Maakt techniek gelukkig? Ligt de kiem van een betere samenleving verborgen in ons technologische vernuft? Nee, denken wij nu, dat is een negentiende-eeuwse denkfout. Techniek verandert de samenleving, maar maakt haar niet beter of gelukkiger. Alleen verstokte rationalisten menen nog dat de ongebreidelde toepassing van bijvoorbeeld gentechnologie het aardse paradijs dichterbij brengt.
Helemaal negentiende-eeuws is dat technologisch optimisme overigens niet. Het grootste levende experiment met de technische fabricage van menselijk geluk is van deze eeuw. Het was de Russische Revolutie, die gepaard ging met een onschokbaar vertrouwen in de stuwende rol van de techniek bij het opbouwen van het socialistische arbeidersparadijs. Lenin verwoordde dit geloof in de simpele formule: communisme = sovjetmacht + elektrificatie. Met de sovjetmacht zat het toen, in 1920, wel goed: het Rode Leger had de burgeroorlog zo goed als gewonnen. De elektrificatie van het hele land kreeg vanaf dat moment de hoogste prioriteit.
Een van de werkers aan het front van de elektrificatie was Andrej Platonov. Als zoon van een treinmachinist had hij van huis uit een bijzondere liefde voor de techniek meegekregen. Na de revolutie werkte hij aan de elektrificatie van zijn geboortestreek rond de stad Voronezj. Tegelijkertijd schreef de jonge ingenieur gedichten en verhalen vol technologisch optimisme.
Wat er precies gebeurd is weten we niet, maar in 1926 besluit Platonov plotseling zijn baan op te geven om in Moskou emplooi als schrijver te gaan zoeken. Is het de traagheid en onbeholpenheid van de Russische plattelandsbevolking, waarin zoveel grootschalige projecten telkens maar weer vastlopen? Of is het de twijfel aan de heilbrengende werking van de elektrificatie? Worden mensen er toch niet echt gelukkig van?
Platonov wil liever nadenken dan bouwen, bekent hij in een brief. En schrijven. Hij begint met succes verhalen en romans te publiceren. Daarin speelt de techniek nog altijd een hoofdrol, maar met het eerdere optimisme is het gedaan. Platonov neemt ironische afstand tot de twee-eenheid van techniek en geluk. Met veel liefde beschrijft hij het primitieve geloof van simpele Russische zielen in de wetenschappelijk geleide vooruitgang, maar laat er tegelijk de naïviteit van zien: de belofte van geluk zal er niet door worden ingelost.
Hoe mensen met weinig opleiding en beschaving de politieke boodschap van Lenin vertalen in magische, met oude resten volksgeloof vermengde heilsverwachtingen, daarover gaan veel van Platonovs verhalen, en daarover gaat ook zijn meesterwerk 'Tsjevengoer'. Dat waren niet bepaald de verhalen waarop de sovjet-autoriteiten zaten te wachten. Platonovs werk wordt al snel onderdrukt, hij verdwijnt in de anonimiteit en sterft in 1951 roemloos aan tuberculose. Maar nog ruim voor de val van het communisme wordt zijn werk herontdekt, kan eindelijk het magistrale 'Tsjevengoer' verschijnen, en stelt men wereldwijd vast met wellicht de grootste Russische schrijver van deze eeuw van doen te hebben.
Dus is ineens alles wat er nog van de man te vinden is van literatuurhistorisch belang. Uit de archieven van de KGB duiken de aantekeningen voor een roman op die de geheime dienst in 1933 in beslag had genomen. Het zijn de contouren van een prachtig verhaal over de elektrificatie van het platteland, met veel kolderieke scènes waarin twee opgewonden technici de blijde boodschap van de 'bliksem van de revolutie' onder de dorpsbewoners verbreiden.
Dat verhaal is nu onder de titel 'Een technische roman' in Nederlandse vertaling verschenen en in één boek uitgebracht met 'De gelukkige Moskou', eveneens een roman die een fragment is gebleven, en eveneens pas recent ontdekt, zij het niet bij de KGB maar in een privé-archief.
'De gelukkige Moskou' is een stuk rijper en rijker dan 'Een technische roman'. Het verhaal is van een kwaliteit die het beste van Platonov benadert. De wereldliteratuur zal er heel wat bij winnen wanneer de ontbrekende delen alsnog gevonden worden.
Ook 'De gelukkige Moskou' gaat over technologische vooruitgang, over de heroïek ervan en over de innige band die ze heeft met het lot van de revolutie. Maar veel meer dan in 'Een technische roman' komen ook de tegenkrachten aan bod: het verzet van de natuur tegen haar onderwerping aan de techniek, en dan in het bijzonder het verzet van de menselijke natuur, die het hart verlangens inblaast die de techniek onmogelijk kan vervullen.
De hoofdpersoon is een weesmeisje uit de provincie, dat na allerlei omzwervingen in een Moskous weeshuis terechtkomt, waar ze haar de naam 'Moskou Ivanova Tsjestnova' geven - de achternaam is een vervoeging van het Russische woord voor eerlijkheid. Moskou is mooi, mollig, levenslustig en onbevangen. De ene man na de andere wordt verliefd op haar. Als een vlinder plukt ze daar de vruchten van en vliegt weer verder zodra haar levensdrang haar dat ingeeft.
Moskous geliefden, onder wie een landmeter, een ingenieur en een chirurg, getuigen van dat irrationele geloof in de ratio dat zo kenmerkend is voor veel van Platonovs personages. Ze hangen de meest vreemdsoortige pseudo-wetenschappelijke theorieën aan en geloven heilig dat die aan het geluk van de sovjetmens zullen bijdragen. Maar Moskou brengt hen van hun apropos.
De geheimen van het hart blijven voor de ratio een gesloten boek. De vertwijfelde ingenieur, zo heet het in een passage, ,,besloot zo vlug mogelijk bij het plaatselijk comité aan te kloppen en kameraadschappelijke hulp te vragen tegen de huivering van zijn hunkerende hart''.
Het is moeilijk uit te leggen wat er nu zo prachtig is aan deze typische Platonov-zin. Hij is tegelijk onbedaarlijk komisch en ontroerend triest. 'De gelukkige Moskou' staat vol met dit soort zinnen, juwelen van trefzekerheid, ironie en melancholie. Zie hoe Platonov de worsteling beschrijft die de chirurg levert met zijn begeerte naar de schone Moskou:
,,In de doodse middaguren ging hij weg naar het bergbos, daar mompelde hij, brak takken, zong, smeekte heel de natuur om hem niet meer lastig te vallen en hem zijn rust en zijn vermogen om te werken terug te geven, hij ging op de aarde liggen en voelde hoe oninteressant dit alles was.''
Wat kan een mens na zo'n zin anders dan opkijken, diep zuchten en de hele passage nog eens van voren af aan overlezen? Het is des te betreurenswaardiger dat 'De gelukkige Moskou' uit niet meer bestaat dan het begin van wat, naar te vrezen valt, een onbekende roman zal blijven, niet meer dan een exposé waarin Platonov de personages aan ons voorstelt en het begin van een thematische lijn schetst. Hoe zal de strijd tussen het hart van Moskou en het hoofd van zijn aanbidders uitvallen? We zullen het waarschijnlijk nooit te weten komen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.