Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - Amsterdammers staan tolerant tegenover homoseksualiteit, blijkt uit een onderzoek in opdracht van de gemeente. Zo vindt bijvoorbeeld een dikke vijftig procent van de ondervraagden dat homo's en lesbo's best mogen tongzoenen in het openbaar.
Het COC vindt deze uitkomst niet stroken met de daar gemelde discriminatie: “Het is algemeen bekend dat mensen in onderzoeken sociaal gewenste antwoorden geven, maar dat hun houding in de praktijk niet automatisch overeen komt met hun mening op papier.” Er is sprake van 'schijntolerantie', aldus het COC.
De gisteren gepresenteerde resultaten van het onderzoek 'Hoe roze is Amsterdam?', waarin de houding van Amsterdammers tegenover homoseksualiteit wordt bekeken, zijn niet voor iedereen reden tot juichen. De verantwoordelijke wethouder J. van der Giessen reageerde dan wel met de verheugende constatering dat er in Amsterdam in tegenstelling tot landelijke trends geen sprake is van teruglopende tolerantie, het COC ziet het anders. “Homoseksualiteit wordt getolereerd zolang het niet te dichtbij komt. Amsterdamse jongeren hebben vaak nog steeds grote problemen met het uitkomen voor hun homoseksuele gevoelens tegenover ouders of leeftijdgenoten.”
Bovenstaande komt overigens wel overeen met uitkomsten van het onderzoek. Er werd gevraagd hoe mensen reageren op een confrontatie met homoseksualiteit in het eigen gezin. Wanneer het eigen kind homo of lesbisch blijkt te zijn dan is men terughoudend, een kleine minderheid reageert echt negatief.
Zodra homoseksualiteit verder van mensen afstaat worden ze alweer minder terughoudend. Zo vindt iets minder dan de helft van de geënquêteerde Amsterdammers dat homo's best mogen trouwen. Evenzoveel mensen denken dat lesbische paren net zo goed als hetero's een kind kunnen opvoeden.
De meeste Amsterdammers zijn ook voor voorlichting over homoseksualiteit in voortgezet onderwijs, 62 procent vindt dat leerkrachten openlijk voor hun seksuele voorkeur mogen uitkomen.
In bejaardenhuizen is vaak weinig begrip voor homo-bewoners. Maar slechts een derde vindt aparte voorzieningen voor homo-ouderen noodzakelijk. Iemand antwoordde: “Ik ben tegen. Als ze zich normaal gedragen is er geen probleem.”
Vooral Turkse en Marrokkaanse Amsterdammers blijken negatief tegenover homoseksualiteit te staan. Het COC zegt hiervan geschrokken te zijn. Dit jaar is een voorlichtingsproject over homoseksualiteit gestart dat aandacht besteed aan allochtone leerlingen.
De Amsterdamse politie heeft net als het COC ervaring met gevallen van geweld tegen homo's. Op elk wijkbureau zitten twee contactpersonen die aangiften over homodiscriminatie opnemen. Bij wijkteam Prinsengracht houdt Fred Sterk zich sinds drie jaar met het onderwerp bezig: “In ons district valt het Rembrandtsplein waar veel homohoreca zit en ook homoprostitutie plaats vindt. Er gebeurde heel wat aan criminele activiteiten waarover wij niks te horen kregen. Beroving, chantage, een hele groep die een dubbelleven leidt, die wij de 'pakmannen' noemen.”
Potenrammerij wordt in Sterks district weinig gemeld. “Misschien omdat er hier grote groepen homo's komen. Je hoort wel over geweld op de bekende cruiseplaatsen als het Nieuwe Meer, het Oosterpark en achter het Centraal Station.” Sinds vorig jaar heeft het bureau een homo-infopunt, met een spreekuur, waar al dan niet anoniem aangifte gedaan kan worden. Sterk en zijn collega's zijn inmiddels goed bekend bij café-eigenaars, portiers en vaste klanten en weten heel wat meer van wat zich afspeelt. “Soms hoor je een maand niks, en dan komen er weer een paar tegelijk om aangifte te doen.”
Lesbiënnes gaan niet zo snel naar de politie is de indruk van Sterk: “Toch zijn er vrouwen met een heel verleden aan geweld. Neem de bekende die er wel even voor zorgt dat zij een echte vrouw wordt, en haar verkracht.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.