*

 
dossier

Archief

Banenpooler voelt zich vaak gediscrimineerd

ESTHER LAMMERS − 21/02/95, 00:00

AMSTERDAM - “Ik voel me gevangen zitten in de banenpoolsituatie. Mijn enige alternatief is stoppen en dus weer in de bijstand belanden. Want een reguliere baan bestaat nauwelijks in mijn vakgebied. Het vooruitzicht om jarenlang slechts te werken voor een minimumloon zonder groeimogelijkheden, geeft een vervelend gevoel. Je weet nu al dat meer luxe of een financiële buffer als banenpooler nooit binnen je bereik zullen liggen.”

Dit citaat van een banenpooler komt uit het rapport Maatwerkbeleving dat de Universiteit van Amsterdam in opdracht van de ondernemingsraad van Maatwerk Banenpool heeft gemaakt. De OR wilde eens weten hoe banenpoolers nu zelf hun additionele werkplek ervaren, welke problemen ze tegenkomen en welke wensen zij voor de toekomst hebben. Volgens onderzoeker J. Koopal van de UvA is dit onderzoek “eindelijk eens uitgegaan van de wensen van banenpoolers zèlf. Meestal worden bij dit soort projecten alleen de organisatie en de werkwijze geëvalueerd. Nu worden de betrokkenen aan het woord gelaten.”

Hun verhalen blijken een bijzonder treurig beeld op te leveren. De banenpoolers gaven vrijwel allemaal aan “in eerste instantie zeer blij en gelukkig te zijn dat ze tenminste werk hadden”. Maar na verloop van tijd blijkt de onvrede te gaan overheersen. “Ik heb sterk de indruk dat banenpoolers worden gebruikt als goedkope arbeidskrachten, die zonder eigen inbreng de allerdomste klusjes gedachteloos moeten uitvoeren. Door de banenpoolers buiten het werkoverleg en vergaderingen te houden, zorgen ze ervoor dat we ook geen bedreiging of concurrentie voor de 'betaalde' krachten vormen”, aldus een banenpooler. Een ander: “Ik vind banenpooler een belediging voor mijn functie. Het is geen echte baan, daarom verzwijg ik het ook vaak.”

Ook de mogelijkheden om door te stromen naar een andere baan of bijscholing, blijken de banenpoolers tegen te vallen: “Toen ik om omscholing vroeg, kreeg ik te horen: je weet toch dat je voor een eindstation hebt gekozen?”

De lijst met klachten is lang, zo blijkt uit het onderzoek: Blijvend lage beloning, geen pensioen-opbouw, te weinig doorstroommogelijkheden naar een reguliere baan, slechte begeleiding en vooral het neerkijken van 'gewone' arbeidskrachten op de banenpooler. “We worden vaak gediscrimineerd”, zegt voorzitter P. van Lieshout van de ondernemingsraad Maatwerk Banenpool. “Het algemene beeld is dat van een domme, ongeschoolde werkloze, die van de straat moet blijven. Een hulp-conciërge wordt bij de ene school met respect behandeld, maar bij een andere school is hij een banenpooler en dus het manusje van alles. Dat werkt frustrerend.”

Toch moet in Amsterdam de banenpooler een afspiegeling zijn van het werklozenbestand. Dat betekent dat ook werkloze academici of HBO' ers na drie jaar werkloosheid een van de ruim 2 000 banenpoolplaatsen kunnen bezetten. Zo is er een directeur van een culturele instelling die op een banenpoolplaats zit. Van Lieshout: “De gemiddelde banenpooler is geen zieke, zwakke, on- of laaggeschoolde werknemer. De meeste banenpoolers hebben gedurende hun werkloosheid aanvullende opleidingen gevolgd of langdurig vrijwilligerswerk gedaan om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. We worden er doodziek van dat er door anderen over ons wordt nagedacht en beslist, terwijl dat uiteindelijk tot niets leidt.”

De grootste grief is volgens Van Lieshout dat van de beloofde 'trajectbegeleiding' van de individuele banenpooler niets terecht komt. “Niet de individuele werkloze staat centraal, maar de organisatie of het plan. Twee keer per jaar krijgt de banenpooler een evaluatie van tien minuten. Dat gebeurt volgens een vast vragenlijstje. Dat is toch geen begeleiding!”

“We lijken net knakworstjes”, verzucht hij. “Er moeten zoveel werklozen aan de slag worden geholpen. Maar elke organisatie, of het nu de sociale dienst, het Bureau maatwerk banenpool of het arbeidsbureau is, helpt het knakworstje tot net over de eigen drempel. Daar moet de andere organisatie het overnemen en zijn ze niet meer verantwoordelijk. Van deze werkwijze wordt de banenpooler de dupe.”

Van Lieshout heeft een alternatief: in navolging van de vouchers voor laaggeschoolde baantjes, komt hij met het plan voor een begeleidings-vouchers. Elke werkloze kan zelf deskundige hulp inhuren om hem te begeleiden. Als de begeleiding niet bevalt, kan hij opstappen en naar een ander gaan. “Je kunt je bijvoorbeeld tot een bureau richten dat zich in een bepaalde bedrijfstak heeft gespecialiseerd. Dan ben je bezig met maatwerk, neemt de eigen waardering van de werkloze toe en zijn de effecten veel groter.”

mailIcon print |