*

 
dossier

Archief

Kardinaal Danneels kan niet goed met de zwarte stukken schaken

PIETER VAN DER VEN − 11/02/98, 00:00

De Belgische kardinaal Godfried Danneels heeft voor het eerst in zijn glanzende carrière minpunten gescoord. In de strafzaak tegen een van seksueel misbruik van jongens beschuldigde priester was zijn optreden zonder grandeur, als iemand die voor het eerst van zijn leven door de mand valt.

Hij is de top. Intellectueel een zwaargewicht, een echte geleerde, maar niet van de studeerkamer - een man die prima overkomt, goed is voor het imago van zijn kerk, die zich in woord en geschrift weet uit te drukken, iets te melden heeft, bepaald geen klerk die slechts angstig de kerkwet citeert. In zijn 'Kuyper-lezing' aan de Vrije Universiteit eind vorig jaar behandelde hij te veel ineens om het predikaat 'magistraal' te verdienen, maar het was een stevig vertoog van een kerkman die in het publieke debat respect afdwingt.

Tot vervelens toe is de eerste man van de Belgische kerk vergeleken met zijn Nederlandse pendant, kardinaal Simonis. De vergelijking viel vaak in het nadeel uit van de laatste, behalve als het gaat om menselijke dingen als aardigheid en besef van eigen beperkingen. Simonis heeft veelvuldig de wind van voren pijnlijk gevoeld en is erdoor gegroeid - Danneels moet nog alles leren.

In de zaak-Dutroux probeerde Danneels terecht de verontwaardiging onder zijn landgenoten te kanaliseren tot een algeheel reveil van zijn geestelijk en moreel ingeslapen volk. Ook toen al was duidelijk dat de kerk in België, net als die in Amerika, Ierland, Australië enzovoorts, geen onbevlekt blazoen had als het gaat om seksuele grensoverschrijdingen door geestelijken. Danneels gaf dat grif toe en was ertegen.

Maar daarna begon het grote draaien. Eerst probeerde Danneels justitie te bewegen tot 'omzichtigheid' jegens zijn priester André Vanderlyn - een interventie die helaas voor hem uitlekte en bovendien faliekant misplaatst was: met de geestelijke was het zeer grondig mis en Danneels had dat kunnen/ moeten weten. “Hij heeft mij voorgelogen”, verweerde de kardinaal zich later zwakjes. Sindsdien is hij in het defensief gebleven en hij doet het als iemand die zelden met de zwarte stukken schaakt.

De volgende zet was zijn uitspraak dat hij als bisschop directer heeft te maken met de priester die zich misdraagt dan met de slachtoffers. Voor het welwillende oor is dat goed op te vatten, maar de reacties waren navenant hard: altijd al gedacht dat de kerk niet maalde om haar slachtoffers. Opnieuw moest er haastig worden uitgelegd, dat het leed van de slachtoffers de kerk juist zéér aanging, er waren tegenwoordig toch zelfs telefonische meldpunten.

Maar de geest was uit de fles: mensen stelden de kardinaal verantwoordelijk voor de seksuele misstappen van zijn geestelijke. Opnieuw volgde een zet die niet past bij iemand van zijn formaat. “Ik kan toch niet verantwoordelijk worden gesteld voor wat ieder van mijn 1200 priesters doet”, zei hij.

De verhouding bisschop-priester is gecompliceerd. Het is niet de fictieve, zoals wij die kennen in de politiek: de minister die 'politiek' volledig verantwoordelijk is voor (blunders van) zijn ambtenaren. De bisschop is ook niet de werkgever, priesters zijn niet diens zetbaas in de parochie. Denk eerder aan de vader en de zonen in een familiebedrijf, waar iedere zoon zijn eigen filiaal heeft gekregen, maar verantwoordelijk is en blijft voor de eer en goede naam van de familie.

Is pa verantwoordelijk als de zoon ontspoort? Wellicht niet, maar zal hij zich daarop beroepen? Zal hij niet veeleer de verantwoordelijkheid voor dat verloren schaap met een rechte rug krachtig naar zich toetrekken, zeker als hij al zo vaak is gewaarschuwd dat het zoontje niet erg wil deugen?

Kardinaal Danneels voelde zich niet verantwoordelijk, dacht misschien al aan de financiële aansprakelijkheid voor mogelijke claims tegen die armoedzaaiers van pastoors. Hij stuurde eerst zijn advocaat naar de rechtszitting, moest op drang van de rechter - zeg gerust: óók van de publieke opinie - alsnog met hangende pootjes zelf komen. Een goede zet, maar een te laat.

De geestelijke die nu in het Belgische gevang zit, heeft dertig jaar geleden zijn superieuren al gemeld dat hij grote problemen had. Nu had in 1970 iedereen in de kerk wel een probleem - met het celibaat, de paus, de leer, de pil; de kerkleiding had veel aan haar hoofd, allemaal waar. Maar de priester zat ermee, vocht ermee, verloor en de bisschop woof het weg: minder drinken, eerwaarde, en meer bidden.

Danneels' kritische priester Rik Devillé heeft maar ten dele gelijk als hij in Trouw beweert dat de kerk pedofilie door de vingers ziet maar een seksuele relatie met een vrouw hard afstraft. De katholieke kerk heeft strenge wetten op het gebied van seks, maar ze is een kerk van mededogen en vergeving en ook van geloven dat niet deert wat formeel niet wordt geweten.

Zo leven honderden priesters in relatievormen die strikt genomen niet door de beugel kunnen, maar die binnen de mantels der liefde blijven. Pas als voor beiden of voor de vrouw-alleen het moment van openheid aanbreekt komen de moeilijkheden en moet de priester een keus maken tussen ambt en vriendin.

Te lang is de kerk even begripvol met haar priesters omgegaan als het de jongetjes betrof. Strenge woorden, door de vingers zien, overplaatsing als het erg uit de hand loopt. Te laat hebben de Belgische bisschoppen zich gerealiseerd wat de affaire-Dutroux en de ervaringen van hun collega's in Amerika en elders betekenen. De mantel der liefde past de priester en diens vriendin, ze zit verkeerd voor de geestelijke die een volwassen cliënt(e) misbruikt, maar ze dient krachtig te worden afgerukt van pastores die kinderen 'bepotelen', zoals de Vlaamse rechter het smeuïg noemde.

“Als blijkt dat ik toch nalatig was, wil ik mijn verantwoordelijkheid dragen”, zei Danneels maandag gedwee voor de correctionele rechtbank van Brussel. Alsof de hoge boom eindelijk de wind van voren voelde.

mailIcon print |