak achter me reed. Die hadden alles bij de hand om me meteen aan het infuus te leggen.”
Een week lag hij in een Duits ziekenhuis, voordat hij naar Rotterdam mocht worden vervoerd. “Ik had een instabiele wervelfractuur en moest doodstil blijven liggen om niet verlamd te raken.” In Rotterdam volgden nog een paar weken waarin hij geen vin mocht verroeren. Hij klopt op de dunne wandjes van de kamer waarin hij al die tijd is verpleegd. “Ontzettend gehorig. Kijk, naar dit suffe plafonnetje met dat afschuwelijke zwarte rouwrandje heb ik al die weken moeten staren. Dat we dit onze patiënten aandoen, dacht ik al na een paar uur. Bij Humanitas proberen we mensen in de laatste levensfase zoveel mogelijk huiselijke sfeer te bieden. Maar thuis heb je toch ook niet zo'n plafonnetje en zo'n kil ziekenhuisbed en nachtkastje. Deze kamer zou in het Dijkzigt-ziekenhuis niet misstaan.”
Het was in vele opzichten een eye-opener, zijn verblijf als 'patiënt Becker' in Akropolis. “Mijn kamer is nota bene een modelkamer. Die was net klaar toen ik het ongeluk kreeg. Hij moet model staan voor de grote renovatie van 28 miljoen gulden die we eind dit jaar willen doorvoeren. Toen ik weer bij mijn positieven kwam in Duitsland, heb ik er zelf om gevraagd om in deze kamer verpleegd te worden. Velen van mijn collega's of artsen zullen er niet over piekeren om als patiënt in hun eigen instelling opgenomen te worden. Ik stond erop omdat ik aan den lijve wilde ondervinden hoe het is om hier je dagen te moeten slijten. Natuurlijk heeft het iets armoedigs als je eigen personeel je billen moet afvegen, maar aan de andere kant had ik ook zoiets van: wie kan je nu beter vertrouwen dan je eigen mensen.”
Nee, een vip-behandeling heeft hij beslist niet gekregen. “Ik kreeg af en toe het gevoel dat ze me met opzet langer lieten wachten. Niet waar, Miranda?” Hij roept de verpleegkundige erbij die hem heeft verzorgd. Miranda: “U was best een lastige patiënt, zo kritisch over alles. Voor mij was u meneer Becker, niet mijn baas.” Becker: “Natuurlijk heb ik ook verpleegkundigen aan mijn bed gehad die er wel moeite mee hadden. Eentje stond helemaal te trillen toen ze me een injectie moest geven. Meid, zei ik, niet zo bibberen hoor, ik ben het maar.”
Een 'schokeffect' heeft zijn verblijf teweeggebracht. “Niet alleen bij mezelf, ook bij het personeel. Het is ook niet leuk als de twintig mensen die diep nagedacht hebben over de inrichting van deze modelkamer, ineens te horen krijgen dat er niks van deugt. Kijk eens naar de badkamer, is toch belachelijk dat er een deur in zit van 1.20 m breed. Dat is berekend op de breedte van een bed. Maar thuis ga je toch ook niet in je bed naar bad. De douchekraan kon ik niet eens bedienen, zo ingewikkeld, dat moet veel simpeler.”
De modelkamer is veel te veel een ziekenhuiskamer, constateert de directeur. Met als dieptepunt de thermostaat voor de verwarming, die boven aan de muur is bevestigd en alleen met behulp van een trapje te bedienen. “Is gedaan om te voorkomen dat mensen aan de knop zitten. Het klopt dat veel bewoners die knop te ver open draaien als ze het koud hebben. Maar ik haat dit betuttelende gedrag. We moeten dat ding niet wegstoppen maar de patiënten opvoeden ermee om te gaan.”
Use it or lose it, is het sleutelbegrip in het zorgconcept van de Stichting Humanitas (vijftien vestigingen, 2 300 bewoners verdeeld over bejaardenoorden, verpleeghuizen en levensloopbestendige woningen), waarvoor ze vorig jaar werd bekroond met de prijs voor 'zorgvernieuwing' van de verzekeraars. Het komt erop neer dat mensen zoveel mogelijk worden gestimuleerd om de dagelijkse dingen zelf te doen. Waar dat niet meer mogelijk is, komt het begrip 'zorg op maat' om de hoek kijken. Becker: “Te veel zorg is soms slechter dan te weinig. Het almaar betuttelen en doodknuffelen van mensen kan desastreus zijn voor iemands functioneren. Als je ouderen systematisch afleert hun nog intact zijnde spier- en hersenfuncties te gebruiken, dan gaan die functies op den duur ook daadwerkelijk verloren. Helpen met de handjes op de rug, is ons devies. Dat is goed voor de mensen en nog goedkoper ook, want voor 't zelfde geld kunnen we nu 25 procent meer zorg bieden. Voor de medewerkers is het wel een omschakeling.”
Plat op zijn rug wilde Becker niet gevoerd worden, al dacht het personeel daar anders over. “Soep uit een tuitbeker gaat prima.” Wat hem opviel is dat ondanks het grote aantal keuzemenu's de patiënt weinig te kiezen heeft. “Vindt u stamppot lekker, werd me dan gevraagd. En dan kreeg ik boerenkool, zonder te horen welke stamppotten ik nog meer had kunnen eten. Wat ook schering en inslag is, is dat het personeel keurig klopt, maar vervolgens meteen doorloopt. Ze moeten wachten tot ze binnen horen, vind ik. Onze patiënten moeten zoveel mogelijk de regie over hun eigen leven houden.”
'Angstwekkend' veel tekortkomingen heeft Becker gesignaleerd. “Daar gaan we nu met z'n allen mee aan de slag. Ik heb dit als een hele leerzame periode ervaren. Persoonlijk heb ik van mijn ongeluk ook geleerd dat je nog meer bij de dag moet leven. Nu dat mooie bankstel kopen, niet over een jaar. Het leven is zo fragiel.”
Alleen de financiële kant was even een domper. “Normaal was ik overgebracht naar het Dijkzigt-ziekenhuis, waar één verpleegdag 1 000 gulden kost met een eigen bijdrage van 200 gulden. Hier kost ik de verzekeraars maar 300 gulden per dag, wat een besparing oplevert van minstens 20 000 gulden, maar daarvoor word ik gestraft met een eigen bijdrage van 1 000 gulden. Ik heb 25 jaar economie gedoceerd op de Erasmusuniversiteit, maar dat had ik mijn studenten nooit kunnen uitleggen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.